Friezen ten strijde tegen moderne windreuzen

De Friezen zijn verdeeld over de zegeningen van de windenergie. Boeren die eraan kunnen verdienen, willen wel turbines op hun erf, anderen ergeren zich aan de horizonvervuiling en het lawaai.

null Beeld
Beeld

De radioactieve wolk van Tsjernobyl, daar begon het mee voor Lolle Hylkema. De boer uit het Friese Tjerkwerd had op 3 mei 1986 net zijn koeien binnengehaald, vlak nadat milieuminister Winsemius in het tv-programma Tineke een graasverbod had afgekondigd om besmette melk en kaas te voorkomen. Hylkema en zijn zwangere vrouw keken uit over het lege weiland en besloten dat het helemaal anders moest met het milieu. Dit was niet de wereld waarin ze hun kinderen wilden laten opgroeien.

En dus klapwiekte nog geen jaar later een van de eerste windturbines van Nederland op hun erf: een 30 meter hoge Lagerwey van 75 kilowatt. Drie decennia later hebben Hylkema (59) en zijn buren hun windpark uitgebreid tot acht molens van elk 1,3 megawatt, genoeg voor stroom aan 8- tot 10 duizend gezinnen.

Maar anno 2017 is de windmolen voor velen allang niet meer alleen een symbool voor een beter milieu. Met het uitdijen van het aantal windmolens van vier in 1986 naar 2.038 in 2015, plus nog eens 139 turbines op zee, is ook het onbehagen gegroeid. Windenergie is niet alleen goed voor inmiddels 6 procent van onze elektriciteit, maar heeft ook een tegenbeweging op gang gebracht van meer dan honderd protestclubs, met namen als 'Tegenwind Weijerswold' en 'Geen zwaaipalen in de Wieringerwaard'. Ze tekenen vooral bezwaar aan tegen horizonvervuiling en het lawaai.

Splijtzwam van gemeenschappen

Wie denkt dat deze clubs vooral bestaan uit geborneerde NIMBY'ers - not in my backyard - moet de nieuwe documentaire Onderstroom kijken, begin maart te zien op NPO2. Daarin laat filmmaker Jeroen Hoogendoorn zien hoe zijn dorp Pingjum op zijn kop wordt gezet als de provincie zonder inspraak besluit rond Pingjum veertig tot zestig turbines te bouwen, elk 200 meter hoog, oftewel 35 meter hoger dan Nederlands hoogste wolkenkrabber, de Maastoren.

De Pingjummers komen in opstand, aangevoerd door de gepensioneerde jurist Albert Koers. Ze bedenken een alternatief windmolenplan, met als motto: 'Eerlijk delen van lusten, lasten en zeggenschap'. Dapper boksen de onbezoldigde Pingjummers op tegen de betaalde lobbyisten van de energiemaatschappijen, en tegen de lokale boeren die maar wat graag windmolens op hun erf willen, gelokt door de jaarlijkse grondvergoedingen van 12 duizend euro per megawatt, oftewel 36 duizend euro per windmolen voor de nieuwste generatie turbines. Met zijn plan voor zes windmolens, goed voor 18 megawatt, gaat Koers de boer op in de omliggende dorpen en wint de steun van de bevolking.

Protestposter tegen windmolens. Beeld
Protestposter tegen windmolens.Beeld

Toch eindigt zijn plan in de prullenbak van de provincie Friesland. Het windpark bij Pingjum komt er weliswaar niet, maar over het plan van Nuon dat de zegen krijgt van de provincie, 10 tot 15 turbines bij de Afsluitdijk, heeft de bevolking niets te zeggen gehad. Zoals de Friezen ook niets te zeggen hebben gehad over een windpark van 89 turbines, dat voor de Friese IJsselmeerkust verrijst.

En zo is de windmolen uitgegroeid tot symbool voor de zwakten van onze democratie, en tot splijtzwam van gemeenschappen. Treffend is de scène in Hoogendoorns documentaire waarin een Tzummarumse tegenstander van windmolens uitvaart tegen een dorpsgenoot die, mede dankzij de lokroep van het geld, windmolens wel ziet zitten. 'Ik neem geen trekkers meer van jou! Jij hebt wat extra's en de rest van de gemeenschap niet!'

Zwartmakerij

Of neem Tjerkwerd, zegt de Friese dichter Dien de Boer woensdag na afloop van de vertoning van Onderstroom in het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger. Een kennis van haar voerde met succes het verzet aan tegen de uitbreiding en verhoging van de windmolens in haar dorp. Er zouden zowel voor als achter haar huis windmolens komen zonder dat ze daarvoor werd gecompenseerd, omdat ze net luttele meters te ver van de turbines woonde. Ze voelde zich daarna zo met de nek aan gekeken dat ze is verhuisd. Eén dorpsgenoot belde zelfs haar baas, de Rabobank in Sneek, om haar ervan te beschuldigen dat ze in de rekeningen van de windboeren had geneusd. Ze wist namelijk wel heel precies hoeveel de boeren aan hun molens verdienden. Zelf spreekt de vrouw de beschuldiging met klem tegen.

De plannen waartegen ze streed, waren onder meer die van Lolle Hylkema. De melkveehouder is zich van geen kwaad bewust. De vergoedingen voor de grond en het recht van overpad zijn niet exorbitant - 6- en 4 duizend euro per molen - en bovendien netjes verdeeld onder omwonenden. Bovendien participeert Tjerkwerd zelf in de molens, wat het dorp elk jaar 40 tot 50 duizend euro oplevert.

Toch snapt Hylkema de onvrede over de wildgroei aan windmolens wel. 'Zo bouwen we toch ook geen wegen, of industrieparken? Als je een weg wilt aanleggen dan is daar een dik draaiboek voor. Maar als de politiek alles maar aan de omgeving overlaat, krijg je één grote wildwesttoestand.'

Protestposter tegen windmolens. Beeld
Protestposter tegen windmolens.Beeld
Meer over