Nieuws

DNB: contant geld moet voor ieder beschikbaar blijven

De Nederlandsche Bank (DNB) wil nieuwe afspraken met banken en andere partijen zodat contant geld beschikbaar blijft voor Nederlanders. Contant geld kost banken steeds meer. Dat banken klanten laten opdraaien voor de kosten, is niet fair, aldus DNB.

Banken brengen steeds vaker kosten in rekening voor het contant geld pinnen. Beeld ANP
Banken brengen steeds vaker kosten in rekening voor het contant geld pinnen.Beeld ANP

Contant betaalverkeer wordt al jaren minder. In 2010 werd 65 procent van de aankopen met cash betaald, nu is dat ongeveer 20 procent, staat in het onderzoek dat DNB heeft laten doen door consultancyfirma McKinsey. De pandemie heeft dit versneld, doordat contant betalen werd afgeraden.

Doordat Nederlanders minder vaak contant geld pinnen, worden deze transacties duurder per keer. Banken proberen deze kosten te verhalen op hun klanten. Zo kondigde de Rabobank deze week aan in de toekomst 75 eurocent in kosten te brengen voor elke geldopname die niet bij een Geldmaat of eigen automaat plaatsvindt.

De Rabobank is niet de enige die dit doet: ook ABN Amro en ING brengen kosten in rekening of laten klanten maar een beperkt aantal keer per jaar pinnen. Het Nibud, de ouderenbond ANBO en de Consumentenbond leverden al eerder kritiek op dit beleid. Maandag schreef de Consumentenbond een brief aan demissionair minister Hoekstra. Nu sluit ook DNB zich aan bij de kritiek.

Publiek goed

Ondanks de toenemende kosten moet contant geld breed beschikbaar blijven. Het is een belangrijk betaalmiddel voor een aantal kwetsbare groepen, zoals ouderen, laaggeletterden, mensen met een beperking en mensen met schulden. Ongeveer 1,3 tot 1,5 miljoen Nederlanders zijn afhankelijk van contant geld als betaalmiddel. Bovendien is het anoniem. Daarnaast is het gewoonweg praktisch om geld te kunnen pinnen, als achtervang bij een pinstoring. Verder wijst DNB erop dat contant geld nu eenmaal een publiek goed is. Iedereen die dat wil, moet hiervan gebruik kunnen maken.

Het onderzoek van DNB wijst naast het dalend aantal geldopnames ook op de extra controle op fraude met cash en de beveiliging tegen plofkraken als kostenfactor. DNB onderkent de extra kosten en begrijpt dat banken dit doorberekenen. Daar moeten echter afspraken over komen. ‘Tarifering is aan de individuele banken zelf, maar zou zodanig moeten worden vormgegeven dat de tarieven niet specifiek de gebruikers van content geld raken’, valt in de brief te lezen. Het zou moeten worden verdeeld over alle klanten. DNB stelt voor om een convenant op te stellen tussen de betrokken partijen. Zulke afspraken zijn minder stroperig dan wetgeving.

In een reactie aan de Tweede Kamer schrijft demissionair minister Hoekstra dat hij een convenant een goed idee vindt. Na de zomer wil hij de Kamer informeren over vervolgstappen.

Meer over