De zon gaat voor niets op

Shell steekt een miljard in een nieuwe divisie voor duurzame energie. Maar de milieubeweging blijft sceptisch. 'Shell wil ook boren in de Waddenzee.'..

VISIES zitten er bijna altijd naast', constateert Aad Correljé, politicoloog aan de Universiteit van Nijmegen. 'Je praat over markten die nauwelijks te kwantificeren zijn. Het is altijd een inschatting hoe het over dertig jaar zal zijn', zegt een woordvoerder van Shell.

Toch houdt de oliegigant er een visie op na. Halverwege de volgende eeuw zal de helft van alle energie duurzaam worden opgewekt. Nu maken duurzame bronnen - zoals waterkracht, zon en wind - slechts 7 procent van alle energievoorziening uit.

Shells visie ligt ten grondslag aan een investering van een miljard gulden in de komende vijf jaar. De helft in bosbouw en biomassa, de andere helft in zonnecellen. Hiermee volgt de multinational het voorbeeld van British Petroleum (BP), dat al een aparte divisie voor zonne-energie heeft.

Het opmerkelijke is dat zowel Shell als BP lid blijft van de Global Climate Coalition, een Amerikaanse lobbyclub van oliemaatschappijen die niet wil geloven dat het broeikaseffect iets te maken heeft met het verbranden van olie en gas. Daarom lijkt deze stap eerder ingegeven door pr-overwegingen. Beide maatschappijen ontkennen evenwel dat zij alleen maar in de alternatieve energievormen stappen om bij de milieubeweging in het gevlei te komen.

'We zitten al zestien jaar in de zonne-energie en nu komt er een stel milieu-organisaties dat ons aanraadt in zonne-energie te gaan', zo reageert een woordvoerder van BP in Londen defensief. Het bedrijf heeft al drie fabrieken waar het jaarlijks zonnepanelen kan bouwen met een capaciteit van tien megawatt.

Ook Shell zit al langer in de zonne-energie. Samen met Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten heeft de onderneming veel onderzoek gedaan. In Helmond staat nu een fabriek waar jaarlijks zonnepanelen van de band rollen die goed zijn voor een halve megawatt.

Jim Dawson, president van de nieuwe divisie Shell International Renewables, benadrukte eerder deze maand: 'We maken geen knieval voor de milieubeweging, maar we luisteren wel naar wat zij en anderen zeggen. We zouden stom zijn als we dat niet deden.'

De ommezwaai is het resultaat van een door Greenpeace aangezwengeld bewustwordingsproces. Sinds de Brent Spar-affaire is de olie-industrie zich niet alleen bewuster geworden van de publieke opinie, maar ook van de veranderende opstelling van de politiek.

Dat is het verschil met de overgang op nieuwe energiebronnen in het verleden. 'Deze investeringen zijn niet primair ingegeven door schaarste aan olie en gas', zegt Correljé. 'Als de maatschappijen inschatten dat de politieke druk groeit, zullen zij steeds meer milieuvriendelijke energiebronnen aanboren.' Aangespoord door de milieulobby zou de politiek maatregelen kunnen nemen die de olie- en gasprijzen opjagen.

De prijsvorming is cruciaal voor de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen. In de industriestaten moeten zonne- en windenergie concurreren met olie en gas. Pas als de olieprijs verdubbelt tot ongeveer veertig dollar per vat, krijgt zonne-energie een kans, denkt Correljé.

De investeringen van Shell en BP zijn voornamelijk gericht op het verlagen van de prijs van zonnepanelen. Hoe efficiënter en grootschaliger hoe goedkoper, en hoe groter de kans dat de markt ervoor groeit.

Martijn Lodewijkx van Greenpeace Nederland meent dat zonnestroom moet zakken tot onder de twee kwartjes per kilowattuur, voordat hij kan concurreren met traditionele elektriciteit die in Nederland doorgaans ruim een dubbeltje kost. Thans kost een megawatt-uur zonnestroom nog tussen de 1,15 en 1,50 gulden.

Lodewijkx heeft geen goed woord over voor deze - in zijn ogen - oneerlijke concurrentie. 'De olieprijs is een politieke prijs. Hij hangt aan elkaar van subsidies.' Dat zonne-energie ook wordt gesubsidieerd, doet daaraan niet af. De oliemaatschappijen hebben 'zonne-energie moedwillig klein gehouden'.

Toch gloort er hoop. Naarmate de wereldwijde olie- en gasreserves slinken, worden zij moeilijker te winnen. Dit stuwt de prijzen op. Daar komt bij dat de vraag naar energie hard zal groeien.

Nu gebruikt 20 procent van de wereldbevolking 80 procent van alle energie. Als China, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika hun economische inhaalslag maken, zal dit de energieconsumptie fors opstuwen. Uit milieu-oogpunt is het ondenkbaar dat deze extra vraag naar energie wordt bevredigd door fossiele brandstoffen. Ook logistiek is het onwaarschijnlijk.

'Tweederde van de wereld is nog niet aangesloten op een elektriciteitsnet', vertelt Frans Saris, directeur van ECN. 'Het is ondenkbaar dat op elk eiland van de Indonesische archipel een elektriciteitscentrale zou komen.'

Daarom zijn dat de gebieden waarop Shell en BP mikken. In Derde-Wereldlanden kan zonne-energie al concurreren met traditionele energiebronnen. In de woestijn is een zonnepaneeltje nu eenmaal goedkoper dan een batterij.

Hoewel de milieubeweging is gecharmeerd van de plannen van Shell en BP, laat zij zich er niet door inpakken. Zolang de oliemaatschappijen lid blijven van de zo gehate Global Climate Coalition, blijft zij sceptisch.

'Het is dezelfde Shell die in de Wadden wil boren naar gas', aldus Lodewijkx. De investeringen in zonne-energie en biomassa komen niet in de plaats van de andere investeringen. Jaarlijks steekt de oliemaatschappij zo'n 26 miljard gulden in onder meer de exploratie van vervuilende brandstoffen als olie, gas en kolen.

De honderd miljoen die Shell tot 2003 jaarlijks in zonne-energie wil investeren, steekt daarbij schril af.

De fabriek in Helmond, waarop Shell zo trots is, is relatief klein en weinig indrukwekkend. 'Het ziet er zelfs een beetje ouderwets uit. Lodewijkx zou graag zien dat Shell méér investeerde in duurzame energie.

Volgens de voormalige Rotterdamse hoogleraar geografische economie, Peter Odell, zou dat nu niet verstandig zijn. Daarvoor is geen emplooi. Toch zouden Shell en BP ook kunnen investeren in andere duurzame energievormen, zoals wind- en waterkracht.

Windenergie neemt in Nederland sinds kort een relatief grote vlucht. 'Wij doen waar we goed in zijn', verklaart een woordvoerder van Shell de keuze voor zonne-energie en biomassa. Volgens Saris van ECN is windenergie niet rendabel genoeg. Biomassa daarentegen zal in Nederland een grotere rol gaan spelen, voorspelt hij.

Over de kansen van zonne-energie is hij echter lyrisch. 'Er is tienduizend maal zoveel zonne-energie als op aarde aan energie aanwezig is. Er is geen tekort aan energie als we de zonne-energie op de goeie manier kunnen kanaliseren. Het is de uitdaging voor multinationals als Shell om dit te doen.' Het bedrag dat Shell ervoor opzij zet, is in zijn ogen 'een heleboel geld in verhouding tot de markt'.

Ook Peter Los, beleggingsanalist bij Rabobank en eveneens gecharmeerd van de nieuwe koers, vindt niet dat Shell nu al veel meer zou moeten investeren in alternatieve energie. 'Als het zegt hiermee in vijf jaar de kosten per eenheid product omlaag te kunnen krijgen, dan kan het best zijn dat ze dán twintig miljard of meer in die markt steken.'

Toch heeft een enkele beleggingsanalist bezwaren. 'Het probleem met diversificaties is dat ze meestal geen succes zijn.' In het verleden hebben veel oliemaatschappijen zich een buil gevallen aan op niets uitlopende investeringen in kernenergie en kolen.

Dit is wellicht de reden waarom Exxon niet meedoet aan de door BP gezette trend. Volgens een woordvoerder vindt Exxon de markt voor alternatieve energie 'nu niet economisch aantrekkelijk'. Hij voegt echter toe dat de onderneming de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten houdt.

Correljé sluit niet uit dat Exxon meer doet. 'Het kan best zijn dat Exxon en Texaco dochters hebben die zich hiermee bezig houden, maar dat niet aan de grote klok hangen.' Odell denkt dat de zorgen over het broeikaseffect in de VS niet zo groot zijn als in Europa. De lobby van de Global Climate Coalition is er nog sterker dan die van de milieubeweging.

In de aanloop van de milieuconferentie in Kyoto tracht de Amerikaanse olie-industrie de overheid in de VS onder druk te zetten om het Klimaatverdrag - waarin landen zich verplichten tot een streng beleid op het gebied van de emissie van kooldioxide - niet te ondertekenen. 'In die lobby spelen Exxon en Texaco een belangrijke rol. Dan zou het gek zijn als ze tegelijkertijd bekend zouden maken dat ze in duurzame energie investeren', speculeert Correljé.

Hoe vaag de contouren van de nieuwe markt ook zijn, de twee oliemaatschappijen hebben ambitieuze plannen. Momenteel wordt jaarlijks voor niet meer dan een miljard dollar aan zonnepanelen verkocht, goed voor ongeveer honderd megawatt, schat Saris.

BP hoopt zijn omzet in zonnepanelen binnen tien jaar te vertienvoudigen tot een miljard dollar. Daarmee denkt het een marktaandeel van 10 procent te bemachtigen. Shell wil die 10 procent al in 2005 hebben.

Toen in de zeventiende eeuw in Engeland het stookhout opraakte, vreesden de Britten te vervallen tot een agrarische natie. Kort daarna vonden zij zwarte steentjes die goed bleken te branden. De crisis was afgewend.

Twee eeuwen later voorspelde de Britse econoom Stanley Jevons opnieuw de teloorgang van de economie, want de kolen raakten op. Hij wist niet dat in de VS de eerste olie met een omvang van betekenis werd aangeboord.

Ook de Nederlandse overheid kon begin jaren zestig niet vermoeden dat het met de kernenergie niet zo'n vaart zou lopen. Zij stemde het energiebeleid af op de verwachting dat olie en gas zouden worden verdrongen. Daarom moest het Groningse gas zo snel mogelijk worden verkocht.

Of de oliemaatschappij nog net zo visionair is als ruim honderd jaar geleden, toen een van haar oprichters Jean Kessler op Sumatra op zoek ging naar een markt voor lampolie, zal later blijken.

Meer over