Eten met uitzicht

Er zijn van die dagen dat je minder geïnteresseerd bent in wát je eet, dan wáár je eet. Op een prachtig terras bij voorkeur, uitkijkend over bos, water of weiland....

Mac van Dinther

Voor dat soort dagen zou een gids moeten bestaan met louter restaurants met de allerbeste uitzichten. Maar die is er niet. Misschien is het iets voor een mooie website, www.etenmetuitzicht.nl of zo, waar we allemaal onze favoriete uitzichtrestaurants naartoe kunnen sturen.

Uit eigen ervaring kunnen we nomineren: De Hamert in Wellerlooi (fantastisch uitzicht over de Maas), De Engel in Dodewaard (idem over de Waal), de Bokkedoorns in Overveen (duinen), De Roggebot in Kampen (sublieme blik op het Vossemeer) en de Belhamel in Amsterdam (prachtig grachtengezicht).

Van horen zeggen hadden we dat ook de Fuik in Aalst een prachtig uitzicht moet hebben en daarbij bovendien uitstekend voedsel serveert. Wij moesten dus naar Aalst om te kijken of er een nieuwe

vermelding in zit voor onze website.

Maar voor we verder gaan eerst wat technische uitleg over uitzicht. Kwalitatief goed uitzicht dient te bestaan uit verschillende onderdelen. Bossen zijn goed als basis, maar alleen bos kan benauwend werken. Dat geldt ook voor stadsgezichten en (drukke) pleinen.

Velden zijn beter, water doet het altijd goed. Extra aantrekkelijk is het als er iets in het uitzicht beweegt: heen en weer varende bootjes bijvoorbeeld, koeien, vogeltjes, een ondergaande zon desnoods. Niks zo saai als uitzicht waarin niks gebeurt, daarop ben je zo uitgekeken.

Belangrijk tot slot, maar vaak verwaarloosd, is het vertikale element in het meestal horizontaal uitgevoerde uitzicht, dat voor een spannender vlakverdeling zorgt. Een kertoren is het mooist, maar een oude toren of een eeuwenoude boom kunnen ook goede diensten bewijzen.

Bij aankomst in Aalst is één blik genoeg: De Fuik schiet meteen naar de top van onze ranglijst. Het restaurant ligt aan de afgedamde Maas tussen Heusden en Woudrichem. Onder het gigantische terras stroomt het water haastig voorbij. Aan de overkant liggen uitgestrekte groene weilanden met daarin wat goed geplaatste roodbonte koeien. In de verte zorgt de kerktoren van Wijk en Aalburg voor het vertikaal contrapunt - op zijn minst één reden om God te danken. Verbluffend mooi. We voelen het geluk al stromen.

Maar helaas arriveren we op een typisch Hollandse zomerdag. Het regent nog net niet, maar de lucht ziet loodgrijs van ingehouden vocht. Tot onze spijt zijn we gedoemd binnen te eten. Die spijt verdiept tot droefenis wanneer we het restaurant betreden.

De Fuik is geen mooi oud dijkhuis, maar een nieuwerwets paviljoen dat in de verte doet denken aan de kantine van een chique roeivereniging. Zwarte stoelen op chromen onderstellen, donker gespikkeld tapijt en heel erg lelijke witte verwarmingsradiatoren onder alle ramen.

Inrichting is een kwestie van smaak, we zeggen het steeds, en we zijn de laatsten om te beweren dat de onze maatgevend is. Er zijn vast mensen die het prachtig vinden, maar wat ons betreft mag de interieurarchitect die de Fuik

onder handen heeft genomen op een lekkend vlot in de Maas worden gezet. Zelden zo'n contrast

gezien tussen dichterlijke pracht buiten en kale burgerlijkheid binnen.

En vervolgens gaat met het eten zoals te voorspellen was. Als we buiten hadden gezeten, waren we waarschijnlijk verrukt huiswaarts getogen, vervuld van drank, eten en de schoonheid van de Bommelerwaard. Maar nu zitten we binnen te sikkeneuren en vallen we over alles.

Zoals over de amuses die op tafel staan voor we goed en wel

zitten. We zien het vaker, die nerveuze haast die doorgaat voor service. Alsof we niet kunnen wachten om ons met blikkerende tanden op de verplichte openingshapjes te storten. Om daarna een half uur te wachten tot het 'echte' eten komt.

Het begin is uitmuntend: sappige dorade met knapperige ham. Maar daaarna zakt het een beetje in. De venkelsoep met langoustinestaarten is nog goed, maar het hoofdgerecht van in filodeeg verpakte kabeljauw heeft het niet. De pakketjes zijn prachtig, maar het deeg is te dik en taai, de kabeljauwvulling is nauwelijks te proeven en de roze saus van schaaldieren heeft iets confectie-achtigs.

De overbuur geniet oprecht van zijn tongschar met Hollandse garnalen, peuzelt daarna genoeglijk een modieuze moot zeebaars met paddestoeltjes op, maar verstuikt zijn tong op de eendeborst die 'doorgeslagen' is, te lang gegaard en dus niet meer mals en roze van binnen.

Verlangend werpen we af en toe een blik naar buiten waar de nacht langzaam de wijde blik versluiert. Vorstelijk als het uitzicht is nog wel de rekening die 380 gulden bedraagt. Duur voor een grijze avond. De volgende keer willen we aftrek voor binnen eten.

Meer over