DON CARLOS IN VENLO

Steeds minder speeltijd is er voor het gesubsidieerde toneel in Nederland. De sector gaat kapot, klinkt als waarschuwing. 'De vrije producenten slagen er gewoon beter in om goed toneel te maken dat toch aanslaat in een stad als deze.'..

Marcel 't Sas is sinds twee jaar directeur van De Maaspoort in Venlo.Theater annex congrescentrum in een stad met 90 duizend inwoners zondernoemenswaardige studentenpopulatie. Ruim tweehonderd voorstellingen ditseizoen, waarvan 37 keer cabaret, 20 keer show of musical en 16 keer deVenlose Revue met Altiëd 'tzelfde Leedje. Toneel is goed voor25 voorstellingen, een bescheiden 13 procent van het totaal. Democratenmet Huub Stapel, Tape met Tygo Gernandt, maar ook Othello van De Wetten vanKepler en De Vliegende Hollander van Het Vervolg uit Maastricht.

Het Zuidelijk Toneel (voorheen ZT/Hollandia), toch de parel van hetgesubsidieerde theater in Noord-Brabant en Limburg, schittert al enigeseizoenen door afwezigheid. Voorafgegaan door de toeschouwers: die blevenweg. 't Sas: 'Hun voorstellingen waren onvoldoende toegankelijk. Mijnpubliek wilde het zo niet meer.'

Laat duidelijk zijn: noch de directeur, noch zijn gasten zijn uit openkel de Venlose Revue. Maar een streekstad als Venlo vergt wel enkeleaanpassingen van de subsidiegezelschappen. Samen met een collega van eenandere kleine schouwburg en gesteund door Hans Onno van den Berg, dedirecteur van podiumclub VSCD, probeerde 't Sas vier jaar geleden 'dediscussie aan te gaan' met Sectie I, het cluster van de grotegesubsidieerde ensembles binnen de Vereniging van NederlandseTheatergezelschappen en -producenten (VNT).

Hun pleidooi: maak serieuze voorstellingen van serieuze auteurs, maardan toegesneden op het streektheater. Kleiner gemonteerd, geen experimentenin de vorm, één of twee bekende namen in de cast. En speel die dan langerdoor: tachtig, negentig, honderd keer. De reactie van Toneelgroep Amsterdamdestijds: 'Na twintig, dertig speelbeurten komt er sleet op onzevoorstellingen.'

Met zo'n achteloze opmerking ben je bij 't Sas (51) aan het verkeerdeadres. Ooit doorliep hij zelf de toneelschool en stond daarna op deplanken. 'Honderdtwintig voorstellingen per productie: daar draaiden wijonze hand niet voor om.' Minstens één ding heeft hij in die tijd geleerd:'Als je pretendeert avond aan avond een zaal vol mensen vanaf een podiumte kunnen betoveren, dan moet je een verdomd goed verhaal hebben.'

De toestand in Venlo lijkt symptomatisch voor een zorgwekkendelandelijke tendens. Twee weken geleden luidde Jan Post, de nieuwevoorzitter van de VNT, de noodklok voor het gesubsidieerde toneel inNederland. In acht jaar tijd is het aandeel in de beschikbare speelurenop de Nederlandse podia gehalveerd van 30 naar 15 procent. Bij ongewijzigdbeleid, waarschuwde Post in het vakblad Theatermaker, gaat de sector'keihard kapot'. Met een serie 'zeesessies' in een Zandvoortse strandtent - de derde volgt eind maart - probeert Post zijn leden rijp te maken vooreen turn-around om het verloren terrein terug te winnen. Binnen vijf jaarmoet het typische VNT-toneel weer terug zijn op 30 procent van depodiumtijd.

Hoe dat doel te bereiken, is nog niet bedacht. De sessies aan hetstrand moeten rond de komende zomer tot de eerste oplossingen leiden diedoor alle betrokkenen, van toneelknecht tot artistiek leider, breed wordengedragen. Alleen dan, gelooft Post, zullen zij ook echt worden uitgevoerd.Die aanpak verraadt zijn verleden bij Philips; hij speelde een belangrijkerol in de Operatie Centurion, waarmee de toenmalige Philips-president JanTimmer het elektronicaconcern begin jaren negentig uit een diep dal omhoogsleurde.

De Centurion-veteraan is bepaald niet de eerste die een omwentelingbepleit in het gesubsidieerde toneel. Zeven jaar geleden al kwam eenVNT-werkgroep onder leiding van oud-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg metvergelijkbare voorstellen. Toen werd daar nauwelijks iets mee gedaan. 'Hetging eenvoudig niet slecht genoeg', observeert Evert de Jager, algemeendirecteur van het Nationale Toneel in Den Haag. 'Nu staat veelgezelschappen het water aan de lippen.'

Ook dit keer zal het niet eenvoudig zijn de sector te mobiliseren. Deoorzaken van de crisis woekeren in feite al bijna veertig jaar vrijwelongehinderd voort. Eind jaren zestig telde Nederland een handvol groteensembles, die alle subsidie opstreken. De Actie Tomaat blies dat bestelop. Sindsdien groeide een nieuwe traditie, die tot op heden voortduurt.Jonge Nederlandse theatermakers stichten bij voorkeur, koud van detoneelschool, hun eigen gezelschap - zij het tegenwoordig vaak uit nood,bij gebrek aan emplooi elders. Zij spelen het liefst in de kleinerevlakke-vloerzalen, waardoor zij nauwelijks doorstromen naar de grote podiaen de grote ensembles. Inmiddels telt de VNT 82 leden die vrijwel allemaalsubsidie krijgen. Uiteraard is de totale subsidiepot heel wat minder hardgegroeid.

Het Rijk en zijn voornaamste adviseur, de Raad voor Cultuur, werken dezeontwikkeling in de hand doordat zij bij de verdeling van het geld aldecennia lang veel ruimte geven aan het artistieke experiment en aannieuwkomers binnen het subsidiesysteem. Andere criteria zijn juist vooralle deelnemers gelijk. Zo worden de toneelgroepen geacht met hunvoorstellingen zoveel mogelijk door het land te reizen. Doordat deovergrote meerderheid geen eigen speelhuis heeft, ontstaat een patroon vantwee, hooguit drie speelbeurten in een grote stad en een lange reekseenmalige optredens in regionale schouwburgen. De meeste gezelschappenontwikkelen daardoor geen duidelijk artistiek profiel en geen vasteaanhang.

De schouwburgen laten dit grote, maar grijze aanbod steeds vaker linksliggen. Alternatieven zijn er inmiddels te kust en te keur. Naast Joop vanden Ende met zijn groots opgezette shows en vedettentoneel zijn er decabaretiers, en producenten als Albert Verlinde met kleinschaligermusicals. Hun aanbod is wel helder, en biedt meer garantie op uitverkochtezalen. Zelfs in het 'serieuze' toneel laten de gesubsidieerde gezelschappenzich tegenwoordig de kaas van het brood eten - door vrije producenten alsWallis en Hummelinck Stuurman.

'Wij vullen nu al de gaten die de grote ensembles laten vallen', zegtDiederik Hummelinck. Binnenkort brengt zijn organisatie Mefisto uit vanKlaus Mann, de zoon van de grote romanschrijver Thomas Mann. Mefisto is eengenadeloos portret van Gustav Gründgens, een groot Duits toneelacteur diein de Tweede Wereldoorlog de nazi-top vermaakte en na 1945 de nieuwedemocratische machthebbers, zonder een spoor van gewetenswroeging. Denieuwe Nederlandse productie van dit stuk telt zeven in plaats van devoorgeschreven 45 acteurs - dat dan weer wel.

'Wij bedienen het publiek en de kleine schouwburgen efficiënter', zegtHummelinck. 'Onze decors zijn geschikt voor theaters zonder toneeltoren,voor changementen met de hand. Gesubsidieerde ensembles moeten 15 procenteigen inkomsten genereren, wij doorgaans 100 procent.' Hummelinck Stuurmanis ook lid van de VNT. 'Omdat wij ons het meest verwant voelen met hetartistieke aanbod van de overige VNT-leden', zegt Diederik Hummelinck. 'Wijkiezen stukken uit die ergens over gaan en weten daar ook nog een aardigpubliek mee te bereiken, niet omgekeerd. Eigenlijk doen wij wat hetsubsidietoneel zou moeten doen.'

Hoe moeten de gesubsidieerde toneelgezelschappen terrein terugwinnen ineen landschap dat al zo ingrijpend is herverkaveld? VNT-man Jan Post zoekthet vooral in een zakelijke en organisatorische krachtenbundeling. Hetverbaast hem zeer dat al die gezelschapjes een eigen zakelijk leiderhebben, eigen toneeltechnici, ieder voor zich onderhandelen met deschouwburgen over de schaarse plekken in de programmering. 'Vrijwel nietsdoen ze samen. Het is ongelooflijk.' Daar vallen nog 'enormeefficiencyslagen' te maken, die als vanzelf 'ten goede komen aan deartistieke mensen'.

Een van die kunstenaars, Ivo van Hove, leerde Post waarderen tijdens desessies aan het strand. 'Hij is een Philips-man, ja - maar wel heelbetrokken.' Toch is de directeur van het grootste gesubsidieerde ensemblevan Nederland, Toneelgroep Amsterdam, het op dit punt niet met devoormalige verandermanager eens. Juist op veel zakelijke factoren hebbende gezelschappen 'nauwelijks invloed', aldus Van Hove. Een voorbeeld is wathij beschouwt als de grootste tekortkoming van het huidige systeem: 'Grotestadsgezelschappen als het onze moeten hun eigen theater hebben. Overal inEuropa is dat zo, behalve in Nederland. Wij roepen al jaren dat dat andersmoet, maar er gebeurt niets.'

Zo lang dat duurt, zoekt Van Hove een uitweg op artistiek terrein. 'Daargeniet ik nog veel vrijheid.' In zijn nieuwe beleidsplan ontvouwt hij eenreeks plannen. Nieuwe educatieve activiteiten moeten meer Amsterdamsescholieren voor het toneel interesseren. Via projecten met jongeNederlandse theatermakers en gerenommeerde buitenlandse regisseurs verbindtToneelgroep Amsterdam zich met nieuwe generaties theatermakers en grotetoneeltradities elders in Europa. Er komen gezamenlijke voorstellingen methet Belgische NT Gent, sinds kort onder leiding van de internationaalsuccesvolle Nederlandse regisseur Johan Simons, en met de eveneensAmsterdamse Theatercompagnie van Theu Boermans. Het grote voordeel vanartistieke samenwerking is, dat de resultaten meteen zichtbaar zijn voorhet publiek. Boermans' recente regie van Schillers Don Carlos was eenspraakmakende nieuwe bewerking van een 'moeilijke' toneelklassieker met eentopcast uit twee grote ensembles, die steevast voor uitverkochte zalenspeelde.

Van zo'n ambitieus programma komt niets terecht als het moet wordengespreid over vele theaters. 'Toen ik hier kwam werken', zegt Van Hove,'speelden wij maar 45 voorstellingen per jaar in de Amsterdamsestadsschouwburg', waar Toneelgroep Amsterdam fungeert als huisgezelschap.Gelukkig voor hem stelde Melle Daamen, de directeur van dit theater, hetensemble in staat veel langer op zijn vaste stek te blijven staan. Binnentwee jaar wil Van Hove doorgroeien naar een derde van het totale aanbod inde stadsschouwburg: zestig voorstellingen in de grote zaal en 120 in hetnieuwe vlakke-vloertheater in aanbouw, dat in 2007 klaar moet zijn. Devoordelen zijn nu al duidelijk. In 2004-2005 trok Toneelgroep Amsterdamruim 97 duizend toeschouwers, twintigduizend meer dan het seizoen ervoor.Van Hove: 'Hoe vaker wij in Amsterdam spelen, hoe meer publiek wijtrekken.'

Hoezo crisis in het gesubsidieerde toneel, vraagt Melle Daamen zich danook af. 'Hier gaat het goed. In het land - ja, daar wel. Maar is dat erg?Er zijn gewoon veel te veel toneelgezelschappen. Daar moeten er flink watvan verdwijnen.' Hevel de subsidies om voorstellingen te maken deels overnaar de schouwburgen, zoals het organisatie-adviesbureau Boer & Crooneen jaar geleden bepleitte in een rapport over cultuurfinanciering. 'Danvallen de zwakke broeders vanzelf af, omdat ze domweg niet meer wordengeprogrammeerd. En dan komt er vanzelf meer ruimte voor de vrijeproducenten, zodat die kunnen investeren in meer kwaliteit voor destreektheaters.'

Die ontwikkeling is in volle gang. De Maaspoort in Venlo vult nu al hetleeuwendeel van zijn toneelprogrammering met stukken als Mefisto enHerfstsonate, naar de film van Ingmar Bergman, met Linda van Dyck in eenhoofdrol. 'De vrije producenten slagen er gewoon beter in om goed toneelneer te zetten dat toch aanslaat in een stad als deze', zegt Marcel't Sas. Subsidiegezelschappen kunnen die slag ook maken - als ze maarwillen. 'De Wetten van Kepler heeft eens een Antigone gebracht met eenzestienjarig meisje in de hoofdrol. De Maaspoort raakte uitverkocht.' HetAmsterdamse ISH maakt dansvoorstellingen met skaters en breakdancers,eveneens goed voor uitverkochte zalen. 'Pubers kunnen zich identificerenmet zulke producties.'

Zelfs het Zuidelijk Toneel komt weer in beeld: daar zwaait tegenwoordigMatthijs Rümke de artistieke scepter, die 't Sas nog kent van vroeger.'Het komend seizoen zit ik al vol. Maar voor het seizoen daarna ga ik hetzeker weer met hen proberen.'

Meer over