Even Utrecht bellen

Kopers van beleggingsverzekeringen weten niet wat ze kopen, blijkt uit onderzoek. De nieuwe gedragscode van de verzekeraars functioneert niet. Verzekeraar Royal Nederland doet het anders - en beter....

Levensverzekeringen zijn populairder dan ooit. In het eerste kwartaal van dit jaar werden er voor het eerst meer dan vierhonderdduizend van verkocht. Meer dan de helft van de verkochte polissen bestaat inmiddels uit beleggingsverzekeringen. 'Het gaat ongehoord hard', zegt Frank Rosenmuller, directeur van de Utrechtse levensverzekeraar Royal Nederland. 'Toen wij tien jaar geleden begonnen, maakten beleggingsverzekeringen nog maar 3 procent van de markt uit.'

Bij beleggingsverzekeringen gaan de premies in beleggingsfondsen in plaats van in vastrentende deposito's en obligaties zoals bij de traditionele guldensverzekeringen. In principe eet de polishouder daardoor van twee walletjes: én fiscaal aftrekbare premies (als de verzekering tenminste een oudedagsvoorziening is, maar dat is hij meestal), én een hoger eindkapitaal dankzij de hoge beleggingsrendementen.

In principe - want er zijn twee maren. Anders dan beleggers in aandelen kunnen de meeste houders van een beleggingspolis de ontwikkeling van hun beleggingen niet van dag tot dag volgen via teletekst of de koerspagina's in de krant. Veel verzekeraars beleggen de premies namelijk in eigen, besloten fondsen, waarvan de prestaties niet worden gepubliceerd. Verder blijven de kosten van de meeste polissen ondoorzichtig, en daarmee ook hun netto rendementen - ondanks de invoering vorig jaar van een interne gedragscode, waarmee de verzekeraars meer openheid beoogden.

Die code functioneert niet, zo bleek onlangs uit een onderzoek naar beleggingsverzekeringen van het actuarieel adviesbureau Hammer. Dit bureau maakte in 1994 naam met een van de eerste onafhankelijke pogingen tot vergelijking van beleggingsverzekeringen. In de recente tweede poging vroeg Hammer offerte aan bij een groot aantal verzekeraars, steeds met dezelfde uitgangspunten.

In vijftien van de 24 offertes stemden het werkelijke en het voorgespiegelde eindkapitaal min of meer overeen. 'Dat is beter dan in ons eerste onderzoek', aldus Falco Valkenburg van Hammer. 'Maar die negen anderen blijven er natuurlijk negen te veel.'

De voorgespiegelde eindkapitalen liepen uiteen van 589.146 tot 890.623 gulden. 'Na controle, herrekening en overleg met de verzekeraars' kwam Hammer uit op respectievelijk 577.500 en 743.300 gulden - nog steeds een verschil van meer dan anderhalve ton. Hammers conclusie: vergelijking van de aanbiedingen is 'onmogelijk'. Met andere woorden: de vele duizenden enthousiaste kopers van beleggingsverzekeringen weten niet wat zij kopen.

Royal Nederland deed niet mee aan het Hammer-onderzoek en ondertekende evenmin de gezamenlijke gedragscode. Is Royal dus extra slecht? Nee, zegt Falkenburg. 'Op grond van berekeningen op eigen gezag weten wij dat Royal niet de goedkoopste is, maar wel waarmaakt wat het belooft.'

Integendeel, vindt ook directeur Rosenmuller. 'Die code deugt gewoon niet. Hij dwingt de verzekeraar in zijn offertes voorbeeldrendementen te hanteren van 16 procent. Dat is onverantwoord hoog. Wij werken met 8 procent.' En aan het Hammer-onderzoek deed hij niet mee, omdat hij niet in één adem genoemd wil worden met de vele maatschappijen die er een potje van maken. 'Ik ben geschrokken van Hammers conclusies.'

Volgens Rosenmuller doet Royal Nederland het uit eigen beweging anders - en beter. Zijn bedrijf is sinds vorig jaar een volle dochter van de Duitse verzekerholding AMB, maar begon in 1987 als Nederlands filiaal van een Britse verzekeraar. Van de Britten erfde Royal een heldere en simpele kostenstructuur. Alle poliskosten, inclusief de provisie voor de tussenpersoon, trekt Royal in de eerste vier jaar van de belegde premies af. Daarna worden die premies voor 100 procent belegd.

Dit heeft gunstige gevolgen voor de zogenoemde afkoopwaarde van de verzekering, wanneer de polishouder vóór het einde van de looptijd van zijn polis afwil. 'De meeste verzekeraars smeren hun kosten over de volle looptijd uit', aldus Rosenmuller. 'Wil je er eerder uit, dan trekken ze de resterende kosten ineens af van het tot dan opgebouwde kapitaal. Dat maakt de waarde van de polis volstrekt ondoorzichtig.'

Royal heeft sinds enige tijd een telefonische 'Waardelijn', waarmee polishouders 24 uur per dag kunnen bellen. Even polisnummer en pincode intoetsen, en een computerstem onthult de exacte afkoopwaarde van de polis op die dag. 'We krijgen zo'n vijftigduizend telefoontjes per jaar', aldus Rosenmuller.

Goed, de kosten zijn helder. Maar hoe zit het met de beleggingsprestaties van Royal? Daarvoor verwijst Rosenmuller naar de metingen van ABN Amro Asset Management (zie tabel). Deze ABN-dochter rangschikt beleggingsfondsen van verzekeraars en andere instellingen niet naar rendement, maar naar hun risico-score volgens de zogeheten Sharpe-maatstaf. Hoe hoger de Sharpe-score van een fonds, hoe kleiner het risico op sterke schommelingen in het fondsrendement - minstens zo belangrijk als het rendement zelf.

Blijkbaar vond Rosenmuller de scores van zijn fondsen goed genoeg om de aanval in te zetten op de belegger. Deze week bracht Royal drie beleggingsfondsen naar de beurs, afgeleid van de eigen fondsen in de ABN-ranglijst. Ook beleggers zonder Royal-verzekering kunnen nu meedoen via de aan de nieuwe fondsen gekoppelde Royal Beleggersrekening - een naadloze kopie van de succesvolle Roparco-spaarrekening van Robeco. Daarmee kreeg Robeco een koekje van eigen deeg. Want die jaagt sinds vorig jaar op de klanten van Royal. Via de eigen verzekeringsdochter RoZeker.

Meer over