Dure pond sterling drijft Engeland naar recessie

Ontslagen en werktijdverkorting bij automobielfabrikant Rover en problemen bij chemiegigant ICI hebben in Groot-Brittannië de vrees doen toenemen dat het land op het punt staat af te glijden naar een economische recessie....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

LONDEN

Rover maakte deze week bekend dat het 1500 werknemers zal ontslaan en vanaf half augustus in drie fabrieken, in Oxford, Longbridge en Solihull, zal overgaan tot een vierdaagse werkweek. Dat zal de productie op jaarbasis met veertigduizend auto's verminderen. Volgens Walter Hasselkus, topman van Rovers moederbedrijf BMW, zijn er voor de ingreep drie redenen: 'Het sterke pond, het sterke pond en het sterke pond.'

Behalve de ontslagen en de productie-inkrimping zal Rover het komende jaar ook meer buiten Groot-Brittannië gaan winkelen voor haar onderdelen, dat is veel goedkoper. Een kwart van de orders, ter waarde van 3,3 miljard gulden, zullen voortaan worden gegund aan bedrijven buiten Engeland. Dat brengt op termijn tien- tot twintigduizend banen in gevaar, vooral in de Britse Midlands.

Ook Imperial Chemical Industries weet donderdag de pessimistische winstvoorspelling - die ertoe leidde dat het bedrijf op de beurs in één klap zestien procent minder waard werd - voornamelijk aan de 'afschuwelijk hoge stand van het pond'.

Het pond sterling is sinds begin 1996 met 30 procent gestegen ten opzichte van valuta als de Duitse mark en de gulden. De kracht van het pond heeft Britse producten in het buitenland duur gemaakt en buitenlandse producten op de Britse markt goedkoop. De belangrijkste oorzaak van de waardestijging is de relatief hoge rente in Groot-Brittannië. Ook het feit dat het land voorlopig niet zal toetreden tot de euro, heeft onder investeerders de vraag naar ponden doen toenemen.

Onder druk van het sterke pond stijgen de Britse importen twee keer zo snel als de exporten. De handelsbalans liet in mei een negatief saldo zien van ruim zes miljard gulden, anderhalf miljard meer dan in april.

Veel Britten wijzen naar minister van Financiën Gordon Brown als hoofdschuldige voor alle ellende. Het eerste wat Brown als minister van Financiën in mei 1997 deed was de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de rente overdragen aan een college van economische wijzen en de Engelse Bank, een initiatief dat hem met name door de Conservatieven niet in dank werd afgenomen. Zeggenschap over de rente was voor Britse regeringen altijd een krachtig economisch stuurmiddel.

Sinds het aantreden van Labour werd de rente in Groot-Brittannië zes keer verhoogd, tot het huidige niveau van 7,5 procent. Dat gebeurde om de inflatie in toom te houden en economische oververhitting te voorkomen. Maar elke verhoging zorgde ook voor opwaartse druk op het pond en alle economische problemen vandien. Nóg een verhoging, vrezen veel economische analisten in de Londense City, en een recessie is een feit.

Brown wees gisteren alle verantwoordelijkheid van de hand. Hij bleef erbij dat politiek onafhankelijke rente-vaststelling op langere termijn is te prefereren boven het vaak door politieke motieven ingegeven gegoochel met de rentestand. Dat was volgens hem de oorzaak van de 'Britse ziekte' van boom-and-bust, de snelle opeenvolging van groei en recessie.

Brown was het ook niet eens met het aanwijzen van het hoge pond als oorzaak van de problemen. 'Sinds de verkiezingen is het pond nog maar vier of vijf procent gestegen ten opzichte van de mark.' Volgens Brown moeten de Britse bedrijven de oorzaak bij zichzelf zoeken: zij hebben in vergelijking met buitenlandse concurrenten een veel te lage productiviteit.

'Er is geen twijfel mogelijk dat productiviteit hier de kwestie is. Er is een brede kloof in productiviteit tussen ons en onze concurrenten.' In vergelijking met de Verenigde Staten ligt de Britse productiviteit veertig procent lager, West-Europese landen scoren tien tot twintig procent hoger dan Groot-Brittannië. 'Wij moeten toe naar een economie die de hoogste productiviteit ter wereld heeft', zei Brown vrijdag hoopvol in de Financial Times.

Dalende groeicijfers en sterk afnemende consumentenbestedingen gaven de minister vrijdag in elk geval hoop dat de rente in augustus niet verder omhoog hoeft: de gevaren van oververhitting en inflatie lijken afgenomen. De groeicijfers van de industrie bewegen zich al enige maanden rond nul, maar nu lijken ook die in de belangrijke servicesector naar beneden te gaan. Over het geheel groeide de Britse economie in het tweede kwartaal van 1998 met slechts 0,5 procent.

Meer over