Handel onder de vrije hemel

Als koeien die gemolken moeten worden, verdringen consumenten zich 's ochtends voor de deuren van een supermarkt. Ze moeten ieder een metalen wagentje huren, waarmee ze stuk voor stuk door dranghekken worden gestuurd....

Klanten die stilstaan en blijven kletsen, veroorzaken, door de wagentjes, al snel een ontoelaatbare opstopping. Geen plaats voor sociale contacten. Het uiteindelijke melken gebeurt bijna geheel machinaal, aan de kassa, waarvoor men, weer tussen dranghekken, in de rij moet staan.

Toen ik in Londen woonde, had ik de keuze tussen een gigantische supermarkt achter mijn huis en ambulante marktstalletjes aan de voorkant. Op de markt lag tamelijk armoedige waar, maar toch deed ik de meeste boodschappen aan de voorkant van het huis. Van de visboer kreeg ik de vis heel goedkoop, omdat zijn zoon ooit mijn autoradio had gestolen. Rode kaviaar, uit de zalmen die hij schoonmaakte, kreeg ik gratis. Voor fruit hoefde ik ook niet te betalen, want fruithandelaar Dave the Rave tapte bij mij elektriciteit af om zijn stalletje te verlichten. Wanneer de kooplieden een vis of groente van bijzondere kwaliteit op de kop hadden getikt, belden ze altijd even aan. Alleen als ik Hollandse boter of Italiaanse koffie nodig had, duwde ik me, met een chagrijnige kop, door de dranghekken van de supermarkt.

In de supermarkt hoef je niet om verse zalmkaviaar te zeuren. En ook niet om een zwaan, ouderwets niervet, of een kalfskop. In de supermarkt krijg je al snel te horen dat bijzondere producten onverkrijgbaar, ongewenst of illegaal zijn. De markt is vrijer. Ton Fagel koopt zijn ongepasteuriseerde Franse kaasjes ook op de Albert Cuyp. Vlamingen noemen een markt in de open lucht een 'foor', naar het Latijnse 'forum'. De Romeinen hebben hier te lande de eerste marktrechten verstrekt. Een forum bestond uit een open ruimte met losse marktstalletjes. Meestal stond er een zuilengalerij omheen, waar bezoekers konden samenscholen.

Er werd ook politiek bedreven. Officiële redevoeringen werden gehouden op een rostrum, een ophoging tussen de marktstalletjes in de open lucht. Cato, Cicero en Caesar spraken te midden van spruitjes, bloemkolen en erwten. Het forum was het hart van de democratie. Keizers regeren vanuit paleizen. Het volk regeert de open lucht.

Amsterdam is anders gebouwd dan Rome. Hier kwamen de boeren met boten de grachten op en ze handelden langs de kade. Hennep langs de Herengracht, turf langs de Prinsengracht en stro langs het Singel bijvoorbeeld. Vaak verkochten boeren hun waar direct van de boot.

Nog steeds spreken we van groenteboer, melkboer, kaasboer, en zelfs van visboer, want ieder die van buiten de stad komt, wordt boer genoemd. Op de Dam, waar boeren, handelaren en politici elkaar ontmoetten, nam de bestuurlijke functie de overhand. In de zeventiende eeuw moest de ambulante handel (vooral kippen en vis) al weg. Beatrix duldt ook geen spruitjes of kippen rond haar paleis. Niettemin fladdert er op de Dam nog gevogelte en wordt er nog steeds ambulant gehandeld. Zij het dan stiekem en in drugs. Handel in de open lucht valt niet uit te roeien. Evenmin als het gevogelte. De hemel is van iedereen.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd ambulante handel toegestaan, niet alleen op markten, maar ook door losse venters, overal in de stad. Verschillende markten, zoals de Albert Cuyp en de Dappermarkt, zijn ontstaan doordat losse venters daar rondhingen in groepjes.

Wie werkloos werd, ging de straat op. Aangezien de zaterdag gezien werd als een normale werkdag, konden veel joden geen vast werk krijgen. Dus dreven ze handel in de vrije buitenlucht. De vooroorlogse Zondagsmarkt in de Jodenbreestraat en omgeving was een attractie waar families uit de hele regio naartoe kwamen. Zoals nog altijd op de joodse zondagsmarkten in het Londense East-End, was er van alles te koop, van zilver en goud tot tropische palmbomen en hele bedden. Handelaars probeerden hun klanten van alles aan te smeren, met ouwehoerverhalen en met humor. Er waren rostra voor standwerkers, die een vaak lullig voorwerp met zoveel vermaak verkochten, dat je het prulletje aanschafte als dank voor de voorstelling. In Amsterdam heeft de Duitse bezetter een einde gemaakt aan de zondagsmarkten. Na de oorlog zijn ze niet teruggekeerd.

Volgens Carola Goudsmit en Brenda Rijkhof, marktvrouwen op de Albert Cuyp, denkt tweederde van de kooplieden positief over een terugkeer van de zondagsmarkt. Veel toeristen vragen erom. De vrouwen hebben een verzoek ingediend bij de deelraad. 'Het is toch larie dat in het centrum wel alle winkels open mogen op zondag, maar wij in De Pijp geen markt mogen houden', zegt Carola.

Wethouder Dita Vermeulen van deelraad de Pijp geeft uitleg: 'De Centrale Stad, het hogere bestuursorgaan, heeft besloten dat alleen het centrum een toeristische functie heeft, waarvoor alle zondagen worden opengesteld. In andere stadsdelen, zoals De Pijp, worden slechts twaalf zondagen opengesteld. Van acht zondagen ligt de datum vast. Dat zijn natuurlijk precies data waarop de marktlieden niet willen. Vier zondagen worden door de deelraad gekozen.'

Carola Goudsmit wil alle zondagen de Cuyp op. Dan pas komen mensen ervoor naar De Pijp. Zij spreekt tegen dat De Pijp geen toeristische functie zou hebben. Zelfs in een tijdschrift op het vliegtuig las zij dat bezoekers aan Amsterdam de Albert Cuyp moeten bezichtigen. Volgens een woordvoerder van de Centrale Dienst van het Marktwezen wachten de kramers in het centrum, die wel iedere zondag de markt op mogen, de experimenten in de kleinere stadsdelen af voordat zij er zelf aan beginnen. Het initiatief is dus toch aan de Cuyp.

Wethouder Vermeulen: 'Nadeel van de markt is dat de kooplieden zich niet als één bedrijf opstellen. De grote winkelcentra opereren veel meer als een eenheid. Op de markt is het ieder voor zich en God voor ons allen.' Bij navraag blijkt dat poelier Chris Verhoef aanwezig zou zijn op zondag. Groenteman Joop Rooze was eerst een voorstander van de zondagsmarkt, maar nu niet meer. Stroopwafelboer Join King en loempiabakker Hong Phan willen 's zondags thuisblijven, omdat het de enige dag is die ze met hun kinderen doorbrengen. Ook de Volendamse visboeren komen niet.

'Wij Volendammers zijn katholiek, heel streng', zegt Kees Tol: 'Op zondag moeten wij naar het casino.' Als de Volendammers de markt niet opgaan, komt Gerrie Goethart, de Amsterdamse 'vismeneer' (geen boer dus), zeker wel. 'Het is helemaal niet bezwaarlijk als niet alle vaste kramers komen opdagen. Het is juist een voordeel van de zondagsmarkt, dat ten goede komt aan nieuwkomers en eendagsvliegen, met rare, eenmalige handel en nieuw vermaak.'

Leo Buchel en Rens Schrijver, ook kooplieden op de Cuyp, leggen uit hoe de stalletjes worden verdeeld. 'Het anciënniteitstelsel is heilig', roepen ze in koor. Dat houdt in dat kramers die de meeste jaren op de markt staan, het eerste recht hebben op een plaatsje. Dan moeten wel ze om negen uur hun stalletje hebben opgetuigd. Anders gaat de beurt naar iemand zonder vaste plaats, een 'sollicitant'.

Een vaste plaats krijg je door een laag marktnummer. Iedere kramer heeft een nummer, dat aangeeft hoeveel kooplieden hem zijn voorgegaan op de markt. Leo heeft nummer 5414 en Rens 5661. 'De nummers 1 en 2 zijn allang dood', zegt Leo.

Het systeem respecteert ouderdom. In Londen stond een oud vrouwtje elke ochtend om zes uur bij mij op de stoep, al meer dan vijftig jaar, om aanspraak te maken op haar marktrecht. Uit onze kelder haalde Dave the Rave dagelijks de stoffige vitrage van het vrouwtje, die ze al die jaren probeerde te slijten.

De meeste kooplieden zijn minder standvast. Bij verstek krijgen sollicitanten een kans. Leo en Rens vinden nieuwelingen met originele producten en frisse ideeën onontbeerlijk voor de markt. Ten eerste omdat de bezoekers variatie willen. Velen komen naar de markt om nieuwe producten te ontdekken. Ten tweede omdat ook de kooplieden wel geïnteresseerd zijn in nieuwe handel. Als iets goed loopt, gaan anderen het vaak nadoen. Sneller dan winkels dat kunnen, springt de ambulante handel in op actuele trends.

Leo heeft op de markt gestaan met schuimplastic, schilderijtjes, letterbakspul, bijous, zilver en kerstversiering. Hij verkoopt nu kleding, maar klaagt tegelijkertijd dat er te veel textiel op de markt staat.

In verband met de nieuwe inrichting van de Albert Cuyp ('de markt blijft intussen gewoon open', benadrukt Rens) willen Leo en Rens een zondagsmarkt met thematische activiteiten en grotere kramen. Ze hebben een theorie waarom grotere kramen tot meer variatie in koopwaar zouden leiden, maar die theorie is niet helemaal waterdicht. Andere voordelen van een grotere kraam zijn wel duidelijk.

De Albert Cuyp en De Pijp kunnen volgens Leo en Rens nu al meer variatie bieden dan het centrum, dankzij de culturele symbiose, die De Pijp beroemd maakte: kousenband, sperziebonen en haricots verts liggen naast elkaar op de markt. Om de hoek staat de koosjere slagerij Marcus tussen de Turkse bakkerij Ozkiliclar en een Surinaamse winkel met kappersspullen. Aan de overkant is een Koerdisch restaurant. Allemaal goede buren. Een halfjaar geleden demonstreerde de hele buurt tegen de uitzetting van een Turkse kleermaker. 'De Pijp heeft zijn zondagsmarkt verdiend', vindt Carola Goudsmit. Zij vraagt slechts een beetje vrijheid in de open lucht.

Meer over