Fransen aan het werk, werk, werk

In Frankrijk zet de daling van de werkloosheid flink door. Premier De Villepin feliciteert zichzelf daarmee, maar de oppositie ziet hem als een brandweerman die zelf het vuur heeft aangestoken....

Bijna vijftigduizend minder werklozen in mei, ‘een historische daling’ tot 8,8 procent van de beroepsbevolking, ofwel ‘het laagste niveau sinds 2002’, trompetteren premier Dominique de Villepin en diens minister van sociale cohesie Jean-Louis Borloo om het hardst. Hun regering, die in 2005 daags na het ‘nee’ van de Fransen tegen de Europese Grondwet aantrad, kreeg één opdracht van president Jacques Chirac mee: werk, werk, werk.

Wie op de officiële cijfers afgaat, concludeert dat die missie wordt vervuld. Want de werkloosheid daalt nu al veertien maanden achtereen, een enkele maand uitgezonderd. Nog altijd zoeken 2,2 miljoen Fransen werk, maar dat is wel 261 duizend minder dan in februari 2005, toen de daling werd ingezet.

Minister Borloo voorspelt dat het zo verder gaat. In het komende jaar komen er nog eens driehonderdduizend banen bij, ‘een werkloosheid van 7 procent is mogelijk’, zo houdt hij de sceptische Fransen voor. Met dank aan zijn ‘plan voor sociale cohesie’, zegt hij erbij. Zijn plan werd van kracht op het moment dat de daling van de werkloosheid inzette.

Eén van de succesvolste onderdelen van zijn plan vormen ‘de persoonlijke diensten’. Waar het vooral om gaat, is het ‘witten’ van werk dat tot dusver zwart werd gedaan: klusjes bij particulieren, variërend van tuinieren, huishoudelijk werk tot schilderen, kunnen voortaan zonder bureaucratische rompslomp worden verricht, waar tot voor kort de papierwinkel het zwarte circuit stimuleerde.

In de eerste drie maanden van dit jaar kwamen er in deze sector 37 duizend banen bij. Op jaarbasis betekent dat een verdubbeling van het aantal nieuwe ‘klusjesbanen’, in vergelijking met voorgaande jaren.

Wordt dit succes niet of nauwelijks betwist, op de overige regeringsmaatregelen valt het nodige af te dingen. Zo is premier Villepin trots op het door hem bedachte ‘CNE’, een arbeidscontract voor bedrijven tot twintig werknemers. Dat maakt het mogelijk nieuwe arbeidskrachten twee jaar lang op proef te laten meedraaien. In die periode mogen ze zonder opgave van redenen worden ontslagen. Inmiddels zijn er 440 duizend van dit soort contracten gesloten. Maar de vraag is of die banen er anders niet waren gekomen.

Villepin ontwijkt die vraag, maar economen houden het erop dat in negen van de tien gevallen een CNE in de plaats van een vaste of een tijdelijke baan is gekomen.

Ook bij de ‘contracten van de toekomst’, dit jaar goed voor 75 duizend nieuwe banen, is een kanttekening op zijn plaats. Het betreft hier gesubsidieerde, tijdelijke banen in de overheidssector. De voorganger van Villepin, Jean-Pierre Raffarin, had die Franse variant op de Melkert-baan met veel misbaar afgeschaft, omdat het een door de socialisten bedacht concept was waarmee de werkloosheid kunstmatig omlaag werd gebracht. Nu de verkiezingen in het zicht komen, valt rechts terug op wat eerder als een ‘linkse truc’ werd afgeschilderd.

Links beschuldigt rechts ervan niets wezenlijks te hebben gedaan. Eerst de Melkert-banen afschaffen om ze daarna weer in te voeren. Bij de Parti Socialiste roept dat associaties op met een ‘brandweerman die het vuur dooft dat hij zelf heeft aangestoken’. Van vooruitgang is geen sprake. De werkloosheid is nu 9,1 procent, maar het was 9 procent in april 2002, toen rechts aantrad. ‘We hebben vier jaar verloren in de strijd tegen de werkloosheid’, stelt de Parti Socialiste.

Niettemin lijdt het geen twijfel dat er sprake is van een toename van de werkgelegenheid. De socialisten hebben de neiging dat te verdoezelen, rechtse politici eisen er de verantwoordelijkheid voor op. Beiden doen daarmee de werkelijkheid geweld aan. Vooral het aantrekken van de economische groei is debet aan deze positieve ontwikkeling. Maar dat komt links noch rechts als verklaring goed uit.

Meer over