Economische rugwind geeft Zalm een luxeprobleem

Minister Zalm heeft de overheidsfinanciën op orde. Het Centraal Planbureau (CPB) rekent voor dat het financieringstekort volgend jaar zo goed als verdwijnt....

Dat zou te maken hebben met het belastingplan van Zalm en Vermeend. Als dat plan het haalt, vloeit vijf miljard gulden aan lastenverlichting naar de burger. Dat betekent dat het financieringstekort in 2001 weer bijna 0,75 procent oploopt.

Financiën is het ook niet eens met het optimisme van het CPB. Het ministerie denkt dat het tekort volgend jaar ongeveer 0,5 procent zal bedragen. Het CPB rekent op 0,2 procent.

Hoe je er ook tegen aan kijkt: het tekort blijft laag. Toen Zalm in Kok-I aantrad als minister stond het tekort op 4 procent. Misschien maakt Zalm in Kok-II al mee dat het tekort geheel is weggepoetst. Binnen Zalms ministerie wordt gesproken over een 'negatief begrotingstekort', Financiën-taal voor een overschot.

Tegelijk benadrukt het ministerie keer op keer dat de staatsschuld nog steeds hoog is. In 25 jaar is daar geen dubbeltje van af gegaan. De schuld is gegroeid naar 430 miljard dit jaar. Samen met de schuld van de overige overheden, sociale fondsen, gemeenten en provincies bedraagt de totale overheidsschuld 520 miljard gulden. Per hoofd van de bevolking gaat het om een schuld van 33 duizend gulden. Voorstanders van vermindering van de staatsschuld wijzen erop dat iedere burger jaarlijks gemiddeld tweeduizend gulden belasting kwijt is , alleen om de rente te betalen op de staatsschuld.

In Europa tellen absolute bedragen niet. Daar kijken beleidsmakers naar de staatsschuldquote. Volgens het Verdrag van Maastricht mag de Nederlandse staatsschuld gedeeld door het nationaal inkomen maximaal 60 procent bedragen. Als dit percentage niet gehaald wordt, dan moet de quote in ieder geval snel naar de 60 procent toe bewegen.

Over Nederland hoeft Europa zich geen zorgen te maken. De quote daalt bijzonder snel en staat nu op 62 procent. Hiervoor is het 'noemer-effect' verantwoordelijk. De eurolanden hebben afgesproken dat de staatsschuld bezien moet worden in relatie tot het inkomen in een land. Als het inkomen stijgt, dan drukt een schuld automatisch minder zwaar op de begroting.

In de breuk van de staatsschuldquote staat boven de streep de staatsschuld en onder de streep (de noemer) het nationaal inkomen. De afgelopen jaren was de groei van het nationaal inkomen veel sterker dan de groei van de schuld. Dus daalt de breuk in waarde. Begin jaren negentig kreeg Nederland van de andere eurolanden kritiek dat de staatsschuldquote te hoog was. De quote stond boven de 80 procent. Oud-premier Ruud Lubbers stelde toen voor om de ambtenarenpensioenen van de staatsschuld af te trekken. Op die manier haalde Nederland de EMU-eis van 60 procent immers makkelijk. De andere eurolanden deden het plan van Lubbers af als een truc.

Het 'noemereffect' schoot minister Zalm te hulp. Hij heeft vol de economische wind in de rug gehad de afgelopen jaren. De werkelijke economische groei lag consequent hoger dan de groei waar Zalm rekening mee hield in zijn behoedzame scenario. Al jaren lang heeft Zalm de ene na de andere financiële meevaller.

Op het ministerie van Financiën wordt gefluisterd dat het succes van Zalm ook te verklaren is doordat zijn begrotingssystematiek zo ingewikkeld is. De financiële ambtenaren op andere ministeries begrijpen de methodiek niet zo goed, worden onzeker en laten zich overbluffen door hun collega's bij Financiën.

Het luxeprobleem is nu voor Zalm. Zodra hij een overschot op de begroting meldt, zullen politici hun begerige blik op zijn ministerie richten. Dat moment stelt de minister zo lang mogelijk uit.

Meer over