‘Het autoritaire kapitalisme komt op’

Investeerders en consumenten zoeken ‘de beste deal’. Met alle gevolgen van dien...

Van onze verslaggevers Fokke Obbema,Yvonne Zonderop

Een betere timing is moeilijk denkbaar. Deze week was de 61-jarige Robert Reich, oud-minister van Arbeid onder Bill Clinton, in Nederland om zijn nieuwe boek Superkapitalisme te presenteren. De wereldeconomie is in een nieuwe fase beland, betoogt hij, nu investeerders en consumenten in toenemende mate de hele wereld als hun markt zien. Dat heeft grote gevolgen voor maatschappelijke waarden, zoals een sociale samenleving en de zorg voor het milieu.

Dat investeerders wereldwijd naar het hoogste rendement op zoek zijn, werd deze week spectaculair geïllustreerd. Staatsfondsen uit Koeweit en Singapore schoten met miljarden dollars in problemen geraakte, grote Amerikaanse banken te hulp. In ruil eisten ze een hoog dividend: 7 procent per jaar, ongeacht de winst van de banken. De grootmachten van Wall Street staan nu in het krijt bij fondsen uit veel minder democratische landen dan de Verenigde Staten.

Maar het zijn niet de politieke implicaties die Robert Reich dwars zitten. Hij beziet die ontwikkeling als een uiting van een mondiaal financieel systeem dat door veel mensen verkeerd wordt beoordeeld, vindt hij. Het geeft geen pas beschuldigend te wijzen naar flitskapitalisten, topmanagers of oliestaten, zo betoogt hij, want we blazen allemaal ons partijtje mee in een systeem dat zich in één richting beweegt: naar hogere productiviteit, maar minder democratie.

Als consumenten en investeerders varen we daar wel bij, maar als burgers raken we daardoor op achterstand, stelt Reich. Want in de zucht naar rendement en lage prijzen delven maatschappelijke doelen op den duur het onderspit.

‘Een bedrijf dat meer geld uitgeeft aan hogere lonen of aan een beter milieubeleid komt op achterstand in het huidige internationale krachtenveld. Het verliest marktaandeel en riskeert te worden overgenomen of in handen te komen van opkoopfondsen.

‘Dat is de trend. In Nederland ben ik deze week mensen tegengekomen die zeggen dat bedrijven hier meer sociale verantwoordelijkheid aan de dag leggen dan bedrijven in de Verenigde Staten. Dat is mooi, maar ik vrees dat het voor die Nederlandse bedrijven lastiger zal worden dat vol te houden als gevolg van de wetten van het superkapitalisme.’

U zegt: bedrijven kunnen zich amper verweren tegen de druk van het kapitaal. Onderschat u hen niet?

‘Nee, want het mondiale kapitaal regeert. Dat is geen waardeoordeel, maar een feit. Mondiaal opererende investeerders, ongeacht of ze uit de VS, China, Europa of het Midden-Oosten komen, willen nu eenmaal een steeds hoger rendement. Tegelijkertijd stellen consumenten wereldwijd ook steeds hogere eisen, nu ze via hun computer alle aanbiedingen kunnen vergelijken. Ik zie deze trends als onomkeerbaar.

‘Het antwoord daarop moet zijn dat we onze publieke instituties versterken. Zij moeten regels stellen ter behoud van maatschappelijke waarden, zoals de zorg voor het milieu. Ik denk niet dat je van bedrijven kunt verwachten dat ze bijvoorbeeld in hun eentje de opwarming van de aarde teniet doen.’

Toch zijn allerlei bedrijven serieus bezig met duurzaamheid.

‘De gevoelens van topmannen die dat doen, zijn ongetwijfeld oprecht. Maar ze zullen heus geen verlies van marktaandeel willen riskeren of investeerders afschrikken omwille van een mooi sociaal idee. Ze zullen hooguit vragen om wetgeving en dat onderschrijft mijn betoog van het belang van publieke instituties. Want alleen wetgeving kan ervoor zorgen dat bedrijven vanuit dezelfde uitgangspositie concurreren.

‘Zonder wetten of verdragen zijn bedrijven in het geheel niet gedwongen ook maar iets te doen aan hun kooldioxide-uitstoot. Bedrijven worden niet vrijwillig groen. Als ze dat doen, is het vanuit pr-overwegingen.’

Een bedrijf als Shell investeert in allerlei alternatieve energiebronnen. Als het daarmee geld kan verdienen, is dat toch goed voor iedereen?

‘Neem British Petroleum. Dat noemt zich tegenwoordig BP, en afficheert zich als ‘Beyond Petroleum’ (de olie voorbij, red.). Maar als je het uitzoekt, blijkt een miniem deel van hun investeringen naar alternatieve energievormen te gaan. Dat is overigens wel begrijpelijk. Best mogelijk dat over vijftig jaar alternatieve energiebronnen meer rendement opleveren dan gewone olie, maar nu is dat nog niet het geval.’

Kunnen grote beleggers zich niet anders opstellen dan u suggereert. In Nederland zijn grote pensioenfondsen als ABP en PGGM hun beleggingen tegen het licht gaan houden na beschuldigingen over beleggen in clusterbommen.

‘Zijn dat publieke fondsen? Dat scheelt, want die moeten publiek verantwoording afleggen. Maar hoe moeten ze bepalen welke investeringen wel en welke niet door de beugel kunnen? Neem duurzaamheid. Sommigen vinden dat kernenergie een goed alternatief is, anderen niet. Wie heeft gelijk? Hoe kunnen bestuurders van een fonds daar tussen kiezen?’

Kunnen burgers met hun beleggingen de gang van zaken niet bijsturen?

‘Amerikaans onderzoek toont aan dat slechts een handvol beleggers genoegen neemt met een lager rendement vanwege sociaal of milieuvriendelijk beleid.

‘Neem de hoogleraren aan de Amerikaanse universiteiten. De meesten van hen zijn oprecht bezorgd over het milieu en de groeiende sociale ongelijkheid. Maar een grote meerderheid stopt zijn spaargeld in een beleggingsfonds dat daarmee helemaal geen rekening houdt. Hun pensioen gaat voor. Dat is de oncomfortabele realiteit.’

U beklemtoont het belang van de overheid. Maar mensen hebben tegenwoordig bepaald geen hoge pet op van politici en ambtenaren.

‘Democratie is breekbaar, net zo goed in de VS als in Europa. Daar is niet één oplossing voor. Ik denk dat verschillende landen en verschillende culturen daar hun eigen antwoord op moeten vinden. Nederland zal zich moeten blijven bekommeren om de Europese Unie, want daar wordt de belangrijkste regelgeving voor bedrijven bepaald.’

‘Ik weet dat de EU er bij sommigen niet zo goed op staat. Ze doen er verstandig aan zich te beperken tot de grote vragen en de rest over te laten aan lokale overheden. Maar ik zie domweg geen alternatief voor de EU in het licht van het mondiale kapitalisme.’

Kan bewust consumeren geen ander gedrag bij producenten afdwingen?

‘Uit onderzoek blijkt dat de meeste consumenten niet bereid zijn iets op te offeren of meer te betalen voor producten die onder betere omstandigheden vervaardigd zijn. Ze leggen geen verband tussen hun aankopen en maatschappelijke vraagstukken. Als ze die relatie beter begrepen, zouden ze misschien vaker bewust consumeren.’

‘In Amerika worden veel burgers om de tuin geleid door bedrijven die zich groen voordoen. Daardoor krijgen ze het idee dat ze zelf niet veel hoeven te doen aan het klimaatprobleem, want het bedrijf doet al zoveel.

‘Het onderliggende probleem is dat niemand wil horen dat we onze manier van leven zullen moeten aanpassen. Er is geen politicus die dat de burgers durft te vertellen. We maken onszelf wijs dat je alles tegelijk kunt hebben: een hoge levensstandaard, goedkope producten en goede sociale doelen.

‘Maar dat kan niet. Er zijn afwegingen, al wil niemand dat toegeven. Lage prijzen voor producten stuwen de lonen omlaag. En als we onze boeren blijven subsidiëren hebben ontwikkelingslanden geen toegang tot de wereldmarkt.’

Veel mensen denken: waarom zou ik inleveren terwijl topmanagers vele miljoenen incasseren, zelfs als ze slecht presteren.

‘Dat is zo. En in Amerika is de verdeling nog veel oneerlijker. Maar er is nu eenmaal een wereldmarkt voor talent. Bedrijven zijn in concurrentie om de beste topmannen.

‘Net zoals Tom Hanks tegenwoordig 40 miljoen kan vragen voor een hoofdrol in een film, kan de leider van een groot concern 10 tot 40 miljoen dollar per jaar verdienen. Dat maakt het nog niet rechtvaardig. Maar de enige manier om dat te veranderen is hogere inkomstenbelasting. Het is een illusie te denken dat de markt dit probleem kan oplossen.’

Doet de opkomst van China en India de druk toenemen?

‘Jazeker. De middenklassen in China en India sparen veel en willen ook een goed rendement. En kijk maar naar het belang van de Chinese staatsfondsen.

‘In de komende tien jaar voorzie ik de opkomst van een nieuw soort kapitalisme: het autoritaire kapitalisme. China belichaamt dat. Democratie is niet meer vanzelfsprekend. De vraag die op ons afkomt, luidt: geven we de voorkeur aan een hoge welvaart, maar dan zonder veel maatschappelijke inbreng?

‘Ik denk dat het democratische kapitalisme uiteindelijk wel wint, als mensen begrijpen voor welke keuze we staan. Mijn zorg is vooral dat mensen zich dat niet realiseren. Het mondiale kapitalisme heeft de wereld veel voordeel gebracht, maar de maatschappelijke kosten zijn ook hoog. Worden mensen daar zo ongelukkig van dat ze vatbaar worden voor demagogen, die de schuld geven aan de armen, aan Wall Street, aan het kapitalisme of aan minderheden? Dat zou zorgelijk zijn, want er staan voldoende demagogen klaar.’

Meer over