Duitse politici houden in crisis liever hand op de knip

Politieke naijver coalitiepartners zou rol spelen...

berlijn Na de triomfen die Angela Merkel gedurende haar eerste regeringsjaren op de internationale podia vierde, begint het de bondgenoten op te vallen dat Duitsland zich bij de bestrijding van de economische crisis nogal op de vlakte houdt.

Eerst wilde de regering van de grootste economie van Europa de kredietcrisis niet in EU-verband te lijf gaan – tot groot en openlijk beleden ongenoegen van met name de Franse president Nicolas Sarkozy.

Nu laat Duitsland zich ook onbetuigd in het pan-Europese conjunctuurprogramma. 130 miljard euro wil Brussel daaraan besteden. Maar de bondsregering liet per omgaande weten daarvoor geen middelen beschikbaar te willen stellen bovenop de stimuleringsmaatregelen die ze al heeft getroffen.

Afgezien van de ‘garantieparaplu’ van 500 miljard euro die de Duitse regering boven het bankwezen heeft uitgeklapt, heeft ze 32 miljard euro in de economie gepompt, waaronder 5 miljard investeringen in de infrastructuur.

Ze heeft voor 20 miljard euro nieuwe schulden moeten aangaan – bijna het dubbele van de begrote 10,5 miljard. Tot zijn leedwezen heeft minister van Financiën Peer Steinbrück (SPD) het streven naar een begroting waarvoor geen extra geld moet worden geleend op de lange baan moeten schuiven.

Op een enigszins verongelijkte toon liet hij dit weekeinde in Der Tagesspiegel weten dat Duitsland voorlopig genoeg heeft bijgedragen aan de sanering van de Europese economie. Steinbrück hekelde het gemak waarmee politici die tot voor kort nog ‘het hooglied van het begrotingsevenwicht zongen’ tegenwoordig met miljarden smijten.

Deze zienswijze stuit in binnen- en buitenland op onbegrip. Het belangrijkste economische adviesorgaan van de Bondsregering maande Steinbrück vorige week tot meer souplesse.

Europees commissaris Joaquin Almunia (Economische en Monetaire Zaken) verwijt de Duitsers lusteloosheid. Dominique Strauss-Kahn, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, liet zich op soortgelijke wijze uit. De redactie van de Economist vroeg zich vorige week vertwijfeld af: ‘Waar is Angela?’

In Duitsland wordt het (veronderstelde) gebrek aan doortastendheid in verband gebracht met de naijver tussen de CDU/CDU en de SPD – de coalitiepartners in de bondsregering. Met het oog op de Bondsdagverkiezingen in september 2009 en de vervroegde deelstaatverkiezingen in Hessen in januari zouden ze meer bezig zijn met het eigen electoraal profiel dan met een gezamenlijk conjunctuurprogramma.

Daarvan getuigt onder andere het feit dat Merkel (CDU) en vice-kanselier Frank-Walter Steinmeier (SPD) vorige week apart een crisistop met vertegenwoordigers van Opel belegden.

Ook tussen de christen-democratische zusterpartijen heerst onenigheid over de manier waarop de consumptie het best kan worden gestimuleerd. De CSU wil op korte termijn de belastingen verlagen, de CDU wil eerst het effect van de reeds getroffen maatregelen afwachten.

De weerzin van veel Duitse politici tegen nieuwe schulden is (zoals veel dingen in Duitsland) misschien ook door de nationale geschiedenis te verklaren. Het land heeft de financiële gevolgen van twee verloren wereldoorlogen, een mega-inflatie, een diepe economische depressie en de reïntegratie van de vrijwel failliete DDR moeten dragen.

Vervolgens heeft Duitsland jarenlang vergeefs geprobeerd om met dure conjunctuurprogramma’s zijn economische groei gelijke tred te laten houden met die van de omringende landen. Gaandeweg heeft het de illusie verloren dat de overheid een conjuncturele neergang kan keren.

Hoewel de Duitse schuldenlast – 18 duizend euro per burger – in internationaal perspectief nog betrekkelijk bescheiden is, vreest men dat hij voor een krimpende bevolking op den duur niet te dragen zal zijn. Duitsers vinden dat de Europese Commissie hiervoor medeverantwoordelijk is. ‘Als ze de lidstaten tot grotere uitgaven opzweept, kan ze een andere rol niet meer vervullen: die van hoedster van het nog steeds bestaande Stabiliteitspact’, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Daar hebben de Duitsers hun mooie D-Mark niet voor opgeofferd.

Meer over