Heffing werkt goed in milieubeleid

Economische maatregelen werken het best om een passend milieugedrag te stimuleren. Althans, 'er is geen bewijs te vinden voor de stelling dat de uitgangspunten van dergelijke maatregelen fout zijn', zo formuleert rijke-landenclub OESO zijn mening in een gisteren verschenen rapport....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De Parijse studieclub vindt eigenlijk dat veel meer onderzoek nodig is naar het effect van economische maatregelen. Dat geldt niet alleen voor milieupolitiek, maar ook voor allerlei andere soorten beleid die de overheid probeert met subsidies en heffingen tot stand te brengen. De OESO houdt zich sinds zes jaar bezig met het onderwerp milieu, en komt op dit moment niet verder dan bovenstaande voorzichtige conclusie.

Voorstanders van economische beïnvloeding stellen vaak dat dergelijk beleid effectiever en efficiënter zou zijn dan een uitgebreid systeem van wettelijke ge- en verboden. 'Vaak zijn dergelijke stellingen niet meer dan geloofsartikelen', aldus de OESO. 'Een geloof echter dat tot dusverre niet wordt weersproken door een grote hoeveelheid empirisch bewijs', voegen de onderzoekers daaraan toe. 'Hoewel de these niet bewezen kan worden, is het duidelijk dat de antithese - namelijk dat regulering beter is dan economische beïnvloeding - nog veel moeilijker te bewijzen zou zijn', schrijven de onderzoekers in hun rapport Evaluating economic instruments for environmental policy.

Ondanks al deze voorbehouden, komt de OESO toch tot een conclusie: 'In veel gevallen kunnen we aantonen dat economische instrumenten effectief zijn geweest.' Heffingen op uitstoot en vervuiling bijvoorbeeld blijken meestal wel te werken. 'Zulke heffingen worden niet simpelweg als kosten opgenomen in de boekhouding en doorgegeven aan de gebruiker.' Meestal is het resultaat dat in ieder geval deels ook maatregelen worden genomen die tot doel hebben de heffingen te drukken.

De onderzoekers halen het voorbeeld aan van de zuiveringslasten in Nederland. Deze heffing werd volgens de onderzoekers in eerste instantie ingevoerd als een instrument om de waterzuiveringsinstallaties te financieren. Inmiddels kan echter ook een milieu-effect gemeten worden. Volgens ander onderzoek zou een tariefsverhoging van 1 procent een reductie in de mate van vervuiling van 0,5 tot 1 procent tot gevolg hebben.

Een ander voorbeeld waar heffingen goed lijken te werken, is dat van de afvalstoffen. Het blijkt dat gemeenten die hun inwoners laten betalen voor het ophalen van hun huisvuil - door een heffing op de vuilniszak - in totaal minder afval produceren. 'Er is soms een negatief neveneffect zichtbaar, namelijk dat de illegale stort toeneemt, maar dit is slechts beperkt van omvang.'

Buiten een systeem van heffingen en subsidies, is er nog een ander belangrijk economisch instrument om milieubeleid te voeren: dat van quoteringen en emissierechten. Voorbeelden zijn het visserijbeleid in de Europese Unie (vissers mogen niet de hele zee leegvissen maar een bepaald quotum) en het mestbeleid in Nederland, waardoor per hectare maar een bepaalde, maximale hoeveelheid mest op het land mag terechtkomen.

Quoteringen en emissierechten hebben het meeste effect op het milieu als ze verhandelbaar zijn, anders gezegd, als de boer met zijn mestrechten de markt op kan en ze kan verkopen aan andere gegadigden. Dat dwingt de gebruikers van deze emissierechten om een evenwicht te vinden tussen de kosten van effectieve milieu-investeringen enerzijds, en de opbrengst van emissierechten op de vrije markt anderzijds. Met zo'n beleid wordt het milieu het best gediend, zo denkt de OESO.

Een onbedoeld gunstig effect van het 'economisch instrumentarium' is verder dat de overheid en andere toezichthouders op de uitvoering van het milieubeleid gedwongen worden om goed zicht te houden op die uitvoering en het ook regelmatig moeten evalueren. Om emissierechten te kunnen heffen, moet er een goed systeem bestaan om de emissies te meten, en dat betekent weer dat er meer kennis beschikbaar komt over de aard van de milieuvervuiling.

Meer over