Een Brits-Nederlands huwelijk uit de hel

Deze week culmineerde het conflict tussen het Britse en het Nederlandse smaldeel bij Corus. De Nederlanders wonnen, doordat ze niet dezelfde fouten maakten als bij het aangaan van de fusie....

Door Pieter Klok

Ergens medio 2001 moet Olivier van Royen, oud-topman van Hoogovens, Leo Berndsen om hulp hebben gevraagd. Van Royen ziet met pijn in het hart hoe het bedrijf dat hij begin jaren negentig van de ondergang heeft gered, slachtoffer dreigt te worden van de problemen in de Britse staalindustrie. De fusie tussen British Steel en Hoogovens is ontaard in 'een huwelijk uit de hel', zoals de Britse kranten het deze week omschreven.

Bij het aangaan van de fusie leek alles zo mooi. Hoogovens had in IJmuiden een van de beste staalfabrieken ter wereld staan, maar was bang slachtoffer te worden van een vijandige overname. British Steel had een zak met geld.

Dat de Britse fabrieken minder efficiënt waren, vond Hoogovens-topman Fokko van Duyne geen probleem. Zij Nederlanders zouden dat wel even fixen. 'Men dacht: wij kunnen met hun geld iets moois maken', zegt Bim Bens dorp, oud-directeur bij Corus.

Van dit moois is weinig terecht komen. Bestuurslid Aad van der Velden stelde in 2000 voor het aantal fabrieken in het Verenigd Koninkrijk drastisch te beperken. Omdat de inefficiëntie van de Britse staalfabrieken vooral voorkomt uit de versnippering van staalproductie, wilde Van der Velden de hele keten van erts tot eindproduct op één locatie onderbrengen. Net als in IJmuiden.

Dat ging John Bryant - met Van Duyne verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding - echter veel te ver. 'Bryant was vergroeid met Wales', zegt Bim Bensdorp, die als directeur strategie bij Corus de fusie van nabij meemaakte. 'Hij moest in de achtertuin van zijn eigen oma's en tantes saneren.'

Na dit fiasco verdwenen de Nederlandse bestuurders één voor één uit de top: eerst Van der Velden zelf, daarna Van Duyne en tot slot Frans-Willem Briët. Intussen bleven de Britse fabrieken verlies maken, ondanks een reorganisatie begin 2001, waarbij zesduizend Britse banen verloren gingen.

Hoogovens lijkt in de zomer van 2001 vooral te bestaan om de Britse verliezen te compenseren. Investeringen in IJmuiden blijven uit. Dit kan zo niet langer, vindt Van Royen. Maar wat te doen? De enige overgebleven Nederlander in het bestuur, Henk Vrins, houdt zich bezig met de aluminiumproductie en niet met IJmuiden. Bovendien staat hij bekend als iemand die de confrontatie schuwt.

Van Royen focust daarom op het bestuur van Corus Nederland, dat nog een deel van zijn oude autonomie had behouden. De raad van commissarissen lijkt de meest geschikte instantie om het verzet tegen de Britse directie te leiden. En Leo Berndsen, met wie Van Royen jarenlang heeft samengewerkt bij rederij Nedlloyd, de meest geschikte voorzitter.

In 1996 loodsten bestuursvoorzitter Berndsen en president-commissaris Van Royen Nedlloyd naar een fusie met het Britse P en O. Berndsen weet dus hoe met Britten te onderhandelen. En belangrijker nog: hij heeft geleerd zich tegen Britten te verzetten.

Een maand nadat Briët er de brui aan heeft gegeven, wordt Berndsen op 28 september 2001 president-commissaris van Corus Nederland. Hij moet doen wat de andere Nederlanders hebben nagelaten: de confrontatie zoeken met de Britse concernleiding.

De bestuurders afkomstig van British Steel geloven in hiërarchie, waarbij de baas altijd het laatste woord heeft. 'In Nederland komen besluiten tot stand door checks and balances', zegt Bens dorp, die na de fusie als directeur de taak kreeg beide culturen te integreren. 'Zo hebben we ons totaal verkeken op de rol van Brian Moffat (de bestuursvoorzitter, red.). Die bleek elke beslissing naar zijn hand te kunnen zetten.'

Hoogovens was begin jaren negentig juist overgestapt op 'participerend leiderschap', geïnspireerd door successen in de Japanse industrie. Werknemers kregen onder het bewind van Van Royen veel meer ruimte eigen ideeën in te brengen. Bensdorp: 'Toen ze in het bestuur van Corus belandden, hadden ze het gevoel: We gaan weer terug naar de sixties.'

Omgekeerd hadden de Britten het gevoel dat ze met een stel 'wat jes' te maken hadden. 'They deserted the ship', zo zei de Britse bestuurder Stuart Pettifor vorig jaar smalend in NRC Handelsblad.

Berndsen gaat het anders doen. Najaar 2002 doet hij van zich spreken. Net nadat Corus bekend heeft gemaakt de aluminiumdivisie te verkopen aan het Franse Pechiney, zegt hij tegen Het Financieele Dagblad: 'De Nederlanders hebben zich op centraal niveau laten uittikken. Straks zijn ze helemaal nergens meer. Dit is de laatste kans om nog iets te doen.'

Berndsen eist harde garanties dat Tony Pedder - opvolger van Van Duyne - eerst financieel orde op zaken stelt, om te voorkomen dat het concern omvalt en Corus Nederland meesleept. Hij maakt duidelijk dat hij geen genoegen neemt met vage toezeggingen.

Bij de fusie-onderhandelingen was Hoogovens die garanties vergeten te vragen. De Nederlandse delegatie - bestaande uit president-commissaris Henny de Ruiter, oud-bestuursvoorzitter Maarten van Veen, en adviseur Hans Wijers - richtte zich vooral op het creëren van een goede sfeer, zoals ze dat bij Hoogovens gewend waren, in de vaste overtuiging dat de goede samenwerking dan vanzelf kwam. Dat was een tikkeltje naïef, zegt Bensdorp nu. 'In de eerste dagen van een fusie worden de posities ingenomen. Wie is hier de sterkste, is dan de vraag.'

Berndsen bekommert zich veel minder om een goede sfeer. Hij laat zich vanaf het begin omringen door een legertje juristen, en weigert bij voortduring zijn handtekening te zetten onder de verkoop van de aluminiumfabrieken.

Pedder zegt dat aandeelhouders nooit zullen accepteren dat hij zoveel garanties geeft. Als de commissarissen toch blijven tegensputteren, stapt hij deze week naar de Ondernemingskamer van het Amsterdams gerechtshof. Hij eist dat Berndsen wordt geschorst. De rechter wijst de eisen af. Het Nederlandse smaldeel heeft onder Berndsens leiding zijn invloed van voor de fusie daarmee heroverd.

Of de Britten en Nederlanders in de toekomst nog leren samenwerken, is de vraag. De initiators van de fusie, Van Duyne en Bryant, konden het goed met elkaar vinden. 'Heel verraderlijk', zegt Bensdorp. 'Topmannen leiden daaruit te snel af dat hun bedrijfsculturen ook bij elkaar passen.'

Berndsen heeft ook die val ontweken. Na de uitspraak van de Ondernemingskamer, verklapte hij dat hij het eigenlijk heel goed met Pedder kan vinden. Tony Pedder zelf trad vrijdag af.

Meer over