En verklaar, mede namens Bram Peper, de zitting voor geopend

'LEDEN der Staten-Generaal,..

'Op de drempel van een nieuw millennium gaat het niet slecht met Nederland. De terugval in economische activiteiten die ons land ten gevolge van de crises in Azië en Rusland vorig jaar nog bedreigde, heeft zich niet doorgezet. Het internationale economisch systeem blijft echter kwetsbaar voor speculatieve kapitaalbewegingen die de tekortkomingen in de echte economie eerder verdiepen dan een bijdrage leveren aan de oplossing ervan. Ook ons land zal waakzaam moeten blijven voor onvoorspelbare omslagen in het internationale klimaat. De regering zal bevorderen dat de internationale markt voor kortetermijnkapitaal aan transparante, anticyclische regelgeving wordt gebonden.

'Als de huidige gunstige vooruitzichten doorzetten, wordt het financieringstekort op afzienbare termijn in een overschot omgezet. De minister van Financiën zal in het voorjaar met voorstellen komen voor de besteding daarvan. Daarin zal enerzijds recht worden gedaan aan het terugdringen van de, nog omvangrijke, staatsschuld en anderzijds aan de onmiskenbare behoefte in de samenleving aan een aanmerkelijke kwaliteitsimpuls in de zorg, het onderwijs en de veiligheid.'

Tot zover mijn alternatieve Troonrede. Hij is geschreven voordat de echte (zie hierboven) beschikbaar was en zal er niet mee sporen. Maar je kunt er vergif op innemen dat de toonzetting ervan behoedzaam optimistisch is en ten minste één verwijzing naar de millenniumwisseling bevat. Hoe ging dat eigenlijk bij vorige gelegenheden?

Tijdens de vorige millenniumwisseling waren er nog geen computers die (niet) konden doortellen en heersten er hooguit (on)heilsverwachtingen over de nakende eerste dag. En bij de vorige eeuwwisseling liepen zelfs de klokken nog niet gelijk. De jeugdige koningin Wilhelmina wijdde in haar eerste Troonredes geen woord aan de twintigste eeuw die ons wachtte. Van (on)heilsverwachtingen was in elk geval geen sprake. Ten onrechte. De achterliggende eeuw bracht behalve geweldige vooruitgang al evenzeer een tijdperk van verwoesting, vernietiging en totalitarisme dat in 1914 zou beginnen. Maar niemand kon zich daarvan toen al een voorstelling maken, net zo min als wij dat kunnen van de komende tien, laat staan honderd jaar.

Waarover ging het dan wel in de prettig beknopte Troonredes destijds? Over Indië, dat we bijna onder de duim hadden, al bleek het, helaas, in Groot-Atjeh (1899) en op Noord-Sumatra (1900) nog nodig 'de kracht onzer wapenen te doen gevoelen'. De vloot gaf acte de présence voor de kust van Zuid-Afrika (vanwege de Boerenoorlog) 'teneinde landgenoten zodanige hulp te bieden als nodig zou blijken'. Maar overigens was de toestand vredig en de schatkist op orde. Al werd ook toen - nu spreken wij over een grote belastinghervorming - 'een verdere versterking der inkomsten onmisbaar' geacht, 'allereerst in verband met de leerplichtwet'.

De leerplicht, de Wet op het arbeidscontract, betere voorzieningen in het armenwezen en andere vroege fundamenten van de verzorgingsstaat - het waren, dankzij opkomende sociaal-democratische en christelijke emancipatiebewegingen 'de' grote onderwerpen van die tijd. Net als de strijd voor het algemeen kiesrecht trouwens; maar daarvan werd door Wilhelmina met geen woord gerept. Ook haar nazaat zal, behalve een nietszeggende verwijzing naar de staatscommissie-Elzinga, weinig woorden wijden aan de manco's van het hedendaagse staatsbestel. Terwijl daar volgens ten minste een harer ministers wel dwingende redenen voor zijn. Mijn Troonrede zou daarom als volgt verdergaan. 'Leden van de Staten-Generaal. Evenzeer als de overheidsfinanciën, de modernisering van de infrastructuur en een verantwoord beheer van de natuur vormt ook het politieke bestel een voorwerp van aanhoudende, zelfs toenemende, zorg van de regering. Zij heeft de minister van Binnenlandse Zaken daarom gevraagd zijn onlangs uitgelekte opvattingen daarover uit te werken in een officiële nota aan uw beider Kamers. Dit mede omdat de daarin vervatte oproep tot ''richtinggevend leiderschap'' zulks vereist. Helaas heeft de regering nog geen overeenstemming bereikt over de aard van de kwaal. Maar sommige feiten kan zij evenmin blijven ontkennen als mijn voorgangster het streven naar algemeen kiesrecht.

'De politieke partijen die in haar dagen nog van de burgers waren, zijn inmiddels lege organisaties van een meritocratische elite van politici voor de burgers geworden. Het collectivistisch getinte, verzuilde stelsel dat toen in wording was, is allang weer vervangen door een bestel waarin het individu centraler kwam te staan.

'De meest vooraanstaande politici van de afgelopen decennia genoten gezag vanwege persoonlijke kwaliteiten, maar de belangrijkste functionarissen in ons bestel kunnen niet gekozen worden. Dankzij de verzelfstandiging van veel publieke diensten heeft de centrale overheid een ingrijpende gedaantewisseling ondergaan. Zij treedt veeleer op als onderhandelingspartner van lagere overheden, burgers en maatschappelijke organisaties, dan als ''het'' bevoegd gezag, maar wordt nog steeds verantwoordelijk gehouden voor alle kwalen van de samenleving. De ministeriële verantwoordelijkheid werd een fictie, waar mijn regering regelmatig onder lijdt.

'In het besef van de tweedracht die hierover tot in de regering bestaat, nodig ik u uit tot een vruchtbare gedachtewisseling waarop, als u daar prijs op stelt, Gods zegen moge rusten, en verklaar, mede namens Bram Peper, de zitting der Staten-Generaal te zijn geopend.'

Meer over