columnpeter de waard

Gaan na die bij de ECB ook bij de Europese Commissie alle remmen los?

null Beeld

Het was bij de totstandkoming in 1997 al een wassen neus. En inmiddels is het de meest ridicule EU-regel ooit: het zogenoemde Stabiliteits- en Groeipact die leden van de eurozone voorschrijft dat het begrotingstekort niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bbp en de staatsschuld niet hoger dan 60 procent. Wie zich niet aan deze monetaire grondwet houdt, wacht een torenhoge boete. Alleen worden die boetes nooit uitgedeeld, omdat alle lidstaten dan bankroet zouden gaan omdat ze al jarenlang in overtreding zijn.

De Oeso vond eigenlijk allang dat het pact maar bij het oud vuil moest worden gezet, maar nu lijkt de EU ook zelf van de dode letters af te willen. Vicevoorzitter van de Europese Commissie Valdis Dombrovskis zei vorige week dat Brussel wil kijken naar aanpassing van een pact dat niet langer realistisch is, gezien de explosies van de beide ratio’s door de pandemie. Van veel landen bedragen die inmiddels het dubbele, zo niet het driedubbele.

Architect van het pact was de Duitse minister van Financiën Theo Waigel. In september 1995 werd duidelijk dat 65 procent van de Fransen positief stond tegenover de euro en maar 37 procent van de Duitsers. ‘The Germans love the D-mark more than they love Europe’, schreef The Economist.

De angst van de Duitsers was dat de harde mark een soort lire zou worden met talrijke nullen. En daarvoor was het trauma van de Weimar-republiek te vers. Om zijn volk gerust te stellen, kwam Waigel met zijn eis voor een stabiliteitspact. Eigenlijk wilde Waigel nog dat geen enkel land een tekort van meer dan gemiddeld 1 procent zou mogen hebben, maar onder druk van Frankrijk werd dat 3 procent.

Als tegemoetkoming aan Duitsland werd daarna besloten een plafond voor de staatsschuld in te stellen van 60 procent van het bbp. Niet alleen waren beide percentages volkomen arbitrair, ook betekende het dat landen die in problemen kwamen met de ratio’s per definitie waren veroordeeld tot bezuinigen in plaats van hun economie te stimuleren.

Waigel kreeg zijn zin. De zwakke eurolanden zouden zich in de toekomst aan de sterke moeten aanpassen. In juni 1997 – anderhalf jaar voor de totstandkoming van de eurozone – ondertekenden de eurolanden het pact.

Portugal was de eerste lidstaat die de norm overschreed, in november 2002 dreigde Duitsland zelf ruim over de toegestane 3 procent van het bbp te gaan. Maar toen de Europese Commissie voorstelde boetes op te leggen, saboteerde Duitsland zijn eigen pact. In 2010 ontstond een eurocrisis toen Griekenland al vele jaren bleek te hebben gezondigd en een tekort had dat drie keer zo groot was als het toegestane percentage. Ook andere EU-landen vielen door de mand, waarna de ECB moest worden ingeschakeld om de muntunie te redden.

Inmiddels heeft de ECB zijn eigen regels opgetrokken – de inflatie mag zelfs boven de 2 procent komen voordat de rente wordt verhoogd. Nu zal Brussel hetzelfde doen en stelt zijn eigen grondwet ter discussie.

Meer over