columnpeter de waard

Hebben sjeiks recht op compensatie voor niet ontgonnen olie- en gasvelden?

null Beeld

In 1972 publiceerde de Club van Rome, een groep internationale wetenschappers, het fameuze rapport Grenzen aan de Groei. Daarin werd gewaarschuwd voor het opraken van de grondstoffen in de wereld, met name olie en gas. De timing was perfect. Een jaar later brak na de Yom Kippuroorlog de oliecrisis uit, moesten de gordijnen dicht en mocht Nederland van toenmalig premier Den Uyl zelfs enige tijd op zondag niet meer rijden. Het Westen was uitgeleverd aan de heidenen – in dit geval de Arabieren.

Bijna vijftig jaar later zwemt de wereld echter in olie en gas. Er liggen bewezen nog zeker 1,7 biljoen vaten olie onder de aardkorst. Deze voorraad is voldoende om de komende 47 jaar de huidige behoefte te voldoen. En continu worden er nieuwe olievelden ontdekt. De opwarming van de aarde zal alvast niet worden stopgezet door het opraken van fossiele brandstoffen. Een land als Koeweit dat dagelijks 4 miljoen vaten olie produceert – elke dag stroomt 272 miljoen dollar in de staatskas en privékassen van de sjeiks – hoeft maar een gat te boren in de woestijn of er stroomt olie uit. De kosten van de winning zijn niet meer dan 1 à 2 dollar. Inclusief transportkosten en bewerkingen komt het uit op 10 dollar. Tot nu toe heeft het land vanwege de lage kosten alleen nog onshore olie gewonnen, terwijl offshore ook nog enorme olievelden liggen op geringe dieptes tussen de 20 en 100 meter. Ook Saoedi-Arabië – 10 miljoen vaten per dag – en Abu Dhabi zijn bijna nog niets buitengaats actief geweest. Het is niet nodig, omdat nu met ‘landolie’ de wereldmarkt kan worden bevoorraad.

Indien fossiele brandstoffen deze zomer zouden worden verboden – er ligt ook nog voor zeker 60 jaar aan bewezen gasreserves – dan zou een totale paniek uitbreken. De landen zouden niet weten hoe snel ze van die reserves af moeten. De prijs zou compleet in elkaar storten. Een land als Suriname waar de oliereserves net zijn ontdekt en dat zich nu rijk rekent, is een illusie armer. Venezuela, een paria-natie die met zijn olie geen kant op kan, heeft met zo’n 300 miljard vaten de grootste reserve en zit in diepe geldnood. Die zal het nog een keer willen verpatsen.

Duidelijk is dat niemand denkt dat olie nu in de ramsj gaat. De oproep van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in de aanloop naar de klimaattop in Glasgow om niet langer te investeren in de winning van fossiele brandstoffen, is tegen dovemansoren gericht. De olielobby is zo sterk dat de prijs donderdag steeg tot boven de 70 dollar per vat. Geen land wil tussen 2040 en 2050 nog met een enorme voorraad zwart goud opgescheept zitten dat in een klap waardeloos is.

Als aan de productie van fossiele brandstoffen een einde moet worden gemaakt, zal de wereld een soort compensatieregeling in elkaar moeten knutselen voor de Opec en andere olie-exporterende landen die daardoor dreigen te verarmen.

Vijftig jaar na de Club van Rome is de overvloed aan olie en gas het grootste probleem.

Meer over