Het verschil tussen autoloos en autovrij

ALLE zondagen van 1973 waren voor mij autoloze zondagen, want ik maakte toen een weliswaar kortstondige maar principieel autoloze periode door....

Behalve tegen de auto was ik ook tegen Amerika en tegen Israël. Israël was in oorlog met de Arabische buurlanden en Nederland steunde Israël. De zwijgende meerderheid die je toen nog had en waarbij je uit de buurt moest blijven, was het daar luidruchtig mee eens ('Ik sta achter Israël', riepen overal in het land stickers). Voor straf kondigden de olieproducerende Arabieren een olieboycot af.

De eerste oliecrisis. Het kabinet besloot tot energiebesparende maatregelen, waarvan de autoloze zondagen van eind 1973 opeens weer voor de geest komen nu morgen in enkele tientallen gemeenten een autovrije dag geldt.

Toen autoloos, nu autovrij. Is er verschil? Veel. Het is een kwestie van perspectief.

In het eerste (-loos) klinkt een dreiging door van crisis en oorlog (de benzine ging inderdaad ook nog even op de bon). Brodeloos, werkloos. Het kan ook schrijnen, zoals in kinderloos. Een gevoel dat eind 1973 zeker leefde bij degenen die eindelijk een auto hadden en vonden dat ze opeens geen kant meer op konden. Er was een sfeer van 'waar moet het naartoe met de economie en met dat explosieve Midden-Oosten?' En dan kwam Den Uyl nog zeggen dat 'het nooit meer wordt zoals het geweest is'. Ze moesten de kleine man weer hebben.

De meerderheid zweeg echter zoals gebruikelijk en schikte zich in haar lot. Het aantal overtreders in de twee maanden dat dit tijdperk van de autoloze zondag duurde, van 4 november 1973 tot 6 januari 1974, was vrij overzichtelijk. Zo overzichtelijk, dat de kranten op de maandagen uitvoerig konden ingaan op spectaculaire aanhoudingen en onnozele smoezen.

'Na een wilde achtervolging kon de overtreder, een 23-jarige timmerman uit Zwartebroek-Terschuur, worden aangehouden.' 'Een machinebankwerker (25) uit Eindhoven werd om 4.05 uur aangehouden. Zijn verklaring was pech aan zijn auto.' 'En zowaar was er een verdachte, een barkeeper-los arbeider van 22 jaar, die beweerde helemaal niet te weten dat er een zondagrijverbod was.'

Maar degenen zonder auto, of dat nou uit principiële dan wel financiële overwegingen was, hadden op die dagen juist veel lol. Zij waren elke dag van de week autoloos, maar op die zondagen kwam daar een dimensie bij: ze waren opeens ook autovrij, bevrijd van de auto.

Dit was het beeld: kinderen rolschaatsen en knikkeren in de grote steden midden op de weg. Een wandelaar laat zijn hond uit op de vluchtstrook van de E 8. Jongeren zetten twee rijstroken af van rijksweg 6 tussen Amsterdam en Schiphol en houden een picknick op het asfalt. De IJtunnel in Amsterdam wordt gekraakt door fietsers. Het mócht allemaal niet en het was ook niet ongevaarlijk - want mensen met ontheffing mochten nog wel rijden en de politie verbood waar ze kon -, maar het gebeurde, want de euforie was groot.

De laatste jaren komt het heel af en toe voor dat autolozen zich even autovrij voelen. Dat doen ze dan zelf. De overheid heeft er de hand niet in. Dan organiseren De Autolozen naar buitenlands voorbeeld een streetrave. Met fietsen, kinderen, honden en bakfietsen, met zang, dans, vuurvreters en muziek bezetten ze bijvoorbeeld op zaterdagmiddag in Amsterdam een drukke, doorgaande verkeersweg. Dat is illegaal en het moet snel weer afgelopen zijn van de politie want het verkeer moet door.

Morgen is het legaal. De middenstand mort, maar de overheid staat erachter. Wie zijn best doet door alle getut, door alle stoepkrijten voor bejaarden, gebitwerpen voor daklozen en lesbisch touwtrekken heen te zien, ziet dat er een principe achter zit. Het principiële verschil tussen autoloos en autovrij.

Meer over