De Wim Kan onder de economen was 'op'

Hoogleraar Jan Pen zou vandaag 89 jaar zijn geworden. Maar hij overleed zondagmorgen vroeg. ‘Hij was op’, zegt zijn zoon.

Jan Pen was een van de meest fameuze naoorlogse economen. Hij figureerde in W.F Hermans’ beroemde roman Onder Professoren als Tabe Pap. ‘Ik kom eraf als een soort pias die op gele schoenen loopt, vaak op de grond ligt en worteltjes eet. Nou, ik heb van mijn leven nog nooit gele schoenen gehad, maar op de grond liggen en worteltjes eten, dat klopt.’

Jan Pen werd vooral vermaard in de jaren zeventig, als luis in de pels van PvdA-leider Joop den Uyl. Hoewel zelf een overtuigd sociaal-democraat (‘Ik zal nooit op een andere partij dan de PvdA stemmen’, zei hij in 1979) deinsde Pen er niet voor terug de plannen van Den Uyl en vele van zijn sociaal-democratische opvolgers als Wim Kok ongenadig te bekritiseren.

VVD-leider Wiegel greep Pens kritiek in 1972 aan om Den Uyl de oren te wassen in een van de meest vermaarde debatten in de Nederlandse politieke geschiedenis. Naast die van Wiegel was ook de naam en reputatie van Pen in een klap gevestigd.

Pen kreeg de bijnaam ‘de Wim Kan onder de economen’ – een titel die hem wel aanstond. ‘Mijn vader kan leuke dingen leuk uitleggen’, zei zijn zoon Tiesse vorig jaar in het interviewkatern van de Volkskant. ‘En de economie zit vol leuke dingen’, antwoordde hij zelf gevat.

Pen was echter meer dan een economisch conferencier. ‘Jan Pen was een briljant macro-econoom in de tijd dat economen als hij, Witteveen en Dick Schouten er nog toe deden in het politieke en maatschappelijke debat’, zei collega Arnold Heertje vorig jaar over hem.

Pens vertelkunst was ongeëvenaard in kwaliteit en kwantiteit. Hij produceerde zestienduizend pagina’s die berusten ‘op goed geïnformeerde bluf, een genre waarin ik de leermeester – die ik hier eer – overigens nooit zal evenaren’, schertste econoom Dik Wolfson in 1990.

Hij werkte van 1947 tot 1956 als wederopbouweconoom op het ministerie van Economische Zaken. In 1956 werd hij benoemd tot hoogleraar in de staathuishoudkunde en openbare financiën in Groningen. Een tijdlang deed hij er in de ‘Verenigde Faculteit’ ook nog sociologie bij. Jarenlang was hij columnist van Het Parool. Daarnaast schreef hij ruim twintig boeken, waaronder Een overzichtelijke wereld (1998), Wie heeft er gelijk? (1989), Income distribution: facts, theories and policies (1971) en het standaardwerk Moderne Economie (1958), dat zelfs werd vertaald in het Japans.

Pen bleef altijd een trouw keynesiaan, ook toen Keynes door de reaganomics en het thatcherisme op de schroothoop was beland. Hij bleef ook pleitbezorger van een rechtvaardige inkomensverdeling en werd grondlegger van de zogenoemde milieueconomie. Hij was daarbij altijd tegendraads en eigenzinnig. Als milieueconoom propageerde hij geen zuinigheid, maar wilde niet-zuinigheid als ‘vliegverkeer, blikjes en grote auto’s’ fiks belasten.

Pen zei zich vorig jaar ook niet te ergeren aan zichzelf verrijkende bankiers. ‘Hoe meer miljonairs, hoe beter. Op voorwaarde dat ze 70 procent belasting betalen.’

Meer over