ColumnFrank Kalshoven

Heiligt rond Shell het doel de middelen? Daar hou ik niet zo van

null Beeld

De rechtbank vonniste deze week dat Shell zijn CO2-uitstoot in 2030 met 45 procent moet hebben teruggedrongen. Dit werd uiteraard gevierd als een eclatante overwinning door al degenen die het klimaatbeleid een warm hart toedragen. ‘Historisch’ werd het vonnis genoemd, en misschien wel terecht als mocht blijken dat na Shell ook andere grootuitstoters zulke vonnissen gaan horen, en deze standhouden voor de hoogste rechters.

Ik heb er moeite mee. Ik zal uitleggen waarom.

Niet, voor de goede orde, omdat ik een klimaatontkenner ben. Integendeel, noem me gerust een klimaatgekkie.

Wel, in de eerste plaats, omdat in dit vonnis de rechters op de stoel van politici zijn gaan zitten. De uitspraak is gebaseerd op een zorgplicht van Shell inzake mensenrechten. Dat is een glibberig pad, temeer daar de rechtbank constateert dat het bedrijf zich overigens aan de wet houdt.

Overheden, is de koninklijke weg, moeten (ook) mensenrechten netjes uitwerken in wetgeving waar burgers en bedrijven dan aan zijn gehouden. Wie zich aan die (lagere) wetten houdt, zou als burger en bedrijf gevrijwaard moeten zijn van een beroep dat wordt gedaan op mensenrechten.

Nu gaat het om Shell, een groot bedrijf met diepe zakken, en bovendien om het klimaat. Maar laten we het eens dichter bij huis zoeken. Bij de mensenrechten hoort ook een ‘voedselrecht’, en terecht natuurlijk. Maar u zou toch raar opkijken als de rechtbank zegt dat dakloze Harry voortaan een keer per week bij u moet komen eten. Ja, zegt de rechtbank, het is een mensenrecht, en u bent verplicht uw bijdrage te leveren. Dan is het plotseling niet meer zo grappig dat de rechter op de stoel van de ­politiek heeft plaatsgenomen.

Dit vonnis is dan ook niet te vergelijken met die eerdere geruchtmakende uitspraak in de zaak van Urgenda tegen de Staat der Nederlanden. Urgenda eiste simpel dat de staat zich aan de eigen wetten zou houden. Dat vond de rechter natuurlijk ook. Zo hoort het recht te werken.

De tweede reden waarom ik moeite heb met de uitspraak is dat die uitsluitend betrekking heeft op de eigen CO2-uitstoot door het bedrijf. Níét op de CO2-uitstoot door de kopers van benzine, diesel, kerosine, gas. Dat is gek. Oliewinning is weliswaar een zeer energie-intensieve industrie – Shell verstookt heel wat benzine om een liter benzine te produceren – , maar de CO2-uitstoot hiervan is natuurlijk maar een fractie van de uitstoot die de klanten van het bedrijf op hun conto moeten schrijven. Hier heeft de rechtbank blijkbaar geen problemen mee.

Hoe potsierlijk dit kan uitpakken bleek uit de reactie van Schiphol op het vonnis. Nee hoor, Schiphol verwachtte geen problemen want koerste rechtstreeks op het doel af om klimaatneutraal te gaan werken. Schiphol klimaatneutraal? Ja, de luchthavenorganisatie zelf. De klanten zijn een ander verhaal: de luchtvaartmaatschappijen vliegen (vooral) op kerosine.

Dus als Shell een elektrische boortoren uitvindt, de ­vaten per zeilboot naar Pernis vervoert, waar de olie met behulp van windenergie wordt geraffineerd, is er wat de rechtbank betreft verder niets aan het handje. Absurd.

Maar dat is helemaal niet onze bedoeling, zullen de rechters denken. Wij deden slechts uitspraak in de zaak die ons was voorgelegd. Ja precies, en ga dan ook niet op de stoel van beleidsmakers zitten, zou dan het antwoord moeten zijn.

Heiligt het doel de middelen? Daar houd ik niet zo van. Dit middel heeft een nare bijsmaak.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over