Doden biggen biedt slechts kort soelaas

Het is geen prettig gezicht, honderd roze biggetjes die in een metalen vat van tweehonderd liter worden geperst. Als het aan minister Van Aartsen van Landbouw ligt, zal die 'schokkende aanblik' het Nederlandse publiek dan ook bespaard blijven, want hij laat geen journalisten toe bij die werkzaamheden, net zomin als...

Van onze verslaggever

Frank Poorthuis

EINDHOVEN

Over de ethiek van het doden, en van de persbreidel, zullen de discussies nog enige tijd voortduren. De journalistenorganisatie NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren dagen het ministerie van Landbouw vandaag voor de rechter wegens het weren van de media. Veel verontrustender voor de minister is dat vijfhonderdduizend biggetjes eigenlijk niet zo veel is. In de ingesloten gebieden in Brabant worden in een maand net zoveel biggen geboren als Van Aartsen de komende drie weken laat ruimen. Als de pest over twee maanden nog in Nederland woedt, komt de minister voor hetzelfde probleem te staan: waarheen met de varkens in Brabant?

De Brabantse boeren, die toch al tegen de 'biggenslacht' zijn, noemen de operatie vooral een politieke manoeuvre. 'Het dient in feite de bestrijding van de pest niet', zegt NCB-woordvoerder J. Peerlings. Het doden van biggen helpt alleen de stallen leeg te maken.

De biggenslacht is een kortetermijn maatregel, en beleid voor de korte termijn is op dit moment ook het grootste probleem van Van Aartsen. Voor de toekomst van de varkenssector heeft de minister onlangs een nota op tafel gelegd. Hij wil meer specialisatie en meer gesloten bedrijven (waar biggen worden geboren en vetgemest).

De varkensboeren beseffen zelf ook wel dat er iets moet gebeuren. Al voor de pest uitbrak discussieerden zij over herstructurering. Zij bereiden zich in beslotenheid stevig voor op de komende gesprekken. Uit de geluiden die naar buiten komen, blijkt dat de boeren Van Aartsens visie niet zonder meer delen. De conclusie van de minister dat er te veel varkensbedrijven in een te klein gebied (Brabant) staan, willen de boeren best steunen. Maar de oplossing van dat probleem betekent voor hun spreiding van de varkensbedrijven over andere provincies in Nederland. En die (Groningen, Drenthe, Zeeland) zitten daar niet op te wachten.

De gesprekken tussen minister en sector zullen rond de zomer plaatsvinden. Dan kampt Nederland naar alle waarschijnlijkheid nog steeds met de varkenspest. Elke voorspelling over de termijn waarop de pest bestreden is, is koffiedik kijken, zeggen experts. Maar een minimum van drie maanden houden zij wel aan.

Van Aartsen zelf heeft eerder al aangegeven aan september te denken als eindpunt van de crisis. Niemand weet het en dat is het grootste probleem rond de ziekte: het verloop van de epidemie houdt zich aan geen enkele voorspelling.

Er is een aantal vragen dat, bij analyse van de varkenspestepidemie, om een duidelijk antwoord vraagt. Was het ministerie voorbereid op de epidemie? In Duitsland heerste de pest immers al maanden. Zijn de Brabantse boeren wel alert geweest bij het signaleren van de ziekte op hun bedrijf? Op 4 februari blijken al 22 bedrijven besmet te zijn geweest. Had het crisisteam niet andere maatregelen moeten nemen om de ziekte in te dammen?

Los van de antwoorden op deze vragen lijkt één ding zeker: als op 4 februari, toen het eerste pestgeval werd vastgesteld, de huidige omvang van de epidemie bekend was geweest, had het ministerie ongetwijfeld besloten tot andere maatregelen om de ziekte te bestrijden. Een noodvaccinatie in en om Boekel; een veel rigoureuzere preventieve ruiming en wellicht ook een fokverbod. Dan waren de huisvestingsproblemen die nu spelen achterwege gebleven.

Gek genoeg worden dergelijke maatregelen nog steeds geopperd. Dat bleek onlangs tijdens de behandeling van de kwestie in de Tweede Kamer. Als over een maand het aantal besmette boerenbedrijven nog steeds stijgt, en er weer vijfhonderdduizend biggen zijn geboren op de overvolle boerderijen, zal in Den Haag ongetwijfeld de roep om nieuwe maatregelen klinken. De Brabantse boeren vrezen dit 'meepraten van de Tweede Kamer' met grote vreze. Meer dan de plaatjes in de krant van hun ingeblikte biggen.

Zie ook pagina 9

Meer over