ESSAYMondialisering

Gelukkig ben ik een kind van de mondialisering

De wereld is er in ruim een halve eeuw tijd veiliger, rijker, gezonder en eerlijker op geworden. En dat is dankzij en niet ondanks mondialisering, stelt Peter de Waard.

De haven van Hamburg. Beeld AFP
De haven van Hamburg.Beeld AFP

Het moet een traumatische ervaring zijn geweest, anders zou je het 58 jaar later niet herinneren als de dag van gisteren. Ik zie mijn vader tijdens het middaguur – dat was toen nog standaard een warme maaltijd – nog op zijn stoel zitten en hoor hem aan mijn moeder vragen: ‘Hoe laat worden die schepen tegengehouden? Zorg dat we wat in de kelder hebben.’

Track & Trace

Er is een wereldoorlog gaande. In de frontlinie staan multinationals, consumenten en grootmachten als China en de VS. Wie zijn de winnaars en verliezers? En hoe zie je die handelsoorlog terug in je kledingkast, winkelmandje of smartphone? De Volkskrant gaat op onderzoek uit.

Terugrekenend moet het woensdag 24 oktober 1962 zijn geweest – de dag dat Kennedy dreigde Russische schepen tegen te houden met daarop raketten die in Cuba zouden worden gestationeerd. De wereld, toen al een dorp dat met het toen bestaande kernwapenarsenaal drie keer kon worden vernietigd, hield de adem in. Ik was zelf zeven jaar oud en barstte in huilen uit: ‘We krijgen oorlog’. Het liep met een sisser af: Chroetsjtsjov gelastte de Sovjet-schepen terug te keren en de Derde Wereldoorlog bleef uit.

Ook toen was Nederland niet immuun voor wat in een ver oord als Cuba gebeurde. Bommen worden niet bij grenzen onschadelijk gemaakt. Mensen, goederen, diensten, data, kapitaal, CO2, computer- en biologische virussen laten zich niet door douaneposten tegenhouden. Vroeger niet, nu niet en in de toekomst niet. ‘Mondialisering is een feit, vanwege de technologie, vanwege de geïntegreerde toeleveringsketens, vanwege de revolutie in het vervoer. Daar kunnen we geen muur omheen zetten’, zei president Barack Obama. Corona kan de mondialisering versterken of verzwakken, het kan er geen einde aan maken. De geschiedenis leert dat op momenten dat de mondialisering stokt, zoals in de grauwe Middeleeuwen of in de jaren tien en dertig van de vorige eeuw, dat dan het resultaat armoede en bloedvergieten is.

Wereldwijde vooruitgang

De jaren negentig begonnen met de val van de Muur, de hervormingen in China, de liberalisering van de kapitaalmarkten en de opkomst van het  internet. De periode van wat nu hyperglobalisatie wordt genoemd. Het aantal mensen dat wereldwijd in extreme armoede leeft – een voor inflatie gecorrigeerd inkomen van minder dan 1,90 dollar per dag – is sinds die tijd gedaald van 36 procent van de wereldbevolking tot 10 procent. Anderhalf miljard mensen zijn in amper drie decennia uit de extreme armoede gehaald. Dat is meer dan in de vijfhonderd jaar daarvoor.

Moord en doodslag nemen wereldwijd eveneens af, al doet de overdaad aan misdaadjournalisten in de praatprogramma’s anders vermoeden. Van 7,2 per 100 duizend inwoners in 1992 tot 6,3 in 2017, aldus de Global Study of Homocide van de VN. In West-Europa, waar al veel langer gegevens zijn over het aantal moorden, is het gemiddelde afgenomen van ruim 40 per 100 duizend inwoners  in de zeventiende eeuw tot 2,3 nu. 

Ook pandemieën hebben in het verre verleden veel meer slachtoffers geëist dan corona nu doet. De beruchte pestpandemie, de Zwarte Dood, kostte 75 tot 200 miljoen mensen het leven, waardoor de wereldbevolking met een kwart afnam. De Spaanse griep van honderd jaar geleden zou naar schatting 50 miljoen slachtoffers hebben geëist. Corona heeft tot op heden zo'n 1,5 miljoen mensen het leven gekost. Hoe chaotisch de strijd tegen covid-19 ook lijkt, die is alvast veel effectiever dan die bij vorige pandemieën.

Het milieuprobleem kent vele aspecten. Maar de lucht in de industriegebieden van nu is volgens onderzoek van onder meer professor Timothy Hatton vijftig keer zo schoon als in de industriegebieden van de negentiende eeuw, waar kolenstook kathedralen binnen enkele jaren zwart blakerde. Zonder mondialisering zouden veel landen voor hun energievoorziening nog compleet afhankelijk zijn geweest van kolen, de allerergste luchtvervuilers.

Op mijn zevende was ik overtuigd dat ik in mijn leven zo niet twee dan toch minimaal één keer een oorlog zou moeten overleven. En er zou zeker ook een periode van grote armoede en honger komen, waarbij het Nederlandse volk weer bloembollen zou moeten eten. Gelukkig, zo troostte ik mij, teelde mijn vader bloembollen.

Honger was toen mondiaal schering en inslag. In China werd gesproken van de Grote Hongersnood die tussen 1958 en 1962 tientallen miljoenen mensen het leven zou kosten. Reden was droogte, maar ook het falen van Mao’s Grote Sprong Voorwaarts. 

In 1966 organiseerde Mies Open het dorp Bouwman een nieuwe televisieliefdadigheidsactie onder de noemer Eten voor India vanwege de hongersnood in Bihar die het leven van vijftig miljoen mensen bedreigde. Vaak zag je beelden uit Afrika van kinderen met hongerbuikjes en vliegen rond de ogen. 

Tweederde van de wereldbevolking leefde in extreme armoede, zo werd mij geleerd. Daarvoor moest ik zilverpapier inzamelen en bij een nonnenklooster inleveren. Ik mocht in mijn handen knijpen dat ik tot die eenderde hoorde. Als je een vies gezicht zette als een bord spruitjes op het menu stond, werd erop gewezen dat de kindjes in Biafra ervan zouden smullen.

Honger en armoede heb ik zelf niet gekend, oorlogen heb ik niet meegemaakt. Toen ik in de jaren vijftig werd geboren kwamen jaarlijks gemiddeld nog een half miljoen mensen om in oorlogen. In de jaren tachtig, met onder meer de oorlogen in Afghanistan en tussen Iran en Irak, was dat 200 duizend. In de laatste tien jaar is dit aantal, ondanks het geweld in Irak, Syrië en Libië, gedaald tot minder dan 100 duizend. Oorlogen zijn niet alleen zeldzamer geworden, maar ook minder bloedig.

Crises heb ik wel meegemaakt: de oliecrisis, de schuldencrisis, de Azië-crisis, de kredietcrisis en de coronacrisis. Maar eigenlijk heb ik daar nauwelijks onder geleden. Toen ik in 1962 ‘wat extra’s in huis moest halen’ ging ik naar een kruidenier die nog bestellingen opnam aan de toonbank. Geld kreeg ik niet mee, want het ‘werd opgeschreven’. Twee jaar later zou de eerste supermarkt in ons dorp worden geopend. Nu kan ik via internet bestellingen doen waar ik elektronisch voor betaal. Als gevolg van de uitvinding van containers kan een product of de onderdelen van een product voor eenhonderdste van de kosten van 1960 van de ene kant van de wereld naar de andere worden versleept.

Onze dagelijkse gebruiksproducten zijn ook kinderen van mondialisering. Neem de iPhone. Niet alleen gebruiken mensen over de hele wereld die smartphone, bijna de hele wereld speelt ook een rol in de fabricage. De iPhone is ontworpen in Californië, het apparaat zelf bestaat uit onderdelen afkomstig uit meer dan 100 landen. De eindassemblage vindt plaats in de Foxconn-fabriek in Zengzhou (China) waar 350 duizend werknemers een half miljoen iPhones per dag produceren. 

Die bundeling van technische kennis heeft geleid tot een handzaam apparaatje dat oneindig veel meer kan dan de mainframe computers waarmee Apollo 11 in de jaren zestig naar de maan werd gestuurd. Stel, dat alle onderdelen bij Apple zelf hadden moeten worden gemaakt in en rond het cirkelvormige hoofdkantoor in Cupertino in Californië, dan had het apparaat geen 600 euro gekost, maar misschien 12 duizend euro. Alleen de happy few zouden zich er een kunnen permitteren.

Verzet

Toch groeit het verzet tegen mondialisering als uiting van onvrede. Onder druk van links, die mondialisering ziet als een bedreiging van de sociale welvaartsstaat, en rechts die immigratie als het grote kwaad ziet, wordt eraan getornd. Trump zei in 2018 tijdens de algemene vergadering van de VN: ‘We verwerpen globalisering en juichen de doctrine van het patriottisme toe.’ 

Mainstream politici moeten onder druk van populistische uitdagers een pas op de plaats te maken in hun streven naar meer samenwerking en verdieping van de integratie. Globalisatie is daardoor slowbalisatie geworden. En er dreigt deglobalisatie. Dat betekent dat het de laatste 700 miljoen mensen in de wereld die nog in extreme armoede leven, onmogelijk wordt gemaakt zich te verbeteren. Importbarrières zullen voorkomen dat de allerarmsten kunnen opklimmen tot de middenklasse zoals veel Chinezen nog is gelukt. De uitkomst zal oorlog kunnen zijn of een ongekende vluchtelingenstroom.

Uit de beide wereldoorlogen werd de les getrokken dat multilaterale samenwerking nodig was. Na de Tweede Wereldoorlog werd naast de VN ook de GATT, de overeenkomst over tarieven en handel, afgesloten – een voorloper van de WTO. Vanaf dat moment werden handelsbarrières geruimd. Eerst langzaam, later sneller. Dat leidde tot verplaatsing van banen naar andere landen. De eerste pickup die begin jaren zeventig bij ons in huis kwam, was een in Nederland gefabriceerde Philips. 

Maar half jaren zeventig reed ik naar de Westzijde in Zaandam waar Wastora Japanse audio verkocht die goedkoper was, meer mogelijkheden had en kwalitatief goed. Met de komst van de walkman bleek dat Japan niet langer een na-aper was, maar een innovator. Bedrijven als Philips waren gedwongen uit te wijken naar het Verre Oosten. Niet alleen omdat daar de productie het goedkoopst was, maar ook omdat onderzoek en ontwikkeling daar het best waren.

Verrijkende mondialisering

Multinationale ondernemingen die hadden afgezien van een hoofdkantoor, kregen steeds minder band met het thuisland en concentreerden hun productie waar die het meest efficiënt was. Niet alleen qua loonkosten, maar ook qua research, afzetmarkten en grondstoffen. De opkomst van betere communicatie en informatietechnologie maakte het veel gemakkelijker om een vestiging tienduizend kilometer van huis te besturen en controleren. De mondialisering heeft per saldo de afgelopen decennia winst opgeleverd: meer productiviteit, innovatie en creativiteit. En daarmee betere salarissen en een hogere levensstandaard voor veruit de meeste mensen in de wereld.

Dankzij mondialisering zijn landen beter gaan samenwerken op het gebied van armoedebestrijding, economie, milieu, onderwijs en gezondheidszorg. Veel meer landen hebben een democratie. Ondanks extremisme hebben vrouwen en mensen met een andere seksuele geaardheid veel vaker dezelfde rechten. 

Iedereen heeft door internet toegang tot de beste kennisinstituten. Nieuwe geneeswijzen kunnen over de hele wereld worden gedeeld. De mooiste kunst en cultuur van overal in de wereld kan in een oogwenk hier binnen worden gehaald. De Indiase econoom Amartya Sen stelde: ‘Mondialisering heeft de wereld wetenschappelijk en cultureel verrijkt en het heeft voor veel mensen ook meer welvaart gebracht.’

Keerzijde

Doordat landen zo verstrengeld zijn geraakt, is echter de soevereiniteit in de knel gekomen. De natiestaten en hun volkeren denken dat ze geen vat meer hebben op multinationale bedrijven en multilaterale instellingen, net als op internationale goederen- en kapitaalstromen. Ze voelen zich overruled in de EU, de WTO en het IMF. 

Onder druk van populisten wordt getracht de macht van multilaterale instellingen af te breken. Het WTO had, totdat Trump die monddood maakte, een arbitrageforum dat bindende uitspraken deed en boetes oplegde bij handelsgeschillen, zoals oneerlijke concurrentie door subsidiëring.

Maar soevereiniteit garandeert geen veiligheid, noch genereert het welvaart. ‘Juist het bundelen van soevereiniteit geeft macht’, zo stelde de voormalig voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barosso. Alleen effectieve collectieve actie kan het hoofd bieden aan de grote uitdagingen van deze tijd: klimaatverandering, cyberaanvallen, nucleaire proliferatie, migratie, terrorisme en pandemieën.

Kind van de mondialisering

Mondialisering zou daarom moeten leiden tot meer in plaats van minder internationale regelgeving. Onvrede over belastingvlucht, ongelijkheid en flitskapitaal zou weg kunnen worden genomen door daar wereldwijd bindende afspraken over te maken. De Franse president Sarkozy stelde ooit een kleine belasting voor op internationale kapitaaltransacties van 0,01 procent, in de strijd tegen flitskapitaal dat uit louter speculatie-overwegingen van het ene land naar het andere land gaat. Ook liggen bij de Oeso concrete plannen klaar voor de aanpak van belastingontwijking maar die kunnen alleen worden uitgevoerd door meer mondialisering.

In 1955 – het jaar dat ik werd geboren – was de levensverwachting in de wereld 48 jaar. Nu is die 72 jaar. In China is de levensverwachting omhoog gegaan van 44 naar 77 jaar, in India van 38 naar 70 jaar. In de meeste Afrikaanse landen ligt die ook ver boven de 60 jaar. En dat is dankzij en niet ondanks mondialisering. Ik ben blij in 1955 te zijn geboren en een kind van de mondialisering te zijn. Het is heel wat beter dan in 1900 te zijn geboren. En hopelijk is het niet beter dan in 2020.

Meer over