Analyse

Hoge energieprijzen doen ook bedrijven pijn, maar moet je die wel verlichten?

Bedrijven die veel energie verbruiken bij hun productie gaan gebukt onder de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. De veel hogere prijzen bedreigen onder meer hun concurrentiepositie. Moeten overheden opnieuw de portemonnee trekken? Of loopt de energietransitie dan gevaar?

Tjerk Gualthérie van Weezel
Een dakpannenfabriek met een buizensysteem voor hergebruik van energie. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een dakpannenfabriek met een buizensysteem voor hergebruik van energie.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In hun Verklaring van Versailles stelden de leiders van EU-landen vorige week dat zij met spoed iets willen doen ‘om de impact van de stijgende energieprijzen voor met name kwetsbare burgers en midden- en kleinbedrijf te adresseren’. Al een dag later besloot de Nederlandse regering tot een verlaging van de btw op energie en een eenmalige uitkering voor de laagste inkomens.

In dezelfde verklaring steunen zij ook het plan om te onderzoeken of er een nieuw ‘steunkader’ moet komen, om bedrijven te helpen die hard worden getroffen door hoge energieprijzen. In Brussel wordt daarover nog driftig onderhandeld dezer dagen, want het is een plan met veel haken en ogen. Het is nog maar de vraag of het eigenlijk wel verstandig is om energieslurpende bedrijven te ondersteunen. Steek je daarmee geen spaak in het wiel van de energietransitie? En als je er al voor kiest bedrijven te steunen, welke dan?

Op zich heeft de Nederlandse regering de afgelopen coronajaren goede ervaring met noodsteun voor bedrijven. Dankzij de miljarden die het kabinet beschikbaar stelde, konden honderdduizenden ondernemingen tijdens de lockdowns hun rekeningen blijven betalen en personeel in dienst houden.

Maar over het nemen van dergelijke maatregelen bestaat nu grote terughoudendheid onder Nederlandse economen. Zo was president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank – twee jaar geleden nog groot voorstander van de coronasteun – deze week weinig enthousiast over energiesteun. ‘We moeten niet in de valkuil trappen dat we voor elke schok in de economie naar de overheid gaan kijken’, aldus Knot. ‘We blijven een markteconomie, en daar horen ups en downs bij.’

Prijs verder opdrijven

Bij hoge energieprijzen lost compensatie ook niet echt iets op, zegt de Groningse econoom Machiel Mulder. ‘Als je meer geld beschikbaar stelt om hoge energieprijzen te betalen en het gebruik neemt niet af, dan drijf je feitelijk alleen de prijs verder op. We moeten zuiniger zijn met energie, en alternatieve energie gaan gebruiken.’

Mulder ziet dus liever dat bedrijven bewijzen dat ze zich kunnen aanpassen aan hoge energieprijzen. Zo ziet hij inmiddels veel glastuinbouwers die de verwarming van hun kassen hebben uitgezet. ‘In de winter tomaten telen in verwarmde en verlichtte kassen kan gewoon niet meer uit, dus moeten die bedrijven kijken naar hun bedrijfsvoering, beter met energie omgaan en misschien andere gewassen telen.’

‘Natuurlijk moet je geen bedrijven overeind houden die op de lange termijn niet levensvatbaar zijn’, zegt ook Hans Grünfeld, directeur van VEMW, de belangenvereniging van grote energieverbruikers. ‘Maar je wil voorkomen dat bedrijven die wel toekomst hebben nu omvallen.’

Ook Grünfeld noemt de glastuinbouw als voorbeeld. ‘Rozentelers kunnen nu misschien niet op tegen concurrentie uit Kenia, maar er gebeurt in die sector heel veel om met minder fossiele brandstof bloemen te kweken. Als er zo’n perspectief is, is het voor de economie goed om die ondernemers met een overbrugging te helpen.’

Staatsteun metaalproducenten

Het ligt volgens Grünfeld voor de hand om snel bij te springen in sectoren die nu al een vorm van staatssteun genieten. Met name de grote metaalproducenten. Die staatssteun is nu niet genoeg en zou volgens Grünfeld dus hoger moeten. Ook de Europese Commissie noemt het uitbreiden van die compensatieregeling expliciet in het plan REPowerEU, dat aan de basis ligt van de Verklaring van Versailles.

‘Daar is natuurlijk ook wel wat voor te zeggen’, vindt econoom Mulder. ‘Je wilt niet dat zulke bedrijven omvallen en dat Europa vervolgens metaal moet importeren dat is gemaakt in veel viezere fabrieken elders op de wereld.’

Maar Mulder waarschuwt intussen voor te veel hulp voor ondernemingen omdat die zulke mooie groene toekomstplannen hebben. ‘Het is vaak heel lastig in te schatten hoe realistisch dergelijke plannen zijn. En als ze zo goed zijn, dan is het in de eerste plaats aan ondernemingen zelf om met banken en investeerders te kijken hoe ze die zo snel mogelijk kunnen realiseren en deze crisis kunnen overbruggen.’

Tegelijkertijd zijn er misschien ook delen van de economie die zo belangrijk zijn dat ze niet stil mogen vallen. Denk bijvoorbeeld aan producenten van bakstenen of cement, of aan bedrijven die essentieel zijn voor de voedselvoorziening. ‘Het is zeer lastig en technisch om te bepalen of dat nodig is en in welke sectoren’, zegt Dirk Bezemer, hoogleraar algemene economie in Groningen. ‘Daar kan je als wetenschapper op afstand niet heel rechtlijnig antwoord op geven.’

Bij die afweging moet volgens Bezemer toch vooropstaan dat het grote doel van deze tijd is om de CO2-uitstoot terug te dringen. Hij verwijst naar het laatste rapport van klimaatpanel IPCC, dat eind februari door het oorlogsgeweld weinig aandacht kreeg. ‘Het is code rood voor de wereld’, vat Mulder de inhoud samen. ‘Dat is een bekende boodschap die ons nog altijd moeilijk in beweging kan brengen. We vinden het te moeilijk om onszelf pijn te doen. Nu moeten we de pijn van de hoge energieprijzen gebruiken om wel te doen wat nodig is, en dus geen pijnstillers nemen.’

Met medewerking van Daan Ballegeer

Aluminium en Zink

Aluminiumproducent Aldel uit Delfzijl heeft dankzij de hoge gasprijs de afgelopen maanden behoorlijk aan naamsbekendheid gewonnen. Bij de productie van aluminium wordt enorm veel elektriciteit gebruikt. Door de gestegen energieprijzen is het voor Aldel niet meer rendabel om aluminium te maken, en dus ligt de productie al maanden grotendeels stil. Iets minder bekend is Nyrstar uit het Brabantse Budel – een zinksmelterij waar zo’n 450 mensen werken, wereldwijd heeft het concern 4000 man in dienst. Ook bij Nyrstar is de productie al enige maanden flink teruggeschroefd.

De twee metaalproducenten hebben nog iets gemeen. Zij ontvangen al jaren een vorm van staatssteun. Het is een tamelijk technische subsidie, voor bedrijven die binnen Europa verplicht zijn om emissierechten te kopen terwijl ze concurreren met buitenlandse bedrijven die niet onder zo’n systeem vallen. De EU wil met die compensatie voor de verhoogde elektriciteitsprijs voorkomen dat ‘eigen fabrieken’, die relatief schoon zijn, failliet gaan, en Europa vervolgens dingen moet importeren uit fabrieken die eigenlijk vervuilender zijn.

‘De Nederlandse overheid heeft deze bedrijven altijd gecompenseerd’, zegt Hans Grünfeld van de VEMW. ‘Ik vind het dus niet meer dan logisch dat deze compensatie verhoogd wordt nu die door de gestegen energieprijs niet meer afdoende is.’

Baksteenfabrieken

De woningnood was al topprioriteit van het kabinet, en nu er ook nog eens tienduizenden Oekraïners onderdak zoeken, wordt de druk om te bouwen alleen maar groter. Maar de stijgende energieprijs betekent ook een bedreiging voor de grote bouwambities van het kabinet. Om de ovens te stoken waarin stenen en dakpannen worden gebakken, is namelijk veel gas nodig.

‘Directe problemen hebben wij nog niet’, zeg Bert Jan Koekoek. Hij is directeur van Wienerberger Nederland, een Oostenrijks concern dat 19 Nederlandse fabrieken bezit. ‘Wij hebben ons gas grotendeels met langetermijncontracten gekocht, dus die prijzen zijn vooralsnog te overzien.’ Maar als de energieprijzen langere tijd zo hoog blijven als nu, verwacht Koekoek dat bakstenen ongeveer 60 procent duurder zullen worden.

Om directe compensatie of ondersteuning vragen de baksteenfabrikanten zelf niet, benadrukt Nienke Homan, voorzitter van de branchevereniging KNB. ‘Wij zijn er zelf juist heel erg van doordrongen dat we moeten overstappen van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, en daar zijn ook concrete plannen voor.’ Die plannen worden deels al uitgevoerd, maar voor veel grote investeringen heeft de sector vooral zekerheden nodig. Homan: ‘We zouden dus niet zozeer gesteund zijn met geld, maar wel met duidelijkheid en randvoorwaarden die ons in staat stellen van het gas af te gaan.’

Bert Jan Koekoek heeft daar een treffend voorbeelden van. ‘In onze fabrieken wordt klei eerst met stoom opgewarmd om het elastisch te maken. Dat gebeurt nu met energie uit gas, en wij wilden dat met elektriciteit doen. Dan besparen we energie en wisselen we gas in voor groene stroom. Maar dat kunnen we nu niet doen omdat het lokale stroomnet dat niet aankan. We wachten nu dus tot de overheid het elektriciteitsnetwerk verbetert.’

Kunstmest

Van het totale Nederlandse gasverbruik werd in 2020 nog bijna 7 procent afgenomen door de vier kunstmestfabrieken die Nederland telt. Aardgas is in dit geval niet de brandstof maar de grondstof waaruit zij in hun fabrieken stikstofhoudende kunstmest maken. Yara, gevestigd in het Zeeuwse Sluiskil is de grootste, en gebruikt bij volle productie ongeveer evenveel gas als 1,3 miljoen huishoudens.

De afgelopen maanden is de productie in Europa echter al flink teruggeschroefd als gevolg van de hoge gasprijs. Dat wordt deels opgevangen door producenten die elders in de wereld goedkoper kunnen produceren.

In de Tweede Kamer pleitte GroenLinks er onlangs zelfs voor om de kunstmestfabrieken per direct helemaal van het gas af te sluiten. Maar Yara waarschuwde daarop dat kunstmest in nog altijd een onmisbaar product is om de wereld van genoeg voedsel te kunnen voorzien. Zeker nu Rusland, een andere grote kunstmestproducent, door de sancties niet meer kan leveren.

Steun van de staat heeft Yara daarbij overigens vooralsnog niet nodig. ‘Wij merken wel dat we de gestegen gasprijs goed kunnen doorberekenen aan onze afnemers, ze zijn bereid meer te betalen’, zegt een woordvoerder. ‘De consument betaalt dat uiteindelijk weer door hogere voedselprijzen.’

Ook energiehandelaren vragen om hulp

De grootste energiehandelaren van Europa, waaronder BP, Shell en Trafigura, hebben overheden en centrale banken om ‘tijdelijke noodsteun’ gevraagd, bleek deze week. Volgens hun lobbygroep dreigt de goede werking van de gas- en stroommarkt in gevaar te komen als ‘over het algemeen gezonde en solide energiebedrijven’ niet meer aan cash raken. Door de oorlog in Oekraïne zijn de gasprijzen de hoogte ingeschoten. Een van de gevolgen daarvan is dat producenten en handelaars geld moeten bijstorten bij hun handelshuis, voor de posities waarmee ze zich hebben ingedekt tegen prijsdalingen. Hoewel ze vaak op lange termijn profiteren van de hogere gasprijzen, kan het op korte termijn hun liquiditeit ernstig ondergraven.

Meer over