null

nieuws

Het ECB-beleid vergroot de ongelijkheid juist niet, concludeert de ECB

Beeld Getty Images

Het ‘asociale’ monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft volgens critici geleid tot een nog rijkere bezittende klasse. Drie ECB-economen stellen juist dat de massale schuldenopkoop en negatieve rente de ongelijkheid hebben verkleind.

De monetaire economie mag voor de meeste Nederlanders abracadabra lijken, voor menig gepensioneerde is het duidelijk wie schuld heeft aan zijn of haar stagnerende uitkering: Frankfurt. En dan om precies te zijn: de Europese Centrale Bank (ECB). Met haar onorthodoxe goedkope geldbeleid zou die de ongelijkheid in de eurozone laten groeien. De gelukkige eigenaren van aandelen en vastgoed worden slapend rijk. Maar spaarders mopperen over de lage rente. Om nog maar te zwijgen van de huurders die hun woonlasten zien exploderen.

Zijn die klachten terecht? Nee, beweert de ECB nu zelf op basis van nieuw onderzoek. In een woensdag gepubliceerd verslag stellen drie economen van de centrale bank dat áls er al een effect is op de welvaartsverdeling, het precies omgekeerd is. Het omstreden beleid van eerst Mario Draghi en nu president Christine Lagarde heeft de kloof tussen rijk en arm juist verkleind.

Stortvloed aan euro’s

Om de tobbende economie te stimuleren, kocht de ECB de afgelopen jaren voor meer dan 3.800 miljard euro aan schulden op van overheden en grote bedrijven. Een van de belangrijkste rentepercentages werd negatief gemaakt. Dat zulke drastische ingrepen winnaars en verliezers opleveren, ontkennen de onderzoekers niet. De vraag is alleen hoe het onder de streep uitpakt.

ECB-president Christine Lagarde. Beeld Getty Images
ECB-president Christine Lagarde.Beeld Getty Images

Dat blijkt mee te vallen. Zo zorgt de stortvloed aan verse euro’s inderdaad voor stijgende prijzen van aandelen en obligaties. Dat lijkt goed nieuws voor de elite. Maar, stellen de onderzoekers, zes op de tien huishoudens in de eurozone heeft een woning. Ook die wordt rap meer waard. Tel daarbij op de dalende hypotheekrente – in Nederland van gemiddeld 4,75 procent tien jaar geleden naar 2,58 procent nu – en het wordt duidelijk dat de middenklasse als geen ander profiteert.

Ten derde maakt goedkoop geld het aantrekkelijker voor bedrijven om te investeren. Dat levert banen op. Het zijn de minst verdienenden die hier het meeste baat bij hebben, met een gemiddelde inkomensstijging van maar liefst 3 procent. Conclusie: het proletariaat mag Frankfurt dankbaar zijn. ‘In veel ontwikkelde economieën stijgt de ongelijkheid sinds een aantal decennia’, stellen de ECB-economen, maar dat is ‘vooral het gevolg van andere factoren dan het monetaire beleid.’

Zeepbellen

Einde discussie? Dat lijkt onwaarschijnlijk. De ECB heeft vaker geprobeerd de kritiek op haar ‘asociale’ beleid te ontkrachten. Begin 2019 concludeerden haar onderzoekers al dat het ‘de ongelijkheid in de eurozone niet heeft vergroot’. Economen van De Nederlandsche Bank (DNB) toonden zich een jaar eerder, in een overzichtsstudie van de bestaande literatuur, minder stellig. Het is mogelijk dat onorthodoxe maatregelen als schuldaankopen voor meer banen zorgen, maar ze kunnen ‘de ongelijkheid ook vergroten door de prijzen van activa op te drijven’. Met ‘activa’ bedoelen zij bezittingen als aandelen.

Een heikel punt is in hoeverre de stijging van de werkgelegenheid, of het behoud daarvan tijdens de coronacrisis, op het conto van de ECB mag worden geschreven. ‘Bovendien kan al dat goedkope geld op de langere termijn tot zeepbellen op de financiële markten leiden’, reageert Casper de Vries, hoogleraar monetaire economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Als die uiteen spatten, gaan er heel veel banen verloren. Dan zou de ongelijkheid juist groeien.’

Ook lastig: lang niet alle Europeanen zijn huiseigenaar. In Nederland huurt ongeveer vier op de tien huishoudens. Zij hebben niks aan de dalende hypotheekrente of de stijgende huizenprijzen. Integendeel: doordat vastgoed meer waard wordt, mogen ook de huren sneller stijgen. Huurders zijn hierdoor gemiddeld ruim 38 procent van hun besteedbaar inkomen aan woonlasten. Bij huiseigenaren is dat slechts 29 procent.

Overigens erkent de ECB dat veel afhangt van de precieze kenmerken van een huishouden. Een huurder met aanvullend pensioen, zonder studielening of riante aandelenportefeuille kan dus wel degelijk last hebben van de maatregelen. Maar, vatten de onderzoekers samen: ‘De versoepeling van het monetaire beleid lijkt alles bij elkaar de economische ongelijkheden de afgelopen jaren te hebben verkleind’.

Meer over