Hoera voor de specials

Hoe lekker is product X? En hoe overbodig innovatie Y? Het antwoord is aan de magazinelezer. Deze week: Cup a Soup specials....

tekst Evelien van Veen

Wij van Proef zijn geen Cup a Soup-eters, dus maken we, alvorens de mailbox te openen, geheel maagdelijk en onbevooroordeeld een mok in de (nieuwe) smaak Tomaat en Geroosterde Paprika met mozzarella. Eerste indruk: het ruikt lekker. Mild, romig (dat zal die mozzarella wezen). Tweede indruk: het smaakt zuur. Hè, Volkskrant, moet dat nou, moet het altijd weer zuur zijn? We proeven nog eens, aandachtig, extra coulant. En toch, weer: de overheersende smaak is zuur. Er zit ook wel wat zoet in, maar pas in tweede instantie, als nasmaak eigenlijk. Tomaat proef je, paprika met wat goede wil ook, maar mozzarella? Kan dat eigenlijk, 1,7 procent opgeloste mozzarella proeven?

Nu moeten we ook weer niet doen alsof we hier haute cuisine aan het testen zijn: het spul vult en is warm, het is niet duur en klaar in 30 seconden. Is dat niet genoeg?

Jazeker, vindt ook Ellis Minnesma. ‘Natuurlijk gaat er niets boven een verse, zelf bereide soep’, schrijft ze. ‘Maar als gemaksproduct vind ik het een absolute aanrader!’ En dat terwijl ze eerder meestal haar neus ophaalde voor instantsoep, alleen al omdat er voor een vegetariër zoals zij niet veel keus is. Ook Hans Creman meed gewone Cup a Soup, omdat er het glutamaat E 621 in zit, en daar is hij allergisch voor. ‘Hoera dus, voor de Specials’, mailt hij. ‘Eindelijk eens een snel soepje zonder die vermaledijde smaakversterker.’ Een aantal andere inzenders noemt dat ook als voordeel van de nieuwe variant.

Suzanne Zaal ging er eens echt voor zitten om haar belevenissen met Cup a Soup op papier te zetten. ‘Ik ben nogal een Cup a Soup-fan; ik had deze nieuwe smaak al in huis vóór ik uw oproep las.’ Nou ja, corrigeert ze zichzelf dan: ‘Ik ben nogal een Spicy Tomato-fan. De andere smaken kunnen mij niet zo bekoren.’ Maar deze wel: ‘Het valt niet tegen. Ik heb twee honden en wanneer ik in de namiddag thuiskom van mijn wandeling, zit ik echt te genieten met mijn cupje.’ Plots wordt haar toon grimmig: ‘Toch zou ik het nooit, nooit, nooit aan mijn gasten voorzetten bij een etentje. Heel af en toe proef ik iets zurigs, iets kotserigs bijna.’ Dat proeft gelukkig verder niemand; ongeveer de helft van de inzenders oordeelt positief. De andere helft moppert (‘chemisch’, ‘harde stukjes’), maakt er het beste van (‘Wij proefden de smaak ‘romige mosterd’ en namen de vrijheid er zelf een lepel lekkere mosterd door te roeren’) of tobt over fundamentele kwesties (‘Het is redelijk lekker, maar ik zou niet weten op welk moment van de dag het zou smaken’).

Heeft het niet iets genoeglijks, dat testen en proeven met z’n allen, terwijl de kredietcrisis voortwoekert en Obama plannen maakt om de troepen terug te trekken?

Meer over