Het raadsel van de verdwijnende paling

De palingstand neemt in onrustbarend tempo af en niemand weet waarom. Tijd voor zenders en inktvlekken...

Geroutineerd grijpt visonderzoeker Gerard de Laak in de grotekuip half gevuld met water, voor hem op het dek van hetvissersschip Wieringen 43 Sjierkje José. De Laak, van deOrganisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB), draagtaan zijn rechterhand een wollen handschoen, en dat is maar goedook. De uit de kluiten gewassen palingen in de kuip zijn zoëvendan wel versuft met een paar druppels kruidnagelolie in hetwater, waardoor ze niet spartelen, een glibberige paling blíjftlastig vast te pakken.

De OVB-onderzoeker legt elke 'aal' in een meetgoot, schat aande mate van 'zilvering' en de grootte van de ogen of het eentrekkende paling betreft, een 'schier'. De Laak: 'Boven devijftig centimeter zijn het altijd vrouwtjes. Een zilveren palingonder die lengte is een mannetjesschieraal.'

Een half uurtje geleden is de Sjierkje José aangemeerd in dehaven van het Noord-Hollandse Den Oever, en het is op de gurenovembermiddag nog even wachten voordat de plaatselijkevishandelaar langskomt om de dagvangst in te laden. SchipperBert Rotgans van de WR 43 is een van het handvol beroepsvissersdat nog met fuiken, vaste trechtervormige netten waarin vissenargeloos naar binnen zwemmen maar waar ze niet meer uitkunnen,langs de IJsselmeerkant van de Afsluitdijk op paling vist. Ookdit seizoen verleent Rotgans zijn medewerking aan hetNederlands-Duitse onderzoeksproject 'Rijn Schieraal'.

Hij krijgt er een kleine vergoeding voor, maar Rotgans doetvooral mee omdat het hem eigenlijk ook wel benieuwt, wat er aande hand is met zijn broodwinning.

Met de paling in West-Europa gaat het al tijden hard bergaf.De vissoort bevindt zich volgens de internationalenatuurbeschermingsorganisatie IUCN in een 'biologischonverantwoorde' situatie.

Bakkeleien

Waarom het zo slecht gaat met de paling, daar bakkeleienbiologen, vissers en beleidsmakers al tijden over. De intrek vanjonge glasalen is de laatste jaren ongekend laag, dat kan éénfactor zijn.

Kan zijn omdat de Spanjaarden te veel van de diertjes vangen,voor de tapas. Of glasalen zwemmen tegen de vele dammen ensluizen die natuurlijke waterwegen van zee afsluiten.Overbevissing, ook een kandidaat, misschien verergerd door teveel palingverslindende aalscholvers. Al zegt Rotgans: 'Wij ziende vogels zelden met een paling boven komen.'

Een andere mogelijkheid is dat de schieralen die zorg dragenvoor de nieuwe palinggeneraties, onvoldoende de zee weten tebereiken. Aan belemmeringen voor trekkende palingen geen gebrekin de rivieren van het Rijnbekken die voor palingen uit hetDuitse achterland en Nederland de hoofdroute naar zee vormen.Stuwen en sluizen kunnen de vissen tegenhouden en ze lopen kansverhakseld te worden in de turbines van waterkrachtcentrales. Erkan ook iets aan de hand zijn met de gezondheid van palingen. HetRijn Schieraal onderzoek probeert een vinger te krijgen achterde laatste twee mogelijkheden.

De OVB werkt samen met Duitse onderzoekers en hetNoordrijn-Westfaalse Rheinfischereigenossenschaft, eenbelangenvereniging van beroepsvissers langs de Rijn. Die clubvangt jaar in jaar uit schieralen bovenstrooms vanwaterkrachtcentrales in de Moezel, om ze in de Rijn bij Keulenweer uit te zetten. In de nazomer en vroege herfst van 2004, enook dit jaar, zijn door de OVB en de Duitse collega's steeds zesduizend van de losgelaten schieralen aan de buikzijde gemerktmet kleine inktstipjes. Daarnaast kregen in 2004 honderdvijftigen in 2005 honderddertig van de grootste schieralen een zogehetentransponder in de buikholte geïmplanteerd.

De Laak: 'Met de bezoeken aan vissers langs de rivieren enin de buurt van zeesluizen proberen we de inktmerken terug tevinden.' Daarmee valt een 'merk-terugvang' berekening te maken, vertelt hij: 'Wanneer je ervan uit gaat dat de fractie dieren dieje terugvangt uit de gemerkte populatie, even groot is als defractie die je vangt uit de niet-gemerkte populatie, kun jeterugrekenen naar de werkelijke populatiegrootte.'

Meer hightech is het 'telemetrie' onderzoek met transponders.Het maakt gebruik van een netwerk detectiedraden dat dwars overde bodem van de grote rivieren is gespannen. Ooit aangelegd doorzoetwater-onderzoeksinstituut RIZA voor een studie van de trekvan zalmachtigen, telt het systeem twaalf detectiestations langsalle Nederlandse Rijntakken. Geknipt voor hetschieralenonderzoek. De Laak: 'Zwemt een paling boven eendetectiedraad, dan zendt de transponder een uniekeidentificatiecode uit. Een centrale computer registreert depalingpassages.'

Vandaag heeft De Laak geen enkel inktmerk gevonden, en daaraanis hij intussen eigenlijk wel gewend. 'In 2004 hebben we intientallen controles vijf gemerkte dieren gevonden, dit jaar zes.Dat zou kunnen wijzen op een populatie van bijna twee miljoenschieralen in het Rijnbekken. Alleen, statistisch valt er weinighard te maken met zo weinig terugmeldingen.' Hettelemetrieonderzoek is aanmerkelijk succesvoller geweest, verteltDe Laak: 'Ruim de helft van de transponderpalingen is intussengesignaleerd, gemiddeld vijfentwintig dagen na het uitzetten bijKeulen bereiken ze de benedenstroomse gebieden in Nederland. Degrootste deel van de trek gaat via de Waal en waarschijnlijk deNieuwe Waterweg naar zee.'

Waterafvoer

Visbioloog Tim Vriese, voormalig hoofd onderzoek van de OVBen nu werkzaam bij het onderzoeksbureau 'Visadvies', iscoördinator van het Rijn Schieraal onderzoek. Met het in kaartbrengen van de migratieroutes van schieralen valt het lot van depaling wel degelijk te verbeteren, zegt hij: 'Het beeld is datschieralen vooral trekken op maanloze nachten en tijdenspiekafvoeren van rivierwater. Er valt dus te denken aan het metsluizen en dergelijke op gunstige momenten zorgen voor een grotewaterafvoer door de voorkeurroute naar zee. En met kennis van detrekroutes kom je er ook achter waar het best vispassages zijnaan te leggen om waterkrachtcentrales te omzeilen.'

Olga Haenen van het Centraal Instituut voor Dierziektecontrole(CIDC) in Lelystad krijgt geregeld door De Laak een bak metlevende schieralen aangeleverd, afkomstig van een van decontroles bij beroepsvissers. Zo'n tachtig schieralen zijn in hetlab van Haenen onderworpen aan een batterij standaardtesten voorvisziekten. Haenen treft de voor palingen gebruikelijke darm- enzwemblaasparasieten, bacteriën en virussen: 'Maar zeker niet inhoeveelheden die abnormaal zijn voor zo'n dier uit het wild. Mijnindruk van de schieralen is dat ze gezond en vitaal zijn.'

Met de vitaliteit van schieralen zou het toch wel eens tegenkunnen vallen, denkt echter Guido van den Thillart van deUniversiteit Leiden, ook betrokken bij het schieralen project.Maar dan wel lang nadat de palingen Nederland hebben verlaten.In het lab van Van den Thillart lopen experimenten waarinschieralen gesimuleerd trekken door een perspex buis met stromendwater. Het is al gelukt om ze een week nonstop in de buis telaten zwemmen, waarbij een trekafstand van zo'n driehonderdkilometer werd gesimuleerd.

Op basis van metingen voor en na het experiment stelt Van denThillart: 'Schieralen zwemmen heel efficiënt, en halen deoverkant van de oceaan op een vetreserve van 60 gram per kilo.Maar in dat vet zit misschien de kneep - we weten dat relatiefvette palingen extra veel vetoplosbare giftige PCB's bevatten.En PCB's hebben een verwoestend effect op de voortplanting vandieren.'

Meer over