Hollandse broedplek voor start-ups in New York

Een centrum voor beginnende bedrijfjes in Amsterdam-West, werd in korte tijd een groot succes. Nu beginnen de oprichters een tweede vestiging in Brooklyn.

B.NewYork (in het gebouw midden op de foto, achter het water) in Brooklyn moet een spil worden in de nieuwe bedrijvigheid die New York wil aantrekken. Beeld Sebastiano Tomada
B.NewYork (in het gebouw midden op de foto, achter het water) in Brooklyn moet een spil worden in de nieuwe bedrijvigheid die New York wil aantrekken.Beeld Sebastiano Tomada

Achter de dichtgemetselde ramen van de oude scheepsloods op de Brooklyn Navy Yard wordt nu nog zoetstof verpakt. Maar Ricardo van Loenen en Guus Meulendijks zien al levendig voor zich wat het moet worden. De twee 'marketingjongens' die drie jaar geleden in Amsterdam samen met vastgoedman Bas van Veggel de razendsnel groeiende bedrijvenbroedplaats B.Amsterdam begonnen, gaan dat kunstje hier herhalen. 'Die ramen gaan weer open, en de grote historische deuren komen terug. In de inrichting maken we verwijzingen naar de boten die hier ooit gebouwd zijn.'

Op de voormalige scheepswerf rolden ruim anderhalve eeuw lang machtige Amerikaanse oorlogsboten van de helling. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er wel 70 duizend arbeiders aan het werk. Maar in de jaren zestig was het voorbij en bleef het gebied eenzaam achter. Lege gebouwen en roestige hijskranen herinnerden nog slechts aan de hoogtijdagen.

In de 21ste eeuw wil de gemeente weer volop nieuwe bedrijvigheid naar het gebied trekken. En daarin krijgen Van Loenen en Meulendijks dus een rol toebedeeld, zo maakte de New Yorkse locoburgemeester Alicia Glen woensdagavond bekend. De gemeente heeft de Amsterdamse ondernemers toestemming gegeven om er de officiële 'international flagship incubator' van New York op poten te zetten. Buitenlandse start-ups die zich in de stad willen vestigen, worden door de gemeente voortaan naar B.NewYork verwezen.

Unieke ambassade

Ook Glens Amsterdamse collega-wethouder Kajsa Ollongren (economie, D66) was gisteren op de Navy Yard aanwezig. Zij heeft zelf flink haar best gedaan om Van Loenen en Meulendijks in New York naar binnen te praten. B.NewYork is in Ollongrens ogen namelijk een unieke ambassade van de Amsterdamse start-up-economie waar zij zich sinds twee jaar zo voor inzet. 'New York is voor Europese bedrijven een heel logische plek om de Amerikaanse markt op te gaan. Maar voor veel start-ups is de stad wel duur en relatief ontoegankelijk. Die drempels worden dankzij B.NewYork een stuk lager. Hier krijgen ze een bureau of werkplaats en advies en ondersteuning bij het ondernemen in de VS.' Omgekeerd verwacht Ollongren dat New Yorkse bedrijven via B.NewYork gemakkelijk bij B.Amsterdam uitkomen wanneer ze de Europese markt op gaan.

En dat is goed nieuws voor haar stad, zegt Ollongren. Want hoewel er veel wordt gespeculeerd over de mogelijke start-up-bubbel, staat vast dat veel commerciële successen tegenwoordig beginnen met kleine bedrijfjes. 'Ik zie ze gewoon als een nieuw, belangrijk onderdeel van de economie.'

De heersende mening is dat zulk soort ondernemingen het snelst ontstaan wanneer slimme techneuten en creatieve ontwerpers worden omgeven door soortgenoten en ondersteund door mensen met geld en bedrijfskundige kennis. Wereldwijd schieten de 'incubators' en 'accelerators' als paddestoelen uit de grond. Elke zichzelf respecterende universiteitsstad heeft er een.

De gemeente New York had dus wel tientallen bedrijven kunnen vinden om de 'flagship incubator' voor buitenlandse start-ups op te richten. Maar na een bezoek van drie uur aan B.Amsterdam, eerder dit jaar, viel de keus van Alicia Glen dus op de Amsterdammers.

Guus Meulendijks (links) en Ricardo van Loenen op de oude scheepswerf in Brooklyn waar ze hun Amsterdamse kunststukje willen herhalen. Beeld Sebastiano Tomada
Guus Meulendijks (links) en Ricardo van Loenen op de oude scheepswerf in Brooklyn waar ze hun Amsterdamse kunststukje willen herhalen.Beeld Sebastiano Tomada

Enkele dagen voor hun vertrek naar New York laten Van Loenen en Meulendijks aan de Volkskrant zien wat de New Yorkse locoburgemeester zo beviel. In het gebouw op het terrein van computerbedrijf IBM in Amsterdam-West zitten in totaal 225 'leden', zoals de ondernemingen worden genoemd. Het zijn start-ups die vaak uit niet meer bestaan dan een man met een laptop, en snel groeiende bedrijfjes met namen als Addoptic, InstantMagazine en FashionBooster. Maar ook afdelingen van grote jongens zoals IBM, Booking.com en accountantskantoor PwC. De toeloop is zo groot dat eerder dit jaar een naastgelegen gebouw in gebruik is genomen. Daar zitten inmiddels ook alweer negentig leden.

Retrobril en knot

De oprichters - de een met retrobril, de ander met knot - hebben weinig moeite gedaan om de clichés over de start-upwereld te vermijden. Zo kijkt de bezoeker bij binnenkomst direct de gym in, waar de leden elke dag boks-, yoga- en fitnesslessen kunnen volgen. Aan tafels zitten mooie jonge mensen achter hun MacBooks. De beginnende bedrijfjes zijn gehuisvest in een soort kassen die in de ruimte staan. Her en der hangen schommels en liggen zitzakken, en ook de pingpongtafel ontbreekt niet.

In het trappenhuis groet Van Loenen lachend een van zijn huurders, die een man in pak rondleidt. 'Ik kom hem al voor de derde keer tegen vandaag; hij heeft net dik 1 miljoen euro opgehaald en is al zijn investeerders het pand aan het showen.' Op de bovenste verdieping is sinds kort een restaurant geopend, met vrije uitloop naar het dakterras waar in de daktuin tussen allerlei eetbare plantjes een Trabant staat weg te roesten.

Hoewel de inkomsten van B.Amsterdam vooral afkomstig zijn uit huur, zien Meulendijks en Van Loenen zichzelf absoluut niet als vastgoedmannen. 'Het gaat ons niet om huurders of gebouwen, maar om een ecosysteem waar innovatie tot stand komt.'

Meulendijks: 'Over innovatie wordt wel gewichtig gedaan, maar het is meestal niets meer dan op een slimme manier een paar bestaande dingen combineren. Maar om dat te stimuleren, moet je een omgeving maken die uitnodigt tot het delen van kennis.'

Naast internet, schommels en sportlessen maakt onderwijs een belangrijk deel uit van dat ecosysteem. Zo worden er in het gebouw 'start-up-bootcamps' gehouden, waarbij beginnende ondernemers onder intensieve begeleiding worden geholpen hun idee om te zetten in een bedrijfsplan. Ook kunnen werkloze jongeren er cursussen volgen in programmeren en/of nieuwe marketingtechnieken, kennis waar bij veel start-ups grote behoefte aan is.

Die focus op scholing van bedrijven is volgens Van Loenen wat de New Yorkse locoburgemeester zo aantrok. 'We gaan daar ook samenwerken met de Brooklyn Law School.' Maar belangrijk is zeker ook dat de Amsterdammers niet alleen app- en website-bouwers meenemen. De stad wil namelijk graag dat de start-ups op de Navy Yard behalve een kantoor met computers ook een werkplaats zoeken op het terrein. Waar weer echt spullen gemaakt worden. Van Loenen: 'Bij ons zitten start-ups die bezig zijn met the internet of things, apparaten die via internet werken dus. Maar we krijgen in New York ook de Amsterdamse fietsenmaker VanMoof in huis en kinderwagenbouwer Joolz. Dat gaat veel werk opleveren voor gewone New Yorkers.'

Meer over