AnalyseCoronasteun horeca

Het coronamysterie: overal luiden noodklokken, maar niemand gaat failliet

Gesloten horeca in Den Haag. Beeld Arie Kievit / de Volkskrant
Gesloten horeca in Den Haag.Beeld Arie Kievit / de Volkskrant

De overheid komt komende week met nieuwe miljardensteun en het aantal ondernemers dat over de kop gaat daalt zelfs. Toch is het volgens winkeliers, café-eigenaren en andere ondernemers nu al maandenlang vijf voor twaalf. Hoe kan dat?

Verklaring 1: Ondernemers die niet klagen, worden overgeslagen

Het verlengen van de lockdown is de nekslag voor kledingwinkels, restaurants en reisorganisaties, klonk het deze week. Net zoals een maand geleden de noodklokken luidden. En in het voorjaar, toen Nederland voor het eerst op slot ging. Toch gingen nooit eerder deze eeuw zo weinig ondernemers over de kop als in 2020. Slechts in enkele sectoren noteert het CBS een bescheiden stijging, voorop de horeca (+39).

Ook bij de banken, die via hun afdelingen bijzonder beheer zicht hebben op de financiële gezondheid van ondernemingen, blijft het rustig. ‘We zien nog steeds nauwelijks toename in de instroom van Nederlandse mkb-klanten’, laat een woordvoerder van Rabobank weten. Een zegsman van ING bevestigt dat beeld.

Overdrijven de ondernemers dan? Geen enkele deskundige die dat wil stellen, want de faillissementen en werkloosheid zullen dit jaar stijgen. Maar het voorspelde bloedbad wordt pas werkelijkheid als de overheid haar steunmaatregelen staakt. Daar ligt meteen een verklaring voor de moord en brand schreeuwende brancheorganisaties: wie in stilte voortploetert, grijpt naast de subsidiepot. Zo dreigde de eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro eind maart aan de winkeliers voorbij te gaan, omdat die open mochten blijven. Branchevereniging INretail begon op een zaterdagochtend haar lobby in de media en kreeg diverse Tweede Kamerleden mee. Nog diezelfde avond werd de regeling ook voor de retail opengesteld.

Verklaring 2: De steunpakketten doen hun werk niet

Het waren grote woorden over diepe zakken, tijdens de allereerste persconferentie over de coronasteun. In ijltempo werden ongekende noodmaatregelen uit de grond gestampt, waarvan de belangrijkste de NOW is - die bij een omzetverlies van meer dan 20 procent tot maximaal 90 procent (nu 80 procent) van de loonsom zou dekken.

Juist vanwege de urgentie is de steun zo generiek mogelijk. En dan blijkt al snel: één maat zit niemand als gegoten. De brievenbus van minister Koolmees stroomde de voorbije maanden vol met noodkreten van ondernemers die weinig zeggen te merken van de beloofde ruimhartigheid. Zoals de startende ondernemer die geen omzet over 2019 kan aantonen en volledig misgrijpt. Bovendien dekt de regeling nooit de volledige loonkosten: de werkgever moet altijd iets bijbetalen uit bedrijfsreserves. ‘Dat ontbrekende deel is misschien maar een klein stukje’, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. ‘Maar over deze lange tijd is dat een heel stuk.’

Toch betekent dat volgens Wilthagen niet dat de overheid te weinig doet. ‘Je kunt hooguit het virus verwijten dat het te veel doet.’ Want de steun treft doel: Nederland is na Zweden het land waar de minste banen verloren zijn gegaan. Daarnaast gaat de uitbetaling relatief snel. Waar Duitse ondernemers al sinds november zitten te wachten op hun geld, had uitkeringsinstantie UWV een maand na het sluiten van de derde steunronde alle werkgevers een voorschot betaald. ‘Bovendien speelt er ook een macro-economische afweging’, zegt Wilthagen. ‘Moet je de staatsschuld onbeperkt laten oplopen voor toekomstige generaties om in het heden alles te redden?’

Verklaring 3: Ongezien in het schuldenmoeras

De overheid steunt ruimhartig - maar niet alle kosten worden vergoed. Bedrijven noemen de verlengde lockdown een ‘mokerslag’, maar gaan stug door. Dat betekent dat zij toch nog ergens geld vandaan weten te schrapen. Hoe? Ondernemers zeggen in te teren op hun reserves, spaar- en pensioenpotten. Maar er is nog een andere manier, ziet Robin Schilder, partner bij BDO, een grote accountantsorganisatie die vooral mkb’ers bijstaat. ‘Rekeningen aan toeleveranciers worden later, niet, of in stukjes betaald. En de overheid is heel genereus. Belastingschulden mogen over een periode van drie jaar worden afbetaald. Iets soortgelijks gebeurt met te veel ontvangen looncompensatie.’ Alleen al tijdens de eerste lockdown kreeg 60 procent van de werkgevers meer NOW-subsidie dan waar zij recht op hadden.

Ook de banken gaven tot voor kort aflossingspauzes. Winkelketens als Hunkemöller betalen geen huur meer. Reisorganisaties susten hun klanten met vouchers. Alles bij elkaar vormen die uitgestelde rekeningen eigenlijk een reusachtige schuldenberg. Al in november sprak voorzitter Chris Buijink van de Nederlandse Vereniging van Banken zijn zorgen uit over die ‘mogelijk verborgen’ verplichtingen.

Dus dit is toch de stilte voor de storm? Absoluut, zegt Schilder van BDO. Maar voordat een schuldeiser faillissement aanvraagt, moet volgens hem ook het laatste sprankje hoop verdwenen zijn. ‘Want een toeleverancier staat bij een bankroet achter in de rij, ná de belastingdienst en de banken.’

Meer over coronasteun

‘De collectie die nu onderweg is uit China, kan over drie maanden naar de kledingbank’
Propvolle magazijnen, doorlopende huren, een hoog ziekteverzuim. Mieke van Deursen, oprichter van modeketen Shoeby, is ten einde raad. ‘Ik voel me door de regering in de steek gelaten.’

Van horeca, tot vuurwerkbranche, van luchtvaartmaatschappijen tot nertsenfokkers, alom krijgen branches financiële steun van de overheid. We spreken zeven personen uit zeven branches. Hoeveel krijgen ze? En vinden ze dat de miljarden eerlijk worden verdeeld?

Twee horeca-ondernemers leggen hun boeken op tafel: alleen maar rode cijfers.

‘Geen zorgen, er gaat vast íets mis’, zei UWV-bestuurder Fred Paling bij het openen van het digitale loket voor noodsteun.

Meer over