Een voor boerderijen rampgebied

De Zeeuwse hoeve wordt zeldzaam, onder meer door schaalvergroting. Een alarmlijn moet redding brengen...

In heel Nederland neemt het aantal historische boerderijen sterk af, maar Zeeland is wat dat betreft al vijf jaar geleden, in het Jaar van de Boerderij, uitgeroepen tot nationaal rampgebied. Oorlogsschade door bombardementen, gevechten en inundatie (het onder water zeten van land) brachten de eerste slagen toe. Ook de schaalvergroting in de landbouw, met steeds grotere machines die vroegen om steeds grotere schuren, droeg bij aan het verdwijnen van veel agrarisch erfgoed.

De Watersnoodramp van 1953, toen grote delen van de Zeeuwse eilanden onder water kwamen te staan, zorgde opnieuw voor rampspoed. En de situatie verslechtert nog steeds, onder meer door ruilverkaveling en de schaalvergroting van bedrijven, zeggen de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) en de Boerderijenstichting Zeeland.

Met een reizende tentoonstelling vragen de twee stichtingen aandacht voor de afbraak van historische boerenplaatsen. Foto’s van ‘toen en nu’ maken pijnlijk duidelijk dat ook de boerderij een massaproduct is geworden; een moderne damwandloods in Zeeland onderscheidt zich nauwelijks van haar al even goedkope evenknie in Groningen of Noord-Frankrijk.

Dit najaar wordt in Zeeland een hulplijn geopend (‘de Boerderijenlijn’) voor iedereen die een oude hoeve wil behoeden voor de ondergang. Bij een vijf maanden geleden ingestelde alarmlijn kwamen al vijftig meldingen binnen over aftakelend erfgoed, vertelt Marinus van Dintel, consulent cultuurhistorie bij de SCEZ. ‘Heel veel boerderijen heeft Zeeland niet meer’, zegt hij. ‘Uit een telling in 2005 blijkt dat er nog 3.200 zijn met een cultuurhistorische waarde.’

De tentoonstelling staat nu nog in Tholen. In de tijd dat de expositie in de hal van het gemeentehuis stond, werd enkele kilometers verder het vervallen zomerhuis van de reeds verdwenen Deehoeve afgebroken.

Dit tot verdriet van gemeentearchivaris Fred van den Kieboom, die de sloop niet kon tegenhouden. Wel kreeg hij voor elkaar dat nog bouwhistorisch onderzoek werd gedaan. Een van de muren ging terug tot begin 1700, zo bleek.

Boeren wil hij niet veel verwijten. ‘Het beleid is nu dat er alleen iets mag worden gebouwd als er iets verdwijnt. Dat is wel goed als je het landschap wilt beschermen, maar zorgt er wel voor dat juist de oude gebouwen verdwijnen. Zo neem je wel het typische karakter van de streek weg.’

Alleen vermogende particulieren zorgen nu nog voor behoud van de historie, stelt de archivaris vast. ‘Die knappen soms met eigen middelen een mooie boerderij op. Verder geldt dat zonder steun van de overheid alles inzakt. We kunnen nog wel wat redden, maar dan moet er snel wat veranderen in de subsidiestromen. Nu is er bijna niets meer mogelijk.’

Boeren uit de omgeving van Tholen komen herinneringen ophalen bij de oude en nieuwe afbeeldingen op de tentoonstelling. Landbouwer K. Stouten (71) heeft zelf nog een schuur op zijn erf staan uit ‘ongeveer 1600’. ‘Daar is nog wel eens wat aan veranderd, maar dat is denk ik meer dan honderd jaar geleden.’

Het verdwijnen van de oude boerderijen vindt Stouten jammer, maar hij wijst op de noden van de boeren. ‘De techniek gaat vooruit en je hebt voor je mechanisatie ruime, hoge gebouwen nodig.’

Isaak Christiaanse uit Tholen bewoont met zijn gezin een ‘vermoedelijk’ 18de-eeuwse boerderij binnen de gemeente Tholen. Zij lieten onlangs de ramen vervangen van het oude voorhuis. Zijn vrouw Corrie: ‘Iedereen vroeg zich af wat wij toch moesten met al die kleine raampjes. De schilder zei: ‘Waarom zet je er niet één raam in, da’s lekker makkelijk zemen. Nou, laat mij maar lekker zemen.’

Nieuwbouw is ook niet alles, vindt zij. ‘Na de watersnood stond veel van dat ouwe spul nog wel overeind. Het nieuwe spul was weg. Dus die oude huizen moet je niet te snel aan de kant zetten.’

Meer over