Exxon en Mobil moeten delen afstoten om te mogen fuseren

Exxon en Mobil moeten van de Europese Commissie hun marktaandeel in Europa op een aantal gebieden verkleinen. De fuserende oliemaatschappijen zouden anders een te sterke positie krijgen....

Exxon moet zijn deelnemingen in twee samenwerkingsverbanden van de hand doen. Daarbij gaat het om tankstations in Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Frankrijk. De ruim negenduizend Esso-pompstations in Europa, waarvan 350 in Nederland, zullen gewoon onder de vlag van het fusiebedrijf mogen blijven.

Verder vindt de Europese Commissie dat Exxon en Mobil zich moeten terugtrekken uit een aantal activiteiten op het gebied van aardgas in Nederland en Duitsland. De commissie heeft deze eisen gesteld om te voorkomen dat Exxon-Mobil een overheersende positie krijgt op de Europese markt voor olie en gas.

Mobil moet evenwel zijn belang van 30 procent in het samenwerkingsverband met BP, dat in Europa ook zo'n negenduizend tanks heeft staan, verkopen. In de eerste helft van 1997 hebben Mobil en BP hun Europese tankstations ondergebracht in een gezamenlijke onderneming.

Het Mobil-embleem verdween toen uit het straatbeeld: alle stations van de joint venture gingen verder onder de BP-vlag. Mobil bezit nog wel 30 procent van de aandelen. Een woordvoerder van het bedrijf in de Verenigde Staten zegt dat Mobil met BP praat over de verkoop van het belang. Ook Mobils belang van 28 procent in de Duitse joint venture met Aral wordt van de hand gedaan.

Brussel heeft tevens ingestemd met de overname van Atlantic Richfield (Arco) door BP-Amoco. Ook hier heeft de commissie het afstoten van een aantal activiteiten geëist om een te grote machtspositie te voorkomen. In dit geval dreigt een overmatig sterke positie in het vervoer van aardgas via pijpleidingen op de zeebodem van het Britse continentaal plat naar de Britse kust.

Meer over