'Flauw ten opzichte van BolsWessanen'

Was de Haarlemse horeca een broeinest van voorkennis? Justitie denkt van wel. Behalve in drank- en spijshuis Blanje Bleu in Bentveld werd ook in andere etablissementen als De Druif, De Stinkende Emmer en De Ramp veelvuldig gediscussieerd over de beurskoersen....

PETER DE WAARD

Van onze verslaggever

Peter de Waard

AMSTERDAM

Volgens het Openbaar Ministerie werd daarbij gebruik gemaakt van tips van toenmalig bestuurder Teun-Jan van N. van BolsWessanen. Vooruitlopend op nog uit te geven persberichten over de beroerde gang van zaken bij dit bedrijf, praatte hij in Blanje Bleu zijn mond voorbij. Het nieuws verspreidde zich daarna als een olievlek over de rest van de Haarlemse horeca.

In het voorkennisproces rond BolsWessanen stond vrijdag de Haarlemense optiehandelaar Koos M. voor de rechtbank. M. verdiende in de jaren 1994 en 1995 privé zo'n 60 duizend gulden aan een aantal optietransacties in BolsWessanen, waaraan volgens justitie een luchtje van voorkennis zit.

M. ontkende alles. Hij had Van N. nooit ontmoet, laat staan dat hij door hem getipt zou zijn. Ook andere hoge functionarissen van BolsWessanen kende hij niet. In Blanje Bleu was hij maar één keer geweest, samen met Stanley M., een bevriende optiehandelaar. In de Haarlemse café's kwam hij wel regelmatig. 'We spraken over de beurs, maar niet specifiek over het aandeel BolsWessanen', aldus M.

Samen met Stanley M. en de Haarlemse makelaar Diederik de R. richtte hij eind 1993 een eet- annex beleggingsclub op, Triple Sec genaamd. De beide optiehandelaren brachten iedere 2500 gulden in, plus hun kennis. De makelaar legde 5000 gulden in en deed de administratie. De beleggingsrekening kwam ook op naam van De R. Voordat BolsWessanen begin 1994 voor het eerst de resultaten naar beneden bijstelde, kocht Triple Sec tien put-opties. Waarom? 'We waren flauw ten opzichte van BolsWessanen. Vanaf de fusie was ik al negatief. Er was geen synergie.' In het gerechtelijk vooronderzoek had M. BolsWessanen een 'ballenhut' genoemd.

De rechtbank kon het moeilijk geloven. Op dat moment waren er nog geen redenen om twijfels te hebben over het slagen van de fusie. Integendeel: het blad BeleggersBelangen had een maand eerder nog een koop/houd-advies voor het aandeel gegeven. Volgens officier van justitie handelde M. allesbehalve marktcomform.

M. erkende dat hij flauw was. 'Maar hoe flauw? Megaflauw?', wilde de rechtbank weten. 'Megaflauw? Kom nou. Het ging maar op tien put-jes.'

M. was op de optiebeurs bassier: hij speculeerde op de daling van de koersen. 'Als Azië in elkaar stort, dan denk ik dat het hier ook gaat gebeuren.' Daarnaast schuwde hij risico's niet.

In de jaren negentig, met continu stijgende koersen, konden ongelukken daarom niet uitblijven. In oktober 1993 werd hij zelfs van de optiebeurs verwijderd, omdat hij als market-maker onvoldoende liquide middelen had. Pas in juli 1994 kreeg hij de zetel op de optiebeurs terug. In die tussenliggende periode beoefende hij het beleggingsvak vooral als hobby. Met de tien put-jes in januari verdiende Triple Sec 700 gulden. In augustus 1994 werd al aanzienlijk grover gegokt. Toen leverde de koop van 50 put-opties, vlak voordat BolsWessanen naar buiten kwam met tegenvallende halfjaarcijfers, al een winst op van ruim tienduizend gulden.

Eind juni 1995 trok M. alle registers open. Voor Triple Sec kocht hij 200 puts en voor eigen privé-rekening nog eens 300 stuks. Hij liet zelfs vlak voor de aankoop nog een bedrag van 250 duizend gulden van zijn zaak naar zijn privé-rekening overmaken om het avontuur financieel te verhapstukken. De gok werd een succes. Doordat BolsWessanen op 4 juli onverwacht een profit-warning publiceerde, leverde alleen de privé-transactie al 60 duizend gulden winst op.

Met voorkennis had het volgens Koos M. niets te maken. 'BolsWessanen had grote belangen in Italië en de VS. Zowel de koers van de lire als dollar stonden onder druk. Daarnaast waren de kaasprijzen in elkaar gestort.'

M.'s raadsman C. van Bavel overlegde als bewijs voor het laatste een artikel uit het blad FEM van februari 1995, waarin werd gesteld dat door de 'hoge productie en toenemende concurrentie de prijs van speciaalkazen onder druk stond'.

'Maar als u zo pessimistisch was over de kaasprijs, waarom investeerde u dan niet in andere zuivelfondsen zoals Coberco of Procter & Gamble', wilde officier van justitie mr H. de Graaff weten.

'Procter & Gamble produceert vooral wasmiddelen. En Coberco is een coöperatie', antwoordde M. 'En waarom pas vijf maanden nadat het arikel in FEM had gestaan?', hield De Graaff aan. 'Omdat ik eerder geen geld had', aldus de optiehandelaar.

Meer over