Dubieuze afkoop vervuiling bedrijven

Veel Nederlandse bedrijven weten niet dat zij dubieuze emissierechten gebruiken om aan hun uitstootplafond te voldoen. Vorige week stelde de klimaatcommissie van de VN een onderzoek in naar projecten die op twijfelachtige manier emissierechten genereren.

Van onze verslaggevers Wouter Keuning en Michael Persson

Uit een rondgang langs bedrijven blijkt dat zij meestal geen zicht hebben op de herkomst van de uitstootrechten die zij kopen. De handelaren tot wie zij zich wenden, geven daar geen informatie over.

Daardoor weten veel bedrijven niet dat zij gebruikmaken van emissierechten die voortkomen uit zogeheten HFC-23-projecten. Dat zijn fabrieken in voornamelijk China en India, die naast hun eigenlijke product (koelvloeistof) grote hoeveelheden broeikasgassen genereren om ze vervolgens af te breken. Door deze twijfelachtige reductie mogen westerse bedrijven meer uitstoten.

De methode ligt al jaren onder vuur, en is sinds kort onderwerp van onderzoek door de klimaatcommissie van de VN, de UNFCCC.

Alle Nederlandse grote en middelgrote bedrijven mogen maximaal een vastgestelde hoeveelheid broeikasgassen uitstoten. Als ze boven dat plafond zitten moeten ze emissierechten bijkopen.

Een van de manieren om daaraan te komen is via het Clean Development Mechanism (CDM), één van de elementen van het Kyoto Protocol. Dat houdt in dat westerse landen en bedrijven geld steken in efficiënte fabrieken in ontwikkelingslanden, die daardoor minder broeikasgassen uitstoten.

Het was de bedoeling dat het westerse geld de fabrieken en energievoorziening in de ontwikkelingslanden schoner zou maken. Maar voor vuile fabrieken die HFC-23 (als bijproduct) produceren, zijn de verdiende emissierechten zo lucratief, dat ze juist door blijven draaien.

Doordat Nederlandse bedrijven niet weten welke emissierechten ze kopen, kunnen ze ook niet selecteren op schonere emissierechten.

Meer over