Hier en daar wat zon

Als alle Nederlandse daken worden bedekt met zonnepanelen, zou er een enorm elektriciteitsoverschot ontstaan. Voorlopig is dat nog te duur....

Zonne-energie is heel goed toepasbaar, ook in het vaak sombere, bewolkte Nederland. Zonnecelpanelen voor de productie van elektriciteit zijn in te passen in de Nederlandse woningbouw. Architecten kunnen steeds beter uit de voeten met zonnepanelen - meestal karakteristiek blauw van kleur - die fysiek en visueel kunnen concurreren met de traditionele dakpan, ook al leg je er een heel dak mee vol.

De Amsterdamse nieuwbouwwijk Nieuw Sloten is daar het ultieme bewijs van. Op de daken van een zeventigtal huizen liggen zonnepanelen, op sommige woningen in vlakken evenwijdig aan de horizon, maar ook speels onder een grote hoek daarmee. Zo kunnen nieuwbouwwijken er in de toekomst uit gaan zien.

Zonnecellen hebben iets magisch. Ze bestaan doorgaans uit plakken (poly)kristallijn silicium die met entstoffen zijn geprepareerd waardoor ze zonlicht in elektriciteit kunnen omzetten. Er komt geen bewegend deel aan te pas, waardoor ze onderhoudsvrij zijn.

Rest één, niet onbelangrijke, belemmerende factor voor een definitieve opmars. Zonnestroom is nog een factor acht te duur, stelt drs. E. ter Horst van de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem), een organisatie die met overheidsgeld onderzoeksprojecten financiert.

'De afgelopen tien jaar is de prijs van zonnecellen al enorm gedaald. Met verdere serieproductie en door technologieverbeteringen is die prijs nog verder omlaag te brengen. Zonnecellen kunnen binnen vijftien tot twintig jaar concurrerend stroom produceren.'

De Nederlandse overheid draagt met enkele tientallen miljoenen guldens per jaar haar steentje bij aan het verlagen van de kosten. Daarmee worden onder meer demonstratieprojecten opgezet in nieuwbouwwijken.

Het mes snijdt daarbij aan vele kanten. Fabrikanten - met Shell Solar in Helmond als belangrijkse Nederlandse - kunnen grote aantallen zonnepanelen produceren, architecten kunnen spelen met de materie, en gemeentes en woningbouwverenigingen kunnen de mogelijkheden daadwerkelijk zien.

Op de daken van een kleine duizend huizen in Nederland liggen zonnepanelen voor de productie van stroom: het hele dak vol of enkele vierkante meters, om geheel of deels in de elektriciteitsbehoefte te voorzien. Er kan in totaal een kleine drie megawatt elektriciteit mee worden opgewekt.

Voor het juiste perspectief: het gezamenlijke vermogen van de Nederlandse elektriciteitscentrales - op steenkool en aardgas - is een kleine tienduizend maal groter. Een ander perspectief: wanneer op alle Nederlandse daken zonnecellen worden geplaatst, kan er minstens tien maal zoveel stroom worden geleverd als nodig is.

Zover is het nog niet. Medio 2010 moet er honderd maal zoveel vermogen aan zonnecellen zijn geïnstalleerd als nu het geval is, heeft de overheid zich ten doel gesteld. Ter Horst denkt dat die doelstelling te realiseren is.

Ondanks de hoge prijs is het aantal plannen vele malen groter dan de subsidiepot. De afgelopen jaren is een aantal grote projecten gerealiseerd, onder meer in Amsterdam (66 woningen in Nieuw Sloten) en in Amersfoort (50 in de wijk Nieuwland, de komende jaren uit te breiden met 400), terwijl een aantal grote plannen in voorbereiding is.

Kristallijn silicium - in verschillende vormen - is voorlopig de enige grondstof voor serieproductie van zonnecellen. De afgelopen jaren is door technologische verbeteringen het rendement waarmee siliciumcellen zonlicht in stroom omzetten, sterk verbeterd.

Om te komen tot verdere kostenreductie moeten zonnecellen nog dunner worden gemaakt, van driehonderd micrometer naar enkele tientallen micrometer. Dit zal uiteindelijk resulteren in dunne-filmcellen, die als een soort dakbedekking kunnen worden uitgerold.

Zonnecelpanelen voor stroom hebben een fysieke concurrent. Op een deel van het dak - een paar vierkante meter - kan ook een zonneboiler worden gelegd: een soort platte radiator waar water door stroomt dat door de zon wordt opgewarmd. Dat warme water voor de tapwatervoorziening kan tijdelijk in een vat worden opgeslagen.

De afgelopen tien jaar is het ontwerp van deze zonneboiler geoptimaliseerd voor de Nederlandse omstandigheden. Zo zijn zogeheten spectraalselectieve coatings ontwikkeld voor op de buitenkant van de metalen collectorplaat, waardoor zoveel mogelijk zonnewarmte nuttig wordt gebruikt om water op te warmen en zo weinig mogelijk terug het heelal in wordt gekaatst. 'Technologisch is er niet zoveel meer te verbeteren aan de zonneboiler', meent C. Haring van Holland Solar, de vereniging van zonne-energiebedrijven.

Warm water uit een zonneboiler is niet veel duurder dan uit een combiketel of een geiser, gestookt op aardgas, althans in de nieuwbouw, zeker doordat de overheid nog tot 1998 een kleine 20 procent subsidie geeft op de aanschaf. Door serieproductie is de prijs - nu vierduizend gulden - de afgelopen vijf jaar met 20 procent gedaald. 'Dat kan tegen de eeuwwisseling 40 procent zijn', verwacht Haring.

De twee belangrijkste zonneboilerfabrikanten - Luigjes in Barneveld en ZEN in Eindhoven - zijn strategische allianties aangegaan met cv-ketelproducenten. Die kennen de verwarmingsmarkt beter en hebben al een uitgebreid servicenetwerk. Bovendien is de trend de cv-installatie te integreren met een zonneboiler.

Een kleine twintigduizend woningen, driekwart in de nieuwbouw, hebben inmiddels zo'n zonnecollector op het dak. Als de overheid haar zin krijgt, moeten dat er tegen het jaar 2010 vierhonderdduizend zijn. De huidige verkoop ligt iets achter op het schema.

Ter Horst: 'De industrie denkt dat dit streefaantal haalbaar is mits de overheid de komende jaren, wanneer de subsidie is weggevallen, komt met een actief stimuleringsbeleid voor de bestaande bouw. Bijvoorbeeld door een verlaging van het btw-tarief. Daar liggen grote kansen. Komt de introductie daar goed op gang, dan kan het aantal boilers tegen die tijd zelfs zijn uitgegroeid tot vijfhonderd- à zeshonderdduizend, blijkt uit een recente marktverkenning.'

Broer Scholtens

Meer over