columnpeter de waard

Hebben belastingambtenaren recht op bankiersbonussen?

null Beeld

De belastingambtenaar is niet te vinden in de beroepsprestigeladder, de ranglijst van beroepen op grond van sociale status. De gemeenteambtenaar van het bevolkingsregister staat tenminste nog op plek 99, verscholen tussen de chirurg op nummer één en vuilnisophaler op nummer 138.

Misschien vragen de samenstellers van dergelijke lijstjes er niet naar uit angst dat de belastingambtenaar ergens tussen de souteneur en de middeleeuwse beul belandt. Al in de hele geschiedenis is de belastingambtenaar kop-van- jut geweest, terwijl hij even nuttig werk doet voor de gemeenschap als de collectant van Jantje Beton.

En sinds de toeslagenaffaire is het prestige nog verder achteruit gehold. Tegelijkertijd is hun werk steeds complexer geworden. Ze moeten als mensen met modale inkomens niet alleen de door overbetaalde accountants en juristen opgestelde doolhofboekhouding van multinationals doorgronden, ze moeten sinds de coronacrisis ook nog als bankier fungeren. Inmiddels heeft de Belastingdienst vanwege de pandemie voor 16 miljard euro aan belastinguitstel gegeven aan zo’n 250 duizend bedrijven waarmee het een van de grootste kredietverleners van Nederland is geworden. Een fiks gedeelte van die leningen is mogelijk oninbaar.

Onder de bedrijven die uitstel hebben gekregen, zitten nogal wat zombie-ondernemingen die op voorhand ten dode waren opgeschreven. Daarnaast zitten er bedrijven bij waarvoor uitstel de reddingsboei is en die deze herfst, als iedereen is gevaccineerd, weer kunnen groeien en bloeien en de rekening alsnog kunnen voldoen. En dan zijn er bedrijven bij die alleen kunnen overleven als de belastingrekening van tafel gaat. Uitstel moet kwijtschelding worden.

De belastingambtenaren hebben de bijna onmogelijke taak het kaf van het koren te scheiden. Klaas Knot van De Nederlandsche Bank riep eerder dat de fiscus niet te beroerd moet zijn met kwijtschelden. ‘Dat kost een paar miljard. Maar dat moet dan maar.’ Laura van Geest, de baas van waakhond AFM, vindt dat de Belastingdienst net als banken een afdeling bijzonder beheer moeten optuigen die moet wikken en wegen of bedrijven in de toekomst goed zijn voor hun geld of dat beter meteen de stekker eruit kan worden getrokken. ‘Maatwerk’, zei ze dinsdag bij de presentatie van het jaarverslag. Niet langer iedereen over één kam scheren.

Dat minister Wopke Hoekstra er tot nu toe weinig zin in heeft, is begrijpelijk. Het is een perfect scenario voor een nieuw schandaal. De staatssecretaris voor Financiën in Rutte IV is gedoemd al in 2023, zo niet in 2022, zijn koffers te pakken. Geen econometrist, geen accountant, geen genie kan een dergelijke afweging objectief maken. Wie de overlevingskansen van bedrijven in de toekomst wil beoordelen, moet in een glazen bol kunnen kijken. Hoe goed de afweging ook is, er zullen bedrijven zijn die terecht en die ten onrechte kwijtschelding krijgen. Dat accepteert geen Nederlander.

Een landelijk applaus voor de fiscale dienaars volstaat niet, zelfs geen bankiersbonussen. Als profeten hebben ze recht op de hoogste plek in de hemel. En die genoten in het Oude Testament ook op aarde de allerhoogste status.

Meer over