Goud wordt tijdelijk van de hand gedaan

Banken verkopen hun goud om hun kapitaalbuffers te verhogen. Uit een voetnoot in het jaarverslag van de Bank of International Settlements (BIS), de overkoepelende bank van alle centrale banken, blijkt dat de banken 346 ton goud bij de centrale banken in bewaring hebben gegeven....

In ruil voor het goud – dat nu duur is – krijgen ze geld waarmee ze hun reserves aanvullen. Die buffers bleken tijdens de kredietcrisis te laag. Er komen tal van regels aan die ervoor moeten zorgen dat banken veel grotere reserves aanhouden dan tot dusver. Hoe groter de buffer, hoe meer een bank mag uitlenen, hoe meer de economie wordt gestimuleerd.

Na verloop van tijd nemen de banken hun goud weer terug waarbij ze speculeren op een verlaging van de goudkoers.

Sinds de jaren zeventig hebben banken deze ruil niet gedaan. Vooral onder invloed van de landencrisis, die begon met het bijna-faillissement van Griekenland, zijn banken hun goud in veiligheid gaan brengen. De voorraad goud vertegenwoordigt in wezen een klein bedrag: circa 11 miljard euro. Dat banken niettemin hun goud inzetten, wordt door analisten gezien als een daad van bancaire wanhoop.

Meer over