ColumnPeter de Waard

Heeft elk bedrijf op dit moment een Kodak-dilemma?

‘Het is niet de sterkste van de soort die overleeft, noch de meest intelligente. Het is ­degene met het grootste aanpassingsvermogen bij veranderingen’, concludeerde Charles Darwin.

Bedrijven weten dat en zijn ook continu bezig te evolueren. Maar soms gaat dat proces te langzaam of is het geen oplossing. Met name als de markt volledig wegvalt. Dan moet het roer worden omgegooid. Het bestaande verdienmodel gaat bij het oud vuil en er moet een ­totaal nieuw verdienmodel worden bedacht.

Deze week lukte het Kodak dat te doen. De hele wereld dacht dat de bekendste producent van fotorolletjes en camera’s met de opkomst van de digitale fotografie allang ten onder was gegaan, maar het bleek nog een kwijnend bestaan te leiden in de marge van de Amerikaanse effectenbeurs.

In 2012 was het weliswaar failliet verklaard, maar het wist nog een doorstart te maken als producent van digitaal printpapier en het uitlenen van de merknaam. Dat leek op een verlengen van de doodsstrijd. Het bedrijf dat ooit met 120 duizend werknemers een van de grootste Dow-fondsen was, stelde met vijfduizend personeelsleden niet veel meer voor. De beurskoers was de laatste jaren gedaald van 31,50 dollar tot 1,50 dollar.

Maar maandag maakte president Trump bekend dat Kodak– ‘Kent u dat bedrijf nog?, riep hij - een lening zou krijgen van 765 miljoen dollar (650 miljoen euro) voor de ontwikkeling van nieuwe ingrediënten voor geneesmiddelen die de VS nu gedwongen is te kopen in Azië. En in een dag steeg de koers met een ongelooflijke 1.500 procent naar 43 dollar.

Het Japanse Fuji dat Kodak al in de jaren tachtig als producent van fotorolletjes naar de kroon stak, had het tot nu toe veel beter gedaan. Dat had zich allang aangepast. Zo had Fuji zijn kennis van fotografie ­gebruikt voor de productie van ­speciale membranen om gas en water te zuiveren, kunstmatige gelatine voor de medische sector en make-up op basis van algen.

Grote concerns kunnen zichzelf opnieuw uitvinden. In Nederland is DSM – voortgekomen uit de staatsmijnen – het beste voorbeeld. Na de sluiting van de mijnen werd het een producent van bulkchemie en nu maakt het voedselingrediënten en supplementen.

Akzo is van een vezelfabrikant een verfproducent geworden. En Shell – wie weet het nog – handelde in de 19de eeuw eerst in decoratieve schelpen voordat het olie ging winnen en verkopen. Recenter vonden Apple, van personal computers naar mobiele apparaten, en IBM, van mainframe computers naar ict-diensten, zich opnieuw uit.

De coronacrisis die gepaard gaat met structurele verandering als ­vergrijzing, klimaatverandering, ­digitalisering en online werken en winkelen, zullen bedrijven de ­komende tijd massaal dwingen een andere koers te varen. Darwins evolutie duurde miljoen jaren. De bedrijven van nu wacht een revolutie.

Meer over