Er zit een luchtje aan de wonderolie

Palmolie wordt populair. Ze kan bijvoorbeeld dienen als alternatieve energie. Toch komen juist uit de milieuhoekkritische geluiden.Door Marieke Aarden..

Marieke Aarden

De run op palmolie is in volle gang, want palmolie is in. Milieubeschermers spreken zelfs over een palmolietaart en die lijkt niet snel genoeg aangesneden te kunnen worden. ‘Maar dat gaat ten koste van tropisch regenwoud en de daarin levende mensen en dieren’, zegt Myrthe Haase van adviesbureau AIDEnvironment in Amsterdam.

Het Westen wil vanwege de behoefte aan gezonder voedsel geen koekjes, chips en pindakaas van dierlijke vetten meer, maar van plantaardige olie. De cosmetica-industrie is ook een grote afnemer. En sinds een paar jaar wordt palmolie ook gepusht uit milieuoverwegingen, omdat het een alternatief kan zijn voor fossiele brandstof.

De grootste producenten, Indonesië en Maleisië, in 2006 samen goed voor 7,8 miljoen hectare palmolieplantages (van 9,7 miljoen hectare mondiaal), hebben ambitieuze plannen. Maleisië heeft Nederland uitgekozen als de distributeur van palmolie in Europa. De Europese Unie wil dat er in 2007 2 procent biobrandstof in benzine en diesel gaat en in 2010 zelfs 5,75 procent. Palmolie zal daarin een rol spelen, naast koolzaadolie en ethanol uit suiker en granen. Ook China ontdekt palmolie voor de energievoorziening.

Voor al die toepassingen is veel grond nodig, zegt Haase. ‘Veel tropisch regenwoud is al omgezet in palmolieplantages op Kalimantan, Sumatra en Sulawesi. Vaak ook wordt grond gekocht voor palmolie, maar is het de eigenaar alleen te doen om de bomen; die worden gekapt en daarna blijft de grond braak achter. Dikwijls waren dat de rijkste natuurgebieden, waar de laatste populaties orang oetans leven, de olifanten en tijgers rondtrekken. Door de expansie van palmolie nemen ook de conflicten toe over land en landonteigening van de bevolking’, zegt Haase.

Woensdag bracht een commissie – voorgezeten door dr. Jacqueline Cramer, hoogleraar duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht – advies uit over criteria voor duurzame biomassa en biodiesel. In de aanbevelingen aan minister Wijn van Economische Zaken staat dat de energiebedrijven begin volgend jaar goede milieupapieren moeten overleggen, die tonen dat bij hun productie van biomassa geen schade ontstaat voor mens en natuur.

‘Alsof we het milieu nog moeten uitvinden’, zegt Arno Hendriks van BioX Group in Vlissingen, het bedrijf dat al een vergunning heeft voor de bouw van een palmolie energiecentrale in Delfzijl om aluminiumsmelter Aldel van groene stroom te voorzien. Er loopt echter een beroepsprocedure bij de Raad van State en pas in april 2007 wordt de uitspraak verwacht. De BioX Group heeft ook vertakkingen in Maleisië en Singapore en heeft geleerd dat er milieuschade bij het palmolieproces ontstaat.

Afvalwater

‘De palmvruchten worden geperst en vroeger werd het afvalwater met schillen en al direct op het water geloosd, waardoor vissen stikten. Nu wordt dit water in een reservoir opgeslagen, waar het materiaal uitdampt. Dit helpt het milieu niet vooruit, want er ontstaat hierbij methaangas en dat is 21 keer zo schadelijk voor de atmosfeer als kooldioxide. Het draagt in veelvoud bij aan de opwarming van de aarde’, legt Hendriks uit.

Om het broeikasgas terug te dringen wil BioX het reservoir overkappen en de gassen opvangen. Deze gassen worden vervolgens omgezet in energie voor de palmoliemolen en ook de omwonenden kunnen van energie worden voorzien, zegt Hendriks.

Eind vorig jaar kwamen tot verrassing van het Wereld Natuur Fonds redelijk snel afspraken tot stand voor duurzame palmoliewinning. Producenten, banken en natuurbeschermingsorganisaties, waaronder het WNF, legden zich vast op de afspraken die zijn voortgekomen uit de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO). De belangrijkste zijn dat er voor palmolie geen tropisch regenwoud wordt platgebrand of gekapt, geen pesticiden worden gebruikt en de arbeiders een goed salaris krijgen. Bovendien wordt de inheemse volken, die vaak worden verjaagd voor palmolieplantages, om toestemming gevraagd. Als ze willen meewerken, delen ze in de winst.

Gerhard van den Top, directeur van het WNF, vindt dat de uitbreiding van de palmoliewinning moet gebeuren in gebieden die al ontbost zijn en in regio’s waar de grond weinig opbrengt. ‘Op Kalimantan zijn voor de houtwinning ongelooflijke hoeveelheden bos gekapt. Die grond ligt er ongebruikt bij. Buiten het regenwoud ligt vijftien tot twintig miljoen hectare braak om palmolie te ontwikkelen. Pak die ruimte. De komende twee jaar wordt met de nieuwe spelregels geëxperimenteerd en als ze aanslaan, moeten ze algemeen gaan gelden’, zegt Van den Top.

Satellietbeelden

Het Wageningse bedrijf Sarvision van ir. Niels Wielaard kan op internet met satellietbeelden laten zien hoe snel Maleisië en Indonesië hun regenwouden kappen. In filmpjes worden de rode vlekken van de gekapte gebieden steeds groter in zeven jaar tijd. Waarschijnlijk heeft dit de ogen van de overheden en producenten geopend, denkt Van den Top.

Wielaard, net terug uit Indonesië, meent dat Sarvision een rol kan spelen in de controle. ‘Elke drie maanden leggen we op beelden vast wat er in een gebied gebeurt. We brengen de natuur in kaart, niet statisch door kartering maar door tijdreeksen. We konden ook aangeven waar het gedegradeerde grasland lag en de nimmer in gebruik genomen plantages.’

Het is nu het droge seizoen en dan worden veel plantenresten verbrand. De ontbossing gaat erg snel, ook met brandstichting om grond te krijgen voor plantages.

Op Kalimantan staat weer veel in brand, zag Wielaard toen hij eroverheen vloog. Daar liggen nog twee veenbosgebieden van 370 duizend hectare. Brand daar zou fnuikend zijn voor het milieu, want het bos staat op zestien meter diep veen en als dat ondergronds gaat branden, is het moeilijk te doven. Een gigantische hoeveelheid kooldioxide zou dan de lucht ingaan, wat zelfs mondiaal zou doorwerken. Ook hierop hebben palmolieproducenten hun oog laten vallen, niet wetend hoe waardevol dit gebied is, zegt Wielaard.

Het Nederlandse ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking heeft vijf miljoen euro ingezet om de veenbossen te behouden. Er zijn brandopsporingsteams opgezet en speedboten aangeschaft. Voor de bevolking worden visvijvers aangelegd en de rotanproductie komt van de grond. Deze alternatieve bestaansmogelijkheden worden geboden om houtkap voor palmoliewinning te voorkomen.

Meer over