Devies in Brussel: niemand voor de voeten lopen

Onder extreme druk wordt alles vloeibaar. Die natuurwet is ook van toepassing op Brussel, nu de EU-landen met allerlei noodgrepen proberen hun bedreigde banken overeind te houden....

Dat niet Brussel tijdens deze crisis aan het stuur zit, maar de lidstaten, bleek afgelopen weekeinde nog eens bij het spoedberaad dat de Franse president Sarkozy in Parijs had belegd. Natuurlijk waren Commissievoorzitter Barroso en de Luxemburgse premier Juncker, als voorzitter van de (economische) Eurogroep, van de partij, maar het was toch vooral een topoverleg tussen de leiders van de vier grootste EU-economieën.

De bijeenkomst leverde geen Europees reddingsplan op, zoals sommigen in Brussel hadden gehoopt. Het bleef bij de toezegging dat de EU-landen hun individuele acties op elkaar zouden afstemmen. Brussel werd vervolgens nog verder naar de achtergrond geschoven doordat de leiders besloten – met het oog op de kostbare reddingsoperaties – de strenge begrotingsregels uit het Stabiliteitspact wat soepeler te hanteren.

Juncker en Barroso hamerden er meteen op dat het pact – dat onder meer bepaalt dat het begrotingstekort van de EU-landen hooguit 3 procent van hun bruto binnenlands product mag bedragen – volledig overeind blijft. Maar het komt er toch op neer dat Brussel als waakhond van de financiële discipline een oogje moet toeknijpen.

Dat de lidstaten zich in deze chaotische dagen weinig van Brussel aantrekken, bleek ook uit de nieuwe garantieregelingen die zij voor hun spaarders afkondigden. Eind vorige week eiste eurocommissaris Kroes (Concurrentie) nog dat de EU-landen dergelijke maatregelen zouden coördineren. Zo wil ze concurrentievervalsing tussen banken in verschillende landen voorkomen. Het weerhield de Duitse regering er zondag niet van zonder overleg met de buren of met Brussel een garantie af te geven voor de tegoeden van particuliere spaarders. Het gevolg was dat Oostenrijk het Duitse voorbeeld volgde, om een massale overheveling van Oostenrijks geld naar Duitsland te voorkomen.

Onder normale omstandigheden zou Kroes de zondaars onmiddellijk aanpakken. Maar ditmaal stelt Brussel zich heel soepel op. Volgens de Commissie zijn dergelijke eenzijdige maatregelen toegestaan zolang Brussel maar op de hoogte wordt gesteld en er geen sprake van discriminatie is tegenover vestigingen van buitenlandse banken.

Alleen Ierland werd door Kroes op de vingers getikt omdat het aan die laatste voorwaarde niet voldeed, maar ook dat gebeurde veel voorzichtiger en discreter dan we de afgelopen jaren gewend zijn van de Brusselse mededingingsautoriteiten.

De Europese Commissie beseft dat zij momenteel weinig politieke bewegingsruimte heeft. Als de Commissie in een van de lidstaten een garantieregeling voor spaarders afkeurt, zou dat wel eens tot een uitbarsting van volkswoede tegen de EU kunnen leiden.

Niemand voor de voeten lopen, is momenteel het devies in Brussel. Onder dat motto heeft Kroes stilletjes de concurrentieregels wat opgerekt, zodat de EU-landen voldoende ruimte krijgen hun banken overeind te houden. Niet dat de Commissie het mededingingsbeleid en de regels voor het verlenen van staatssteun formeel aanpast – dat zou afbreuk doen aan de interne markt en het Europese integratieproject. ‘Maar we hoeven de regels niet te veranderen, we moeten ze flexibel toepassen’, verduidelijkt een Commissie-woordvoerder.

Toch maakt men zich in Brussel wel zorgen over de effecten die het oprekken van de regels op langere termijn zal hebben voor de samenhang in de Europese Unie. Ook het feit dat de EU-landen in de praktijk louter voor hun eigen banken opkomen en elkaar bittere verwijten maken, zoals bij de opsplitsing van Fortis, voorspelt wat dat betreft weinig goeds.

Tot nog toe is het in deze crisis ieder voor zich en niet: de EU voor allen.

Meer over