'Eisen aan sollicitanten mogen niet verschillen'

Een voorkeursbehandeling voor vrouwelijke of allochtone sollicitanten is alleen toegestaan als er wordt gekozen tussen kandidaten van gelijke geschiktheid. Bedrijven mogen in elk geval geen hogere eisen stellen aan Nederlandse mannen dan aan vrouwen of allochtonen....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Dit zegt de Nationale Ombudsman M. Oosting naar aanleiding van een klacht van een sollicitant bij het politiekorps Hollands-Midden. De sollicitant, een in Nederland geboren jongeman, werd in 1995 niet toegelaten tot een sollicitatieprocedure bij de politie. In een eerder stadium was hij daarvoor wel geschikt bevonden.

Volgens de korpsleiding waren de opleidingseisen tijdelijk opgeschroefd vanwege het grote aantal kandidaten. Voor vrouwen en allochtonen bleven de oude minimumeisen wel gelden. Dat is in strijd met de wet, concludeert Oosting. 'Een voorkeursbeleid is alleen te rechtvaardigen wanneer een keuze wordt gedaan uit kandidaten van gelijke geschiktheid.'

Volgens het politiekorps Hollands Midden (Gouda, Leiden en omgeving) heeft de berisping van de Ombudsman vooralsnog geen gevolgen voor het personeelsbeleid van het korps. Moeilijke of betwistbare keuzen tussen 'kandidaten van gelijke geschiktheid' doen zich namelijk niet voor, zegt de woordvoerder. Het korps mag uitbreiden met 326 mensen en kan daardoor de laatste tijd alle kandidaten aannemen die voldoen aan de minimumeisen.

Het politiekorps voert volgens de woordvoerder een nadrukkelijk 'doelgroepenbeleid' dat erop gericht is meer vrouwen en allochtonen in de organisatie te krijgen. Van de 192 aspiranten in de opleiding is nu 40 procent vrouw of allochtoon. 'Dat is dus nog niet genoeg, maar echt ontevreden zijn we niet', zegt de woordvoerder.

Tegen het voorkeursbeleid zelf bestaan volgens de Ombudsman geen wettelijke bezwaren. De Algemene Wet Gelijke Behandeling staat zo'n beleid toe wanneer het tot doel heeft een redelijk aantal vrouwen en allochtonen te kunnen opnemen in een organisatie. Dat doel is volgens het politiekorps Hollands Midden nog steeds niet bereikt.

De Commissie Gelijke Behandeling in Utrecht krijgt zelden klachten van autochtone mannen die zich beklagen over gemiste kansen door een voorkeursbeleid voor vrouwen of allochtonen. Pas onlangs arriveerde de eerste klacht van dien aard, zegt de woordvoerder van de commissie. 'Omgekeerde klachten komen vaker voor: allochtonen die zich beklagen over eisen die tijdens de sollicitatieprocedure zouden zijn opgeschroefd.'

Een uitgesproken voorkeur voor vrouwen leidt ook zelden tot klachten, is de ervaring van de commissie. Een van de weinige klachten betrof een (bedrijfs)organisatie voor kinderopvang, die alleen bestemd was voor kinderen van de in het bedrijf werkende vrouwen of van alleenstaande, zorgende mannen. De commissie veroordeelde die situatie. 'Volgens ons mag dus geen onderscheid gemaakt worden tussen gewone gehuwde vaders en gewone gehuwde moeders.'

De commissie vindt overigens dat een voorkeursbeleid voor allochtonen vrijwel automatisch is toegestaan. Omdat alle cijfers wijzen op een achterstand van deze groep op de arbeidsmarkt, wordt dit niet per geval getoetst. Een beleid voor meer vrouwen wordt wel getoetst. Zij hebben namelijk niet op elk gebied een achterstand, aldus de voorlichter van de commissie.

'Daarbij houden we ook nog rekening met de beschikbaarheid van vrouwen voor bepaalde functies. Wanneer er bijvoorbeeld weinig gediplomeerde vrouwelijke kraanmachinisten zijn, hoeft een bedrijf er niet naar te streven 50 procent vrouwelijke kraandrijvers in dienst te nemen.'

De commissie heeft wel eerder klachten gehad van bijvoorbeeld vrouwelijke vrachtwagenchauffeurs, die sterk de indruk hadden dat zij zich extra moesten bewijzen in traditioneel mannelijke organisaties en daar worden weggepest. Maar in de meeste van zulke beroepen komen ze nog nauwelijks terecht.

Een nadrukkelijk voorkeursbeleid verandert daaraan weinig, merkt de gemeentelijke brandweer in Amsterdam. Dit brandweerkorps hanteert het gemeentelijke voorkeursbeleid voor vrouwen en allochtonen. Maar de zware fysieke test die kandidaten moeten ondergaan, is voor beide seksen hetzelfde, en daardoor voor vrijwel alle vrouwen te zwaar.

'Je moet bijna sportvrouw van het jaar zijn om bij de brandweer te kunnen werken', zegt de woordvoerster van de dienst. 'Er werken nu twee vrouwen in de uitrukdienst, op zeshonderd mannen.' Allochtonen profiteren wel van het voorkeursbeleid bij de hoofdstedelijke brandweer. Tegenwoordig is 40 procent van de kandidaten op de brandweeropleiding van allochtone afkomst.

Meer over