Drie mijnen dicteren staalprijzen

De consument gaat meer betalen voor auto's en fietsen omdat staalprijzen de pan uit rijzen. Staalgiganten geven de schuld aan China, maar wie bepaalt die prijzen eigenlijk?...

Ieder najaar gaan de grote jongens met elkaar rond de tafel zitten om over contracten te onderhandelen. De uitkomsten van die onderhandelingen zijn verrassend uniform: alle drie de ertsdelvers verhoogden hun prijzen half januari met iets meer dan 18 procent tot bijna 46 dollarcent per ton erts. Die prijzen zijn vrijwel gelijk voor alle grote staalmakers, ongeacht het volume dat ze afnemen.

Die uniformiteit in ertsprijzen kan niemand goed verklaren. Het heeft immers alles weg van een kartel. Volgens Nick Hatch van de Londense bank Investec zorgen de mijnbazen er wel voor dat de autoriteiten hen niet bij elkaar het kantoor zien binnenlopen. Niettemin letten ze scherp op elkaar. Zodra de eerste partijen uitonderhandeld zijn, stemmen alle anderen hun contracten daarop af.

Dat de prijs dit jaar 18 procent hoger is, komt door de krapte op de markt. Mike Hitchcock van het Brits-Nederlandse staalbedrijf Corus legt uit dat de ertsdelvers de gestegen vraag naar erts bij de laatste onderhandelingsronde hebben uitgebuit door de prijzen stevig te verhogen. De staalmakers waren zo bang dat zij hun erts niet zouden krijgen, dat ze amper over prijzen durfden te beginnen.

Tekenend is ook dat de Japanse staalmakers, die normaal gesproken als één blok met de mijnen praten, ditmaal eieren voor hun geld kozen. Ze stapten individueel op de ertsmijnen af.

Maar er zijn grenzen aan het voordeel dat de mijnen uit de krappe markt kunnen behalen. Zij verkopen liever geen 'nee' aan hun klanten. Goede relaties zijn heilig in de staalwereld. Bovendien liggen er kleinere exploitanten op de loer die de dominantie van de grote drie maar al te graag willen doorbreken.

Ariane Gentil van het Australische BHP Billiton vertelt dan ook dat haar bedrijf uit alle macht de mijncapaciteit probeert te vergroten. Concurrent CVRD maakte woensdag bekend een miljard dollar te spenderen aan forse uitbreidingen van de capaciteit.

Die uitbreidingen zijn evenwel niet van de ene op de andere dag gereed: er moeten nieuwe mijnen komen, en meer overslagcapaciteit van de havens.

Moeten we vrezen dat de consument in de tussentijd met staaltekorten te kampen krijgt? Volgens Paul Goris, commercieel directeur bij het Rotterdamse Europees Massagoed Bedrijf (EMO), loopt het niet in zo'n vaart. 'Pieken en dalen zijn eigen aan de staalindustrie.' Een paar jaar geleden waren er klachten over overcapaciteit.

De huidige krapte mag daarmee vergeleken aangenaam zijn, tegelijkertijd dreigen er gevaren. Om te beginnen is het nog maar de vraag hoe lang de groei in China aanhoudt. De Chinese economie kan immers allerminst stabiel worden genoemd. De explosieve staalbehoefte zal bovendien op termijn afvlakken. 2008, als de Olympische Spelen in China plaatsvinden en een reeks staalvretende constructieprojecten klaar is, zou wel eens het omslagpunt kunnen zijn.

Als het een beetje tegenzit, hebben de mijnen en de staalproducenten hun capaciteit precies op dat moment uitgebreid. Dat zou betekenen dat de overcapaciteit uiteindelijk gewoon weer terugkeert in de staalindustrie, zegt Hitchcock van Corus. Het dictaat van de ertsmijnen zou daarom wel eens tijdelijk kunnen zijn.

Meer over