Hoe meer pontjes, hoe liever

'Fiets een rondje met een pontje', luidt de slogan van het Bureau voor Toerisme Zeeland, dat druk doende is de soms eeuwenoude pontjes weer in ere te herstellen....

door Gijs Zandbergen

Erg winderig is het niet, maar er staat toch een stevige bries van vier op de schaal van Beaufort wanneer schipper André Beusenberg (61) zich 's ochtends vroeg naar zijn jongensdroom, Ms. De Harpoen, begeeft. Het motorschip ligt afgemeerd aan de pier nabij Gorishoek op het voormalige eiland Tholen. Een paar honderd meter verder staat de camping, waar Beusenberg en zijn vrouw zeven maanden van het jaar verblijven.

Aan de kop van de pier staan enkele inwoners van St. Maartensdijk met werphengels te vissen op geep, de lange, zilverkleurige vis die in de Oosterschelde zwemt. Zij kennen de voormalige vissersman en zeesleper uit IJmuiden, die dertien jaar geleden van zijn spaargeld de in 1904 gebouwde boot heeft gekocht, waarmee hij in de zomermaanden drie keer per dag tussen Yerseke en Gorishoek vaart.

Dat wil zeggen, als het weer varen toelaat. De Oosterschelde is in die hoek bij Tholen onberekenbaar. Slijtgaten maken de zeearm op sommige plaatsen 45 meter diep en het getijdenverschil bedraagt 3,45 meter. Het gevolg daarvan is dat het volgens Beusenberg met een stevige zuidwestenwind en wegstromend water een zootje op het water wordt. Bij windkracht 5 kan het water er in de beschutte haven van Yerseke nog zo glad bijliggen, de platbodem Harpoen kan dan toch beter van de Oosterschelde wegblijven, zeker wanneer er witte koppen op het water staan. Beusenberg: 'Daar heb ik een hoop gedoe van. Mensen duidelijk maken dat je soms niet kunt varen. Als bij windkracht 5 de motor uitvalt, trekt deze schuit plat op de golven. Hij gaat rollen, onherroepelijk. Aan de andere kant, die onberekenbaarheid is ook het mooie van de Oosterschelde. Ik vaar vaak alleen, maar ik verveel me nooit. Elke overtocht is anders.'

Beusenberg is verslaafd aan het water, en dat al bijna vijftig jaar. Hij werd in 1952 op zijn twaalfde jaar van de ambachtschool geplukt om dienst te nemen op de KW 151, een Katwijkse logger. Beusenberg: 'Mijn vader is op zijn 36ste met vijftien anderen verzopen bij Stavanger. Bij de haven van IJmuiden staat daarvoor nog een monument. Ze hebben hem nooit meer teruggevonden. Daardoor duurde het een paar jaar voordat hij werd doodverklaard. Tot die tijd betaalde de verzekering niet uit en was mijn moeder, ze leeft nog, een arme weduwe van 34 jaar met drie kinderen. Er moest brood op de plank komen en omdat ik de enige jongen in het gezin was, moest ik gaan varen.'

Volgens eigen zeggen is hij niet grootgebracht, maar grootgeschopt, want vissers op zee behoren niet tot het meest opvoedkundige volk. Dat gold dus ook de bemanning van de KW 151 in de jaren vijftig. Vier weken achtereen op zee, dag en nacht netten uitzetten en binnenhalen, het was beulen op een schip waarvan de reddingssloep als koelkast fungeerde, waarop zoet water heilig was en jezelf wassen dus een zonde. De mannen stonken en het dagelijks menu bestond uit een regelmatige afwisseling van witte bonen, bruine bonen en capucijners. Alleen de gebakken haring werd elke dag geserveerd in witte geëmailleerde borden met een blauwe rand. Beusenberg: 'Het waren net van die hondenvoerbakken.'

Wie meer van deze verhalen wil horen, moet zich maar melden bij de schipper te Gorishoek of Yerseke. ANWB-fietsborden wijzen de weg. Het zijn twee van de vertrekpunten van de zestien veerdiensten, die het Bureau voor Toerisme Zeeland onder de aandacht wil brengen. Een dertig minuten durende overtocht tussen Gorishoek en Yerseke kost zes gulden per persoon, inclusief fiets.

De fiets is dan ook het motto waaronder het Zeeuws verkeersbureau de soms eeuwenoude pontjes weer in ere aan het herstellen is. 'Fiets een rondje met een pontje', luidt de slogan.

Drie jaar geleden is het project gestart en vorig jaar was het goed voor 22 duizend passagiers. Dit jaar mikt men op 25 duizend overvaarders, van wie Beusenberg er in de drie maanden die zijn seizoen duurt, zo'n 1500 voor zijn rekening neemt. Dat maakt, ruw geschat, gemiddeld drie passagiers per overtocht. Rijk zal hij er niet van worden.

Dat hoeft ook niet. Hijzelf noemt zich een gewone jongen en dat zijn z'n klanten ook. Beusenberg: 'Je kunt wel bluffen en dik doen. Als je in je vakantie met de fiets gaat kamperen, doe je dat niet uit weelde. Dat zie ik toch? Als een gezin met drie kinderen heen en weer wil varen, kost dat zestig gulden. Een enkele keer, wanneer ik die vader wat scheef zie kijken, zet ik wel eens een kind tegen de mast. Als dat ventje niet boven de stekker uitkomt, mag hij voor niks mee. Dat pontjerondje is wel mooi, maar het brengt ook concurrentie met zich mee. Als mensen mij te duur vinden, gaan ze naar een ander.'

Beusenkamp is in zekere zin een buitenbeentje in het Zeeuwse project. Van reclame, van de scheepvaartinspectie met haar voorschriften en van overhead moet hij weinig hebben. Hij doet eraan mee, maar de liefde zijnerzijds vonkt niet fel. Wie sedert vijftig jaar op het water zit, en dat nog steeds graag doet, mag zich als een deskundige beschouwen, vindt hij. Al denken de kantoorlui daar soms anders over.

Heel anders opereert een van zijn 'concurrenten', Theo Gebhard (39), eigenaar en schipper van de Ms. Friesland, de boot die tot halverwege de jaren zestig als veerboot dienst deed tussen Harlingen en Terschelling. Gebhard onderhoudt drie veerdiensten/rondvaarten vanaf Zierikzee naar respectievelijk Neeltje Jans, Burghsluis en Vlissingen en enkele tussenliggende plaatsen. De voormalige fysiotherapeut in opleiding en zeilinstructeur heeft van zijn schip een echt bedrijf gemaakt, met een bar, administratie en personeel, voorlopig bestaande uit één matroos, de 22-jarige student accountancy Taco Meeles. De omroepinstallatie op het schip, dat plaats biedt aan maximaal vierhonderd passagiers, bedient hij zelf vanuit de stuurhut, want kapitein Gebhard is tevens stuurman.

Gebhard: 'Beusenberg heeft zijn eigen, aparte manier van werken. Hij doet het al zo lang en vindt dat de manier waarop hij het doet, de beste is. Ik zeg altijd maar zo: hoe meer beweging op het water, des te beter het is. Laat iedereen maar lekker varen. Hoe meer pontjes hoe liever. De Friesland is een grote boot, die veel moet varen. Dus laat dat Zeeuwse Bureau voor Toerisme zijn gang maar gaan, al was het alleen al omdat ik steeds liever met toeristen vaar dan met bruiloften en partijen. Feesten zijn namelijk meestal 's avonds en in het weekeinde. Binnenkort word ik veertig. Tegenwoordig ben ik 's avonds graag thuis.'

Meer over