Het is ‘silly season’ in de campagne

Een ding kan Roberton Williams met zekerheid voorspellen. Wie er ook president wordt, ergens tussen verkiezingsdag en de inauguratie op 20 november gaat hij zeggen: ‘In het licht van de verslechterende economie, moeten we onze plannen aanpassen.’..

‘Dan pas geven ze antwoord op de vraag die ze tijdens de tv-debatten ontweken: waar gaat u snijden?’, zegt de econoom van het Tax Policy Center. Dat onderzoekscentrum (een samenwerkingsverband van de Brookings Institution en het Urban Institute) verricht nuttig werk door de plannen van de kandidaten door te rekenen.

In Nederland rekent het Centraal Planbureau alle partijprogramma’s door. Lijsttrekkers moeten ieder dubbeltje verantwoorden, of ze krijgen lastige vragen en stuiten op wantrouwen bij de kiezer. Zo nuchter is Amerika niet. De vragen werden gesteld, meermalen zelfs, maar de kandidaten dansten er omheen.

En neem de infomercial van een half uur, tegelijk uitgezonden op zeven kanalen, waarmee Obama deze week zijn economische plannen nog eens ontvouwde. De kandidaat vertelde de verhalen na van gewone Amerikanen die het nu moeilijk hebben. Indringend was het beeld van de oude vrouw met artritis die haar vingers rechtboog. Zij heeft problemen met haar ziektekosten. En daar was Obama weer, met beloften strooiend of hij in het Witte Huis dadelijk een geldpakhuis aan gaat treffen.

Belastingverlaging voor de middenklasse (85 miljard dollar per jaar), een stimuleringspakket (60 miljard), een ‘leger’ van nieuwe leraren (18 miljard) en groene energie (15 miljard). Hoe gaat hij dat allemaal betalen, vlak na het noodplan van 700 miljard en andere hulp voor banken?

Obama zegt dat hij dekking heeft voor iedere penny, maar experts bestrijden dit. Het geld dat hij denkt vrij te maken door uit Irak terug te trekken heeft hij al drie keer uitgegeven. En zijn belofte dat een gezin jaarlijks 2.500 dollar minder ziektekostenpremie gaat betalen, is gebaseerd op optimistisch ingeschatte besparingen die nog moeten plaatsvinden.

‘Het is silly season in de politiek’, concludeert Roberton Williams, die lang werkte als hoofdanalist van het Congressional Budget Office. McCain is niet veel beter. Want hij belooft ook allerlei belastingverlagingen en ziektekostensubsidies die hij niet kan betalen. Tegelijkertijd hield hij deze week nog vol dat hij zijn begroting binnen vier jaar sluitend heeft. Volgens experts is dat volstrekt onmogelijk.

‘Hij wil het doen door de speciale uitgaven voor de kiesdistricten van de Congresleden (pork-barrel-spending) te schrappen. Maar dat is maar 20 miljard.’ Het Tax Policy Center heeft berekend dat de staatsschuld (2,3 triljoen dollar) onder McCains plannen nog eens met 5 triljoen toeneemt in tien jaar. Bij Obama is dat 3,5 triljoen.

‘We moeten daar eigenlijk echt mee stoppen’, zegt Williams. ‘Voor mij is het niet erg, ik ben dood als de gevolgen gaan bijten. Maar ik maak me zorgen voor mijn kinderen en kleinkinderen.’

De kandidaten moeten, als ze gekozen zijn, voor hun fatsoen nog wel iets van hun beloftes nakomen, zegt Williams. En de plannen bieden ook een goede blik op hun verschillende filosofie. Die is aan beide zijden zeer traditioneel. De Democraat Obama wil de ‘middle class’, waarmee in de VS ook de armen worden bedoeld, ondersteunen. De inkomensongelijkheid, sterk gegroeid onder George W. Bush, wil hij kleiner maken.

McCain belooft belastingverlaging, en voorspelt dat dat leidt tot meer investeringen, groei, en daardoor meer banen. Ook al was hij vroeger een tegenstander van Bush’ belastingverlagingen, nu wil hij nog verder gaan dan de huidige president.

Het is dus de aloude herverdeling tegenover de aloude ‘trickle down’-theorie. Wat werkt beter? Dat is heel moeilijk vast te stellen, zegt Williams, omdat er zoveel factoren meespelen bij economische groei en inkomensstijging.

Als je belastingen verlaagt, krijg je doorgaans inderdaad meer groei. Maar als niet tevens op uitgaven wordt bezuinigd, moet de overheid meer geld lenen, wat het effect teniet kan doen. Ook is het onduidelijk of Obama’s plannen de groei afremmen, zoals McCain beweert. De rijken gaan weer zo veel belasting betalen als onder president Clinton, en dat zal hun investeringsgedrag nauwelijks beïnvloeden, denkt Williams.

Maar het iets grotere vertrouwen van de kiezers dat Obama de economie op het goede spoor kan krijgen, is volgens hem evenmin gerechtvaardigd. ‘Een president heeft geen toverstokje. Hij kan hoogstens bepaald economisch gedrag aanmoedigen.’ Als hij het geluk heeft op het juiste moment te regeren, krijgt hij het applaus. ‘Kiezers stemmen met hun portemonnee, maar in werkelijkheid zie ik niets in de plannen dat de economie zelf beter doet draaien.’

Toch biedt de verkiezingscampagne de gelegenheid te laten zien met welke instincten een president gaat reageren op economische problemen. ‘Het gaat uiteindelijk om persoonlijkheid. De kiezers vragen zich af: heeft hij oog voor mensen zoals ik.’ Op deze vraag scoort Obama steevast veel hoger dan McCain.

Hoe de kandidaten als president zouden regeren, kun je ook zien aan de economische teams die ze om zich heen hebben verzameld. Bij McCain zijn het geen rabiate marktideologen, zegt Williams. Douglas Holtz-Eakin, McCains belangrijkste economische adviseur, is een voorvechter van lagere belastingen. Hij is een alom gerespecteerde econoom, die met Williams in het Congressional Budget Office heeft gewerkt.

En Obama omringt zich inmiddels, ook om zijn gebrek aan ervaring te compenseren, met bekende veteranen uit de welvarende Clinton-jaren: Bob Rubin, Larry Summers en Robert Reich. Zijn naaste economische adviseurs, Jason Furman en Austan Goolsbee, zijn centristische economen.

Op linkse blogs klinkt al kritiek dat ze te rechts zijn. Om McCains waarschuwing dat Obama met de Democratische congresleiding een ‘socialistisch experiment’ gaat doorvoeren, kan Williams alleen maar lachen.

Hij wijst erop dat het Congres uiteindelijk over alle economische politiek beslist. Zelfs als de Democraten hun filibuster-proof meerdeheid van zestig zetels in de Senaat hebben, moeten ze de steun houden van de ‘fiscal conservatives’, een machtige en strenge groep Democratische Congresleden en Senatoren. Bovendien is Obama volgens Williams niet stiekem linkser dan hij zich voordoet, zoals de tegenpartij beweert. ‘Hij is vooral een realist, en zal zich aanpassen aan de omstandigheden.’

Meer over