Extreme of bizarre regels op het werk? Het mag

Je moeten verplaatsen met een minimale snelheid van vijf kilometer per uur, is geen gewone maatregel op de werkvloer. Maar directiegrillen kunnen worden gladgestreken....

Juridisch is er aan zo’n vijfkilometer-maatregel weinig te doen, zegt Jan Warning, hoofd Arbeidsomstandigheden bij FNV Bondgenoten. Het rolcontainer-bedrijf Hoza uit Scheemda (Groningen) heeft zijn personeel opgelegd op de bedrijfsvloer met een snelheid van minstens vijf kilometer per uur te lopen, met de handen uit de zakken. ‘En dat mag’, zegt Warning.

Er is namelijk geen wet die de onderlinge afspraken op het werk reguleert. De arbowet bepaalt hoe werkgevers de veiligheid en gezondheid van hun medewerkers dienen te beschermen. ‘In de wet staan bijvoorbeeld voorzieningen genoemd, zoals het verplichte aantal toiletten bij een bepaald personeelsbestand. Maar veel maatregelen glippen door de mazen van de wet.’

Zoals de actie van de directeur van het Apeldoornse bedrijf Interlogica. Van ’s middags tot enkele minuten na vijven deed hij de deuren van zijn bedrijf op slot. Het zou de hardnekkige gewoonte van enkele werknemers om voortijdig het pand te verlaten, moeten doorbreken.

Dat leidde in mei van dit jaar tot woedende reacties van de vakbond, die aanklopte bij de Arbeidsinspectie. ‘Wij hebben toen niets gedaan’, zegt een woordvoerder van de inspectie. ‘Wij grijpen pas in op het moment dat de arbowet wél in het geding komt. Bijvoorbeeld als een werknemer bij ons klaagt dat zijn baas hem onder gevaarlijke omstandigheden laat werken.’

Extreme of bizarre maatregelen komen vaak aan het licht. Zoals de beslissing van luchtvaartmaatschappij Ryanair om het opladen van mobiele telefoons op het werk te verbieden. Of de ‘menstruatieband’ die medewerksters van de Duitse supermarktketen Lidl om hun hoofd moesten dragen. De discounter probeerde op die manier overbodige plaspauzes bij vrouwen zonder hoofdband te voorkomen. Toen de media er lucht van kregen, werd de band vorig jaar stilzwijgend afgeschaft.

Maar toiletregels en andere richtlijnen over de werkhouding, komen in veel bedrijven voor, zegt Jan Warning. En in veel sectoren.

In de zakelijke dienstverlening, zoals in call-centers, in de detailhandel, in de groothandel, in de industrie. Mensen mogen niet zomaar van hun plek. Ze mogen niet bijkletsen, niet roken en niet naar het toilet buiten de aangewezen tijdstippen.

‘Vooral in kleinere bedrijven, laten we zeggen met minder dan honderd man personeel. Als de organisatie groter is, werkt er meestal wel een professionele P & O-functionaris. En die gaat met dat soort regelgeving iets handiger om.’

Want daar schort het dikwijls aan, concludeert Warning: onhandige manoeuvres van de baas. ‘Vaak gaat het om een werkgever die onzeker is en zijn personeel wantrouwt. De knoet erover, is dan de reactie.’

De meest in het oog springende maatregelen worden doorgaans wel weer teruggedraaid, is Warnings ervaring. ‘Om de tafel met elkaar helpt. Niet dat het dan ineens geweldige werkgevers worden. Maar tot een oplossing komt het meestal wel.’

Precies, zegt Alfred van Delft van MKB-Nederland, de belangenorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf. ‘Deuren dicht, desnoods met de koppen tegen elkaar en een stevig gesprek.’ Van Delft begrijpt de drang van ondernemers om regels te stellen. ‘Ik krijg steeds vaker klachten over de mentaliteit van het personeel. Een werkgever kijkt niet naar uren. Hij wil presteren. Zeker in kleinere bedrijven luistert dat nauw, daar zitten de ondernemers er vaak met hun eigen kapitaal in.’

Beleid mag daarom streng zijn. ‘In Nederland kost een werknemer een paar centen, daar mag je best wat tegenover zetten. Je moet je personeel opvoeden in de bedrijfscultuur die je voor ogen staat. Maar duidelijkheid is één ding. Draagvlak een tweede.’

Meer over