Profiel

Henry Kravis: de ultieme ‘barbaar aan de poort’

Henry Kravis is de legendarische mede-eigenaar van het gevreesde KKR, dat bedrijven opkoopt om ze met zoveel mogelijk winst weer te verkopen. Een model dat inmiddels heel gewoon is.

Henry Kravis, mede-eigenaar van KKR, in New York, april 2015. Beeld Ben Baker/Redux
Henry Kravis, mede-eigenaar van KKR, in New York, april 2015.Beeld Ben Baker/Redux

‘Barbaren aan de poort’ is de gevleugelde uitdrukking geworden voor investeerders die, vaak met geleend geld, een bedrijf overnemen, saneren en vervolgens voor zoveel mogelijk geld weer verkopen. Henry Kravis (77) was de ultieme barbaar. Maandag maakte hij zijn vertrek bekend bij KKR, de firma die het investeringsmodel bekend en berucht maakte.

Kravis, de grondlegger van bedrijfsovernames met behulp van private equity, werd berucht omdat na het opkopen de ingrepen bij de bedrijven soms keihard waren, met massaontslagen als gevolg, en de daaropvolgende uitverkoop van onderdelen tenenkrommend. Hij kreeg de reputatie van de ultieme aasgier, die zijn naam vestigde in een tijdsperiode van ongekende hebzucht en zelfverrijking.

Recordbod

Kravis maakte eind jaren tachtig naam, toen de internationale zakenwereld met argusogen de overname volgde van de tabaks- en voedingsmiddelengigant RJR Nabisco. Met een recordbod van 31,4 miljard dollar won KKR (Kohlberg, Kravis, Roberts). Het was toen het hoogste bod ooit op een beursgenoteerd bedrijf. Van de overnamesom werd 90 procent gefinancierd met de uitgifte van junkbonds (rommelobligaties). En het was het begin van de private equity-boom die wereldwijd om zich heen greep en nu verantwoordelijk is voor een groot deel van fusies en overnames.

De wereld was stomverbaasd dat een volslagen unknown zo’n groot conglomeraat kon kopen. Kravis werkte voor het effectenkantoor van Bear Stearns toen hij in 1976 met 400 duizend dollar aan kapitaal een eigen fonds oprichtte, samen met zijn neef George Roberts en Wall Street-bankier Jerome Kohlberg. Bij de overname van RJR Nabisco was Kohlberg al weg en had Kravis de leiding.

Hij behoorde tot degenen die volgens critici ‘met hun neppe junk-bonds’ grote Amerikaanse bedrijven de vernieling in hielpen. Toenmalig ceo Frederick Ross Johnson van RJR Nabisco sloot een geheime deal met een andere zakenbank om de overname te voorkomen, maar de olie en pek die hij over de barbaren wilde uitstrooien was vooral bedoeld voor eigen gewin. ‘Game of Greed’ (Spel van de hebzucht) noemde Time het. Uiteindelijk lieten de commissarissen de hypocriete Ross Johnson vallen.

Roofzuchtig figuur

In 1989 verscheen het boek Barbaren aan de Poort – naar de woorden waarmee bij RJR Nabisco voor Kravis en de zijnen werd gewaarschuwd – over de overnamestrijd. Velen noemen dit het beste zakenboek ooit. Kravis wordt erin beschreven als een ijzig, humorloos en roofzuchtig figuur. ‘De strijd tegen dat imago kan ik niet meer winnen’, zei hij later vaak.

Drie jaar later kwam de filmklassieker met dezelfde titel, waarin de rol van Henry Kravis werd gespeeld door Jonathan Pryce, bekend van de Pirates of The Caribbean-trilogie en de serie Game of Thrones. Schrijver Tom Wolfe zou het karakter van de hoofdpersoon in zijn beroemde boek The Bonfire of the Vanities (Het vreugdevuur der ijdelheden) hebben gebaseerd op Henry Kravis en het spectaculaire optrekje dat hij met zijn tweede vrouw bewoonde.

Kravis kreeg in 2006 van The Economist al het advies om op te stappen. Maar dat wilde hij niet. Het lelijke gezicht van de periode van hebzucht wilde weggaan als het redelijk gezicht van het moderne kapitalisme. Hij ontpopte zich als filantroop, een gematigd Republikein en kunstliefhebber. Hij veranderde zijn toon. ‘Als je niet integer bent, dan heb je niets. Integriteit kan je niet kopen. Ook als je alle geld van de wereld hebt, heb je niets zonder moraal en ethiek.’

Saneren en verkopen

Hij bleef echter KKR leiden en bedrijven opkopen, saneren en verkopen: niet alleen in de VS, maar overal ter wereld. In Nederland kocht KKR onder meer Vendex/KBB, Q-Parks en niet zo lang geleden de margarinepoot van Unilever. Het was ook betrokken bij de overnames van uitgever VNU en de halfgeleidersdivisie van Philips.

Kravis ontkende altijd dat private equity per definitie bedrijven en banen vernietigt. ‘Private equity leidt juist tot waardecreatie. Het heeft economische en sociale voordelen, schept werkgelegenheid en bevordert innovatie en research.’ Hij betoogde zelfs dat private equity goed was voor alle stakeholders – niet alleen aandeelhouders, maar ook werknemers, klanten en leveranciers.

Voor jonge bedrijven die de omslachtige beursgang niet willen, kan private equity ook een uitkomst zijn. Inmiddels is de waarde van de bedrijven die KKR in portefeuille heeft meer dan 200 miljard dollar waard. ‘Er is nog grote behoefte aan private gelden om ondernemingen te helpen. En KKR heeft daarom 45 jaar na de oprichting nog veel potentie’, zei Kravis maandag.

Maar veel Amerikanen zijn niet anders over hem gaan denken. Kravis stak zijn rijkdom – hij is goed voor een vermogen van 6 miljard dollar – ook nooit onder stoelen of banken. In 2007 verscheen nog de film The War on Greed, Starring the Homes of Henry Kravis, waarin zijn verdiensten in seconden worden vergeleken met die van een eenvoudige horecamedewerker in een jaar. Aan het einde van de film wordt een jonge vrouw gevraagd wat ze zou doen als ze een etmaal in Kravis 28 kamers tellende appartement aan Park Avenue mag wonen. ‘Ik zou alles op eBay zetten en de opbrengst aan goede doelen geven.’

3 x Henry Kravis

‘Feliciteer ons niet als we een bedrijf opkopen. Iedere gek kan met voldoende geld een bedrijf opkopen. Feliciteer ons als we het weer verkopen en er waarde aan hebben toegevoegd.’

‘Een echte entrepreneur is iemand die geen vangnet onder zich heeft liggen. Er is niets fout aan vallen. Richt jezelf op en probeer het weer. Je weet nooit hoe goed je bent als je geen mislukking durft te riskeren.’

‘We hebben een portefeuille van de meest gediversifieerde bedrijven: televisiestations en kabeltelevisie, olie en gas, consumentenproducten en industriële producten. Als ik ergens iets over wil weten, heb ik de mogelijkheid. Dat is zo mooi van onze portefeuille. Ik kan naar een fabriek gaan en met het management praten en er iets van leren. Dat verveelt nooit.’

Meer over