Fusie stroombedrijven in het gedrang

De politiek moet haast maken met de nieuwe Elektriciteitswet, anders komt de fusie van de vier regionale stroomproducenten UNA, EZH, EPON en EPZ in het gedrang....

Van onze verslaggeefster

UTRECHT

De fusie tot het Grootschalig Productiebedrijf (GPB) moet vóór 1 april 1998 een feit zijn en de nieuwe Elektriciteitswet moet dus vóór die datum in werking treden, zei Ketting donderdag. De stroombedrijven maken zich zelf overigens ook schuldig aan vertraging: aanvankelijk mikten zij erop dat de fusie op 1 januari 1998 al beklonken zou zijn. Ketting ontkende dat er sprake was van vertraging.

De huidige Elektriciteitswet dateert uit 1989 en biedt geen geschikt raamwerk voor het GPB. De fusie is juist ingegeven door de liberalisering van de elektriciteitssector die in de nieuwe wet gestalte krijgt. De wet geeft bedrijven de keuze bij wie ze hun stroom kopen, particuliere afnemers moeten tien jaar wachten.

Nu ligt de nieuwe wet bij de Raad van State voor advies en begint pas daarna aan de moeizame gang door Tweede en Eerste Kamer. Gezien haar complexe inhoud zal het 'geen wet zijn die rap de Raad van State zal passeren', denkt Ketting. Ook de Tweede Kamer zal er volgens hem wel lang voor uittrekken. Ketting is voor de VVD lid van de Eerste Kamer maar treedt eind van dit jaar af als directievoorzitter van de SEP, waardoor er geen gevaar is voor belangenverstrengeling.

Hoewel de wet een groot aantal politiek controversiële punten behelst, denkt Ketting niet dat zij tijdens de verkiezingen volgend jaar op de politieke agenda komt. 'Zo belangrijk is het nou ook weer niet. Bovendien moet er toch enige continuïteit zijn.'

Tot de politieke strijdpunten rekent Ketting de invulling die gegeven wordt aan ruime begrippen als vrije mededinging van stroomproducenten, het toezicht op de elektriciteitsnetten en het energie- en milieubeleid.

Het grootste politieke breekpunt zal naar verwachting de bescherming van de captive customer worden. Omdat ze pas over een hele tijd kunnen kiezen bij wie de gebonden klanten hun stroom kopen, zouden zij de dupe kunnen worden van de vrije markt. In de overgangsfase moet er een goede regeling komen voor stroomtarieven van de gebonden klanten.

De eigendomsstructuur van het GPB is nu al een punt van zorg. De aandeelhouders van het Utrechts-Amsterdamse stroombedrijf UNA - de provincies Noord-Holland en Utrecht alsmede de gemeentes Utrecht en Amsterdam - verzetten zich tegen de fusie omdat het GPB alleen distributiebedrijven als aandeelhouders toe zou laten. De ferme woorden van Ketting dat de fusie al zo goed als rond is, zouden daarom ook met een korrel zout genomen moeten worden.

Ketting herhaalde dat de fusie grote kostenbesparingen met zich mee zal brengen. Hij denkt dat kosten van in totaal zes miljard gulden jaarlijks met 200 miljoen omlaag kunnen. Daar profiteert de consument van omdat de stroomprijzen met de kosten mee kunnen dalen.

Toch ligt het meer in de lijn der verwachting dat de prijzen van de gebonden klanten stijgen omdat er nog steeds uitgaven uit het verleden zijn die nog niet zijn verdisconteerd. Zo hebben de kolenvergassingsinstallatie Buggenum en een aantal stadsverwarmingsprojecten een miljard gulden aan zogenaamde bakstenen achtergelaten. Voor deze 'niet-marktconforme kosten' is hulp van het ministerie van Economische zaken toegzegd. Hoeveel geld minister Wijers ervoor over heeft, kon Ketting niet zeggen.

De efficiency bij het GPB zal grote gevolgen hebben voor het personeelsbestand van de stroomproducenten. Hoewel er al met de vakbonden en de ondernemingsraden over gepraat wordt, stelde Ketting dat hij ook hierover geen cijfers kon geven.

Vooruitlopend op de vrije markt heeft de SEP al een stukje van haar markt verloren aan kleine decentrale stroomproducenten. In 1995 had de SEP nog 89,6 procent van de markt in handen. Vorig jaar daalde dat naar 85,7 procent, zo bleek uit het jaarverslag.

Meer over