Analyse

De zaak-Shell: niet de overheid, maar de rechter temt de markt

Benzinestation van Shell. Beeld Dan Parratt / Millennium Images
Benzinestation van Shell.Beeld Dan Parratt / Millennium Images

Tot deze week leek het een taboe in een liberale economie als de Nederlandse: de rechter die, in naam van de planeet en haar bevolking, een multinational dwingt zijn koers te verleggen. Hoe revolutionair pakt het Shell-oordeel uit?

Geen mei ’68, maar mei ’21: het was de week waarin het oproer kraaide in de ooit oppermachtige olie-industrie. Bij Chevron steunde, tegen het uitdrukkelijke advies van de leiding in, 61 procent van de aandeelhouders een voorstel om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Bij concurrent ExxonMobil kwam het zelfs tot een coup. Een activistisch hedgefondsje, genaamd Engine No 1, katapulteerde minstens twee eigen, groene kandidaten in het bestuur van de bruine energiereus uit Texas. ’s Werelds grootste vermogensbeheerders, BlackRock en Vanguard, steunden de actie.

Spectaculair, maar het past nog binnen de spelregels van het aandeelhouderskapitalisme. De beleggers handelen zeker niet alleen uit idealisme. Ze vrezen voor hun geld. Vervuilende bedrijven die niet met hun tijd meegaan, worden in de financiële sector steeds meer als een risico gezien. De belangrijkste revolte vond dan ook plaats aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, met de uitspraak op 26 mei van de rechtbank Den Haag in de zaak van klimaatorganisatie Milieudefensie en mede-eisers tegen Shell. Voor het eerst in de geschiedenis heeft een rechter klimaateisen opgelegd aan een privaat bedrijf. In 2030 moet Shell 45 procent minder CO2 uitstoten dan in 2019.

‘Historisch keerpunt’

In een soortgelijke zaak uit 2015 dwong duurzaamheidsstichting Urgenda de Nederlandse staat tot meer klimaatactie. Nu oordeelt de rechter dat ‘ook bedrijven mensenrechten moeten respecteren’. En aangezien klimaatverandering het ‘recht op leven en een ongestoord gezinsleven’ in gevaar brengt, dient het energieconcern meer te doen tegen de opwarming van de aarde.

Niet alleen Milieudefensie en haar advocaat spreken van een ‘monumentale overwinning’ en een ‘keerpunt in de geschiedenis’. Juristen wezen er de afgelopen dagen op hoe verstrekkend dit oordeel kan uitpakken. Andere grote uitstoters als KLM en Tata Steel mogen hun borst natmaken.

Harold Koster, hoogleraar ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden, vindt het een ‘moedige’ uitspraak. ‘Het bijzondere hieraan is dat een bedrijf, met een beroep op klimaatafspraken en mensenrechten, een heel concreet doel krijgt opgelegd door de rechter: zoveel procent minder uitstoot. De vraag is of de rechter zich op die manier niet te veel inlaat met maatschappelijke en economische ordeningsvraagstukken. Dat zal in hoger beroep en mogelijk daarna bij de Hoge Raad wel blijken. Maar als niemand iets doet, maak je ook geen vooruitgang met het stoppen van klimaatverandering.’

‘Een ingreep in het eigendomsrecht’, oordeelt Merijn Oudenampsen, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en werkend aan een boek over de geschiedenis van het neoliberalisme in Nederland. Of het vonnis het zoveelste teken is dat die ideologie definitief op haar retour is, durft hij niet te zeggen. ‘Maar het is wel een forse inperking van wat neoliberalen de economische vrijheid noemen. Die zou de voorwaarde zijn voor politieke vrijheid. Interessant genoeg oordeelt deze rechter andersom. De economische vrijheid ondermijnt in het geval van klimaatverandering juist de vrijheid om ongestoord ons leven te leiden.’

Friedman-doctrine

In 1970 verkondigde de econoom en latere Nobelprijswinnaar Milton Friedman in de The New York Times dat ondernemingen slechts één sociale verantwoordelijkheid hebben: zoveel mogelijk winst maken. Volgens die ‘Friedman-doctrine’ hebben directeuren slechts te luisteren naar hun aandeelhouders. En die willen geld zien. Voor plannen voor een betere wereld moet je bij politici zijn.

Van het argument dat die te langzaam handelen, moest Friedman al helemaal niks hebben. Met hun activisme tonen de wereldverbeteraars slechts ‘dat ze er niet in geslaagd zijn een meerderheid van hun medeburgers te overtuigen. Via ondemocratische procedures proberen ze te bereiken wat ze niet lukte via democratische procedures.’

Dat bezwaar zullen klimaatsceptici ook nu uiten. Maar de wind waait uit een andere hoek. ‘Na vijftig jaar is Milton Friedmans aandeelhoudersdoctrine dood’, concludeerde de Nederlandse hoogleraar ondernemingsrecht Jaap Winter vorig jaar in een artikel. Elk respectabel bedrijf denkt na over ‘ESG’, voluit environmental, social & corporate governance. Zelfs in de Verenigde Staten stellen de CEO’s van CocaCola, Apple en Amazon, bij monde van de Business Roundtable, dat ze niet alleen rekening houden met hun aandeelhouders. Ook de belangen van werknemers, klanten en de bredere samenleving tellen mee.

Ironisch

Sinds woensdag lijken zulke fraaie beloften ineens een stuk minder vrijblijvend. Niet door dwingende maatregelen van de politiek, maar dankzij een rechter. Ironisch, vindt socioloog Oudenampsen. ‘Het neoliberale economische denken gaat juist uit van een juridische orde die de economie beschermt tegen de wil van de politiek.’

Hij noemt als voorbeeld het veel bekritiseerde ISDS-mechanisme (investeerder-staatarbitrage). Dat regelt dat private bedrijven die een conflict hebben met een overheid naar een internationale scheidsrechter kunnen stappen. Via die weg eiste energiebedrijf RWE in februari een schadevergoeding van 1,4 miljard euro van Nederland, vanwege de vervroegde sluiting van kolencentrales. In het geval van Shell loopt het andersom. Oudenampsen: ‘Het is nu niet de overheid, maar de rechter die zegt het beter te weten dan de markt. Dat is echt bijzonder.’

Meer over