Drol met humor

Ja ja, mensen, een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, want lachen is gezond! Dat hoef je een goeie zakenman niet uit te leggen....

Honderd jaar geleden kwam de naar Amerika geëmigreerde Deen Samuel Sorenson Adams een of ander gif tegen waarvan iedereen spontaan begon te niezen. Hij verpakte het poeder in zakjes en bingo! Of zoals de Amerikanen zeggen: he was laughing all the way to the bank. De man werd stinkend rijk ('de Henry Ford van het niespoeder'), hij verkocht ook jeukpoeder ('jeukt een uur') en hij vond de Joy Buzzer uit, een ring met een mechanisme aan de binnenkant dat een akelig trillend effect gaf als je iemand de hand schudde. Gigantische kaskraker!

Grappenmaker Adams was natuurlijk niet de uitvinder van het lachobject; in de achttiende eeuw waren nota bene de Duitsers marktleider in het fopwinkelassortiment. Wie zei dat Duitsers geen humor hebben?

Een paar devote Amerikanen hebben nu de geïllustreerde geschiedenis van het novelty item op papier gezet, met natuurlijk het scheetkussen, de plak kots, de nepdrol, de plofsigaar, de slang die uit een blik pinda's springt en de plastic hondjes die, dankzij magneten voor en achter, elkaar voortdurend aan de kont ruiken. Ha ha ha ha ha! De humor die uit het boek opstijgt is intens oubollig, maar onverwoestbaar, en daarom zo'n eeuwig succes.

De samenstellers lijken goed geïnformeerd. Nu weten we dus ook dat Alfred Rosenberg, nazi-ideoloog en minister onder Hitler, een onbedaarlijke grappenmaker was, en dat een deel van de opbrengst van de X-Ray Spex (de uiteraard waardeloze doch razend populaire röntgenbril) naar de racistische Klux Klux Klan ging. Is dat humor of niet?

Meer over