HBO's moeten innovatie helpen

Het is de universiteiten nooit goed gelukt, dus nu mogen de HBO's het gaan proberen: Nederlandse bedrijven helpen innoveren. Vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb) zou ermee gebaat zijn....

Van onze verslaggever Michael Persson

Tot dusver wordt die kennis minimaal gebruikt, blijkt uit cijfers van het CBS. Slechts 2 procent van de innoverende bedrijven vindt universiteiten als informatiebron 'zeer belangrijk'. Terwijl bijvoorbeeld leveranciers en afnemers door 15 procent als zeer belangrijk worden beschouwd.

Daar win je de innovatieoorlog niet mee, zei Marius Meeus enkele weken geleden tijdens zijn inaugurele rede als innovatiehoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Klanten en leveranciers drogen op een gegeven moment op als bronnen van informatie. 'Dat lijkt niet te zijn doorgedrongen tot het Nederlandse bedrijfsleven.' Ook Meeus meent dat betere contacten met de kennisinstellingen noodzakelijk zijn.

De kennis bij universiteiten is voor de meeste mkb-bedrijven echter onbruikbaar - te wetenschappelijk. Dit lijkt logisch; hoogleraren worden afgerekend op publicaties in wetenschappelijke tijdschriften, en niet op opdrachten voor het bedrijfsleven.

Binnen het ministerie van Economische Zaken gaan stemmen op om die beloningsstructuur te veranderen. Maar dan nog zullen universiteiten eerder geneigd zijn om met grote bedrijven samen te werken dan met kleine, omdat het efficiënter is. 'Een klein bedrijf is voor een universiteit niet interessant', zegt Frans Leijnse, voorzitter van de HBO-raad.

Als het tussen mkb en universiteiten niet klikt, zal de kennis van het HBO moeten komen, concludeert de adviesraad AWT. Daartoe zijn er de afgelopen twee jaar voor 30 miljoen euro 120 zogeheten 'lectoren' aangesteld in het HBO, een soort hoogleraren die onderzoek doen, en de resultaten daarvan moeten zien te slijten aan bedrijven uit de omgeving.

Ze krijgen vier jaar de tijd om zich te bewijzen. 'Dan moet ik 60 procent van mijn kosten terugverdienen met contracten met het bedrijfsleven', zegt Joop Pauwelussen, lector voertuigtechniek, en één van de achttien lectoren aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Pauwelussen is nu bijna anderhalf jaar bezig. 'Het is een apart vak om met het mkb te communiceren. Het kost tijd om vertrouwen te winnen.' Volgens hem hebben mkb-bedrijven nog wel andere dingen te doen dan innoveren. 'Er zijn altijd veel acute brandjes te blussen.'

Eén van zijn projecten is een waterstofmotor, die hij met enkele studenten samen met Hexion uit Arnhem ontwikkelt. 'Het gaat ons om de praktische instelling van het HBO', zegt Jacques Smolenaars van Hexion. 'En de nabijheid van de hogeschool is gunstig.'

Om bedrijven over de streep te trekken, zijn de meeste samenwerkingsprojecten gesubsidieerd. Daar ontkom je niet aan, zegt Pauwelussen. 'Het zijn risicovolle projecten, het resultaat is niet altijd helder. Dat durven bedrijven niet zelf te betalen.'

Het is nog te vroeg om te zeggen of het goed of slecht gaat, meent Pauwelussen. In het najaar staat een tussentijdse evaluatie gepland. Leijnse loopt daar alvast op vooruit: 'Ik denk dat we duizend lectoren nodig zouden hebben.'

Meer over