Doet de crisis echt pijn?

Als het over de economische crisis gaat, zijn er twee vormen van goed nieuws. De eerste soort betreft de kansen op herbezinning....

De somberheid over de crisis wordt gevoed doordat de pers voornamelijk aandacht besteedt aan de verliezers. Het gaat over Polen die op straat belanden en vanwege schaamte niet terug naar huis durven, massaontslagen in de industrie, meer gedwongen verkopen van huizen, meer faillissementen, minder ontwikkelingshulp, gepensioneerden die op een houtje bijten en bankiers die minder bonussen krijgen; de ellende lijkt niet te overzien.

De bezorgdheid is voor een deel van de bevolking terecht. Uit onderzoek blijkt dat verlies van werk en huis kan leiden tot een lawine van negatieve veranderingen. Werkloze ouders kunnen de rekeningen niet meer betalen, raken geïrriteerd, maken meer ruzie en verliezen soms het geloof dat het weer goed kan komen. Uit onderzoek bij eerdere crises blijkt dat dit voor hun kinderen langdurige gevolgen kan hebben. Zij maken hun school minder vaak af, misdragen zich vaker, hebben minder vrienden, zijn minder gezond en verdienen vele jaren na de crisis gemiddeld minder dan hun leeftijdgenoten. Het is daarom goed dat het kabinet veel investeert in het behoud van banen.

Deze opsomming lijkt het allemaal nog erger te maken dan de krantenkoppen doen vermoeden. Toch is deze somberheid voor een groot deel het gevolg van de blindheid voor positief nieuws. Hierdoor is het moeilijk te overzien in hoeverre de leefbaarheid van ons land echt geraakt wordt door de crisis. Toch zijn daar wel goede aanwijzingen voor.

In 1989 is bijvoorbeeld een bundeling studies verschenen naar de gevolgen van de economische crisis in de jaren 1980-1982. Het boek Did the crisis really hurt? onder redactie van Ruut Veenhoven komt tot klip en klare conclusies. De economische crisis leidde weliswaar tot geldzorgen en zorgen over de toekomst, maar het gemiddelde welbevinden bleef op peil. Ook bleven veel verwachte negatieve gevolgen uit. Een economische crisis leidt er niet toe dat mensen gemiddeld meer last hebben van psychosomatische klachten, zich vaker eenzaam voelen, meer antidepressiva gaan gebruiken of vaker geloven dat het leven geen zin heeft.

In Nederland hebben we kennelijk voldoende vet op de botten om ons te kunnen aanpassen als we door een economische crisis dingen verliezen. Dat we gemiddeld geen geluk hoeven inleveren, komt misschien ook door positieve effecten. In tijden van crisis groeit saamhorigheid en trekken mensen naar elkaar toe. En mogelijk leven mensen gezonder omdat ze zijn gedwongen te bezuinigen op roken, drinken en overeten. Bovendien kan de crisis voor sommigen een bevrijding zijn uit een rotbaantje. Wie wel werk behoudt, ontleent daar een toegenomen gevoel van trots aan. Zij behoren voorlopig tot de onmisbaren.

Bovendien blijkt dat de slachtoffers een crisis vaak goed kunnen hanteren. Werkloosheid is pijnlijk en akelig, maar heeft niet onvermijdelijk negatieve gevolgen op de volgende generatie. De Amerikaanse psycholoog Rand Conger concludeert in het tijdschrift Monitor on Psychology: ‘Jongeren hebben er niet zoveel last van als ze niet veel spullen hebben. Wat hen schade berokkent, is als hun ouders boos, geïrriteerd en teruggetrokken raken.’

Als ouders er ondanks hun werkloosheid in slagen hun rol in het gezin te blijven spelen, hun sociale contacten weten te onderhouden en zich niet verliezen in somberheid, dan komen hun gezinnen ook deze crisis wel weer door. Hoe mensen hun situatie interpreteren blijkt zwaarder te wegen dan het verlies zelf. Het loopt fout als we door werkloosheid de toekomst zwart inzien of geloven dat een ontslag de eigen schuld is. Het komt meestal goed als zonder werk zitten alleen betekent dat je nieuw werk moet vinden en daar actief naar op zoek gaat, ook als dat op de korte termijn niet lukt.

Meer over