InterviewEsther-Mirjam Sent

Gedragseconoom en Kamerlid Sent: ‘De economie moet dienstbaar zijn aan de samenleving, niet andersom’

Esther-Mirjam SentBeeld Aurélie Geurts

Gedragseconoom en Eerste Kamerlid Esther-Mirjam Sent ziet zorgwekkende parallellen tussen deze crisis en de vorige. Toch is ze ook hoopvol: eigenbelang lijkt eindelijk niet meer voorop te staan.  

‘Deze crisis brengt zowel goede als slechte dingen in mensen naar boven. Goed zijn de saamhorigheid en solidariteit, omzien naar elkaar, de waardering voor vitale beroepen. Slecht is kiezen voor het eigenbelang, je niet aan regels houden, geen helpende hand uitsteken naar Zuid-Europese landen die hard ­worden getroffen. Dit is een dubbele tijd, in allerlei opzichten, ook een tijd van bedreigingen én kansen.’

Esther-Mirjam Sent (53) is hoogleraar economische theorie en economisch ­beleid aan de Radboud Universiteit en lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. De afgelopen weken waren heftig, vertelt ze via de ouderwetse telefoon. ‘Ik ben vicedecaan, dus ik heb drie weken lang mijn handen vol gehad aan het organiseren van toetsen en onderwijs op afstand: dat was heel druk.’ 

Haar huiselijke omgeving bestaat uit een man, twee pubers (‘die mij liever niet in de buurt hebben’) en twee honden die er genoegen in scheppen hard door Skype-, Zoom- of telefoongesprekken heen te blaffen. ‘Dat thuiswerken heeft ook iets claustrofobisch, je mist zó die sociale contacten. Vorige week zijn twee mannen uit mijn kennissenkring in Nijmegen overleden, allebei eind 40. Ik heb nu niet echt gelegenheid dat te delen, dat geeft een beklemmend ­gevoel.’

In de nasleep van de financiële crisis van 2008 viel Sent op door de ferme ­kritiek op haar eigen beroepsgroep, de economen, die volgens haar steevast ­onderschatten hoezeer economie wordt gestuurd door emotie. Ook regerings­leiders kregen ervan langs, met hun sterke neiging tot kortetermijnbeleid. 

Als gedragseconoom bestudeert ze de mechanismen die bij elke crisis de kop opsteken. ‘Situaties als deze vergroten de menselijke natuur uit, en een aantal patronen komt altijd terug. De belangrijkste is rampenbijziendheid. Als een crisis net de kop opsteekt, denk je: o, het valt allemaal wel mee, het raakt ons niet echt. Dat zag je ook hier, met Rutte die bijna jolig de hand van RIVM-baas Van Dissel schudde, nadat hij had aangekondigd dat handen schudden niet meer mocht. We hebben het probleem van ­corona zwaar onderschat, ook individueel. Maar als de crisis eenmaal een feit is, schieten we door en óverschatten we de kans dat ons iets overkomt. Dan schieten we in een kramp en in de stress.’

Zitten we daar nu?

‘Daar zitten we nu.’

Maatregelen die goed zijn voor de volksgezondheid – horeca en ­winkels dicht, cultuur op slot, alle mensen opgehokt – hebben een ­verwoestend effect op de economie. Daardoor worden volksgezondheid en economie tegenover elkaar ­geplaatst.

‘Ik vind dat een valse tegenstelling. Wie zegt dat de economie nu verzuipt vanwege de maatregelen ten behoeve van de gezondheid, gaat ervan uit dat economie een doel is. Maar de economie is een middel, in de vorm van inkomsten, ­producten en diensten, net zoals die maatregelen voor onze gezondheid een middel zijn. Middelen die je zo optimaal mogelijk moet inzetten voor het wel­bevinden en welzijn van mensen, hier en in de rest van de wereld, nu en in de ­toekomst.’

Was het een goede beslissing om de economie stil te leggen?

‘Stilleggen is wat gechargeerd, maar: ja. Je wilt niet dat intensivecares worden geconfronteerd met de vraag welke mensen ze gaan redden. Dat hebben we met z’n allen net weten te voorkomen, en zo hoort het in een fatsoenlijke ­samenleving.’

We krijgen elke dag nieuwe cijfers over het aantal covid-19-doden, maar hebben geen idee hoeveel mensen nu of straks ziek worden of doodgaan door de verregaande maatregelen.

‘Het is inderdaad zo dat ook door een economische recessie mensen overlijden, de zogenaamde deaths of despair. ­Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat de economie weer kan gaan draaien als de maatregelen worden versoepeld. 

‘In die zin is deze crisis echt anders dan die van twaalf jaar geleden. Toen werd de crisis aangezwengeld door weeffouten in de relatie tussen het ­financiële stelsel en de reële economie. Nu is er sprake van een gezondheids­situatie die de reële economie treft. 

‘Als de maatregelen worden afgebouwd, is er ruimte voor de economie om weer volop te draaien. De nasleep hoeft nu niet zo erg te zijn als toen, maar dat staat of valt wel met emotie. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Een cliché, maar het is echt zo.’

Waarin lijkt deze crisis wél op de vorige?

‘Een van de overeenkomsten is dat een crisis nooit alleen komt. Twaalf jaar geleden begon het met een financiële crisis, die werd een economische crisis en uiteindelijk een eurocrisis. Nu begint het met een gezondheidscrisis, die vervolgens een economische crisis wordt en misschien uitloopt op een sociale crisis, omdat kwetsbaren hard worden geraakt: zzp’ers, ouderen, vluchtelingen. 

‘In beide gevallen zie je dat de overheid en de Europese Centrale Bank (ECB) opstaan om de problemen op te lossen met steunmaatregelen en kredieten, in de vorige crisis voor de financiële sector, nu voor het bedrijfsleven. Alleen kon president Mario Draghi van de ECB nog ‘whatever it takes’ roepen en heeft zijn opvolger Christine Lagarde niet zo veel instrumenten meer om iets te doen; ze kan de rente niet nog verder verlagen. Een andere overeenkomst is dat het beide globaliseringscrises zijn. En opnieuw wreekt zich dat we bufferloos zijn. Dat gold toen voor banken, nu voor ­bedrijven.’

De crisis van 2008 was vooral een schuldencrisis. Dat probleem is niet opgelost maar doorgeschoven en uiteindelijk alleen maar groter ­geworden; er is nu veel meer schuld in de wereld dan toen.

‘Misschien is dat wel de belangrijkste ­parallel: dat we elke crisis oplossen met het maken van nóg meer schulden. Dat we aan symptoombestrijding doen; dat we niet kijken naar de weeffouten. ­Gelukkig zijn er ook mooie dingen: je ziet een herwaardering van zorg en onderwijs, de vrouwen staan in de front­linie terwijl de mannen thuis proberen kinderen en carrière te combineren...’

Never waste a good crisis*, luidt het andere cliché.

‘De uitspraak is van Rahm Emanuel, de voornaamste adviseur van Obama. En hij had gelijk. We moeten deze crisis aangrijpen als kans, om ons te herbezinnen. Om te leren dat het doel van de economie kwaliteit van bestaan is. Dát moet vooropstaan. De economie moet dienstbaar zijn aan de samenleving, niet andersom. 

‘We hebben een sterke overheid nodig die, als de crisis voorbij is, niet gaat zeggen: we zitten met een enorme schuld, laten we maar eens gaan bezuinigen op de publieke sector. De overheid moet zich juist inzetten voor een duurzame en inclusieve economie.’

Bij de Volkskrant is er een ‘chef ­lange termijn’, zo’n instantie mis je in de politiek.

‘Ook de kiezers zijn sterk op de korte termijn gericht en leven van dag tot dag. Met als gevolg dat waar je juist politici wilt die leiderschap tonen, ze vooral op de korte termijn zijn gericht. De echte les van deze crisis – en van de vorige – is dat we wellicht op de korte termijn ­efficiënt opereren, maar op de lange termijn enorm kwetsbaar zijn. De overheid moet langetermijnkaders stellen. Door innovatie in de productie van medicijnen te stimuleren zonder dat farma­ceuten vervolgens met de winsten aan de haal gaan. Door bedrijven alleen te steunen als deze fatsoenlijk met hun werknemers omgaan.

‘En de samenleving zelf is daarin de partner van de overheid. Veel te lang zijn we ervan uitgegaan dat de burger een homo economicus is die gericht is op ­eigenbelang. Maar de burger is sociaal, laat zich leiden door emoties en angsten, is een groepsdier en vertoont kudde­gedrag. Als geheel is de samenleving heel krachtig, dat zie je nu duidelijk. Die kracht moeten we koesteren.’

Wat adviseer je iemand die door de crisis zijn baan is kwijtgeraakt of geen opdrachten meer krijgt?

‘Dat advies komt voor nu te laat: zorg ook als individu dat je buffers hebt. Weet dat er ook in de toekomst rampen ­komen, zorg dat je een appeltje voor de dorst hebt. Schrijf nu op welke lessen je leert en houd daaraan vast.’

Nog even over die herwaardering van vitale beroepen: hoe regel je dat de bewondering wordt omgezet in geld en mensen in de zorg en het onderwijs straks meer betaald ­krijgen dan mensen met flauwekulbanen?

‘Door nú vast te leggen wat er gebeurt na de crisis. We weten dat je dat momentum snel kwijtraakt, voor je het weet gaat iedereen over tot de orde van de dag. Nu moeten er beloften worden ­gedaan aan onderwijzers en verplegers, maar ook aan de kappers die we allemaal verschrikkelijk missen.’

Zeg dat wel.

‘Ik heb de bloempot al tevoorschijn ­gehaald. Overigens betekent herwaar­dering niet alleen dat er meer salaris naar medewerkers moet. Een eerlijke ­beloning staat voorop, maar mensen vinden het minstens zo belangrijk dat ze ook wérkelijk worden gewaardeerd en eigen verantwoordelijkheden hebben. Wij zijn in Nederland helemaal verdwaald in de bureaucratie, met als gevolg dat onderwijzers langer bezig zijn met het verantwoorden van hun onderwijs dan met het verzorgen van de lessen, en verzorgenden langer met minutenregistraties en protocollen dan met hun eigenlijke ­bezigheden. Het gaat ook om autonomie en vertrouwen.’

Wie draait uiteindelijk op voor de kosten van deze crisis?

‘Dat ligt erg aan hoe diep de crisis is, en of we weer goed kunnen maken wat we hebben gemist. Het grootste gevaar is dat de rekening wordt neergelegd bij de mensen die we juist nu zo hard nodig hebben, dus bij die zorg- en onderwijsmedewerkers die al eerder werden ­geconfronteerd met bezuinigingen. 

‘Ik denk dat je er niet aan ontkomt toch iets aan de belastingen te doen. De vermogensbelasting in Nederland is ­relatief laag, terwijl de vermogensongelijkheid in vergelijking met andere ­landen relatief hoog is. We weten dat het bedrijfsleven op allerlei slimme manieren weet te ontkomen aan het betalen van belastingen, daar is ook ruimte. Het is belangrijk dat ook het bedrijfsleven een eerlijke bijdrage levert aan het finan­cieel en economisch herstel na de crisis. Dat moet een voorwaarde zijn voor de hulp die nu wordt geboden.’

De crisis heeft geen dader die kan worden gestraft, alleen slachtoffers.

‘Maar dat biedt ook kansen, hè? We worden allemaal geraakt, dan kunnen we ook zorgen dat we solidair verdergaan, in plaats van dat iedereen alleen op zijn of haar eigenbelang let. Je moet de koplampen nu hoger zetten.’

Sommige mensen worden kwaad als je vooruitkijkt terwijl de ic-bedden nog vol liggen.

‘Je zult wel moeten. We zijn zulke gewoontedieren, voor je het weet ga je weer over tot de orde van de dag. Het zou fout zijn nu vooral te focussen op hoe we de maatregelen gaan versoepelen, dat vind ik een kortetermijndingetje.’

Wat betreft de vitale beroepen: hoe kijk je nu naar je eigen beroepsgroep, die van de economen?

‘Haha. Ja, dat is natuurlijk een gewetensvraag. Je moet het belang van economen nooit overschatten, onze voorspellingen zijn gebaseerd op aannamen en onzekerheden. Maar als het om deze crisis gaat is de eensgezindheid groot, de beroepsgroep probeert wel degelijk een vuist te maken, bijvoorbeeld door massaal het manifest te ondertekenen over financiële hulp aan Italië, zoals vorige week gebeurde.’

Komend weekend is het Pasen, het feest van de wederopstanding. Komt het goed?

‘We moeten optimistisch blijven. Optimisme is een morele plicht, luidt de beroemde uitspraak van Immanuel Kant: los van het persoonlijke leed van veel mensen biedt de crisis kansen tot her­bezinning. Ik weet als econoom dat we best hardleers zijn, dus het moet nu gebeuren; dit is het moment. Ik zou het een gemiste kans vinden als we hierna gewoon verdergaan en onze borst moeten natmaken voor een volgende crisis die wéér aantoont hoe kwetsbaar we zijn.’

* De volledige uitspraak van Rahm ­Emanuel luidt: ‘You never want a serious crisis to go to waste. And what I mean by that is an opportunity to do things that you think you could not do before.’

Lees ook

De coronacrisis legt bloot hoe onrechtvaardig en ondemocratisch het Amerikaanse gezondheidsstelsel is, aldus ontwikkelingseconoom en Nobelprijswinnaar Angus Deaton. De epidemie kan leiden tot fundamentele hervormingen, ‘maar het kan alle kanten op’.

Meer over